Niemand weet raad met Dublin-claim

Asielzoekers die via een ander Europees land Nederland zijn binnengekomen hebben een probleem. Zij worden hier niet meer opgevangen. Maar die andere landen werken niet erg mee om dit probleem op te lossen.

Het was laat, een uur of twee in de nacht, maar de `paarse' meerderheid in de Tweede Kamer ging niet overstag. Asielzoekers die eerder in een ander Europees land asiel hebben aangevraagd, krijgen ook na het spoeddebat van afgelopen nacht geen onderdak in Nederland, de `schrijnende gevallen' uitgezonderd. Het Tweede-Kamerlid Middel (PvdA) had dan wel moeite met het lot van deze mensen, hij concludeerde al snel dat de maatregel noodzakelijk was. En collega Kamp (VVD) vond het ontbreken van opvang “pijnlijk', maar het was nodig om “de opvang van echte vluchtelingen op de lange termijn veilig te kunnen stellen.

Het was deze zomer al duidelijk: de opvang voor asielzoekers die eerder in een andere Europese lidstaat om toelating hadden gevraagd, zou veranderen. In het regeerakkoord hadden PvdA, VVD en D66 afgesproken de opvang voor deze groep te `versoberen'. Afgelopen nacht gaven ze toe dat geen opvang wellicht een erg sobere uitleg van dat begrip was, maar de nood in de opvang was hoog opgelopen en zieke mensen en zwangere vrouwen mochten nog altijd de opvangcentra in.

De Tweede Kamer zag zich gisteravond bovendien voor een ander dilemma geplaatst: de paarse partijen waren vijf weken geleden akkoord gegaan met een aantal noodmaatregelen van staatssecretaris Cohen, waaronder het voortaan geheel ontbreken van opvang voor de mensen met een zogenoemde Dublin-claim. Bosniers bijvoorbeeld die eerder in Duitsland asiel hadden aangevraagd. De maatregel trok toen weinig aandacht, pogingen van maatschappelijke organisaties als VluchtelingenWerk ten spijt. De aandacht ging vooral naar het ontbreken van opvang voor nieuwe asielzoekers. Dat was nodig, zei staatssecretaris Cohen, er kon geen mens meer bij in de opvangcentra.

Maar Cohens plan om nieuwkomers geen opvang te bieden, strandde. Justitie moest op aandringen van de Kamer toch tenten opzetten, nabij Ermelo. Die bleken echter te lekken. Sindsdien worden nieuwe asielzoekers opgevangen in verwarmde partytenten.

Dat geldt niet voor de 123 mensen die gisteren door Nederland reisden. Het tentenkamp nabij Nijmegen bleef voor hen gesloten. Pogingen van VluchtelingenWerk om hen hier onder te brengen (“er staan hier 450 bedden leeg') liepen op niets uit.

De groep valt onder het Verdrag van Dublin, dat in 1991 werd gesloten en in 1997 in werking trad. Dit verdrag, dat geldt voor alle lidstaten van de Europese Unie, gaat er van uit dat vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het eerste Europese land van binnenkomst. Maar al snel werd het tekort van het verdrag aangetoond.

De bewijslast is een groot probleem in de kwestie van de mensen met een Dublin-claim. Ruim 90 procent van de asielzoekers komt volgens het ministerie van Justitie over land, maar Nederland kan dat vaak moeilijk aantonen. De problemen met Belgie en vooral Frankrijk zijn berucht. Met een kassabonnetje van een Franse supermarkt in de jas van de asielzoeker nemen de Franse autoriteiten geen genoegen. Met Duitsland verlopen de onderhandelingen makkelijker, maar ook daar geldt dat er een bewijs moet zijn. Justitie moet kunnen aantonen dat de asielzoeker via Duitsland is gereisd en dat duurt lang. In die tijd krijgen deze mensen sinds kort dus geen onderdak meer aangeboden.

Het debat van afgelopen nacht brengt daar geen verandering in. Wel heeft Cohen aangekondigd te onderzoeken of het leveren van het bewijs niet sneller kan, zo mogelijk binnen een tot drie maanden.

Voor de groep van 123 mensen met een Dublin-claim maakt dit voorlopig weinig uit. Zij moeten de komende dagen op zoek naar een plek om te slapen.