Nederland mag niet ontbreken bij vredesmissie naar Kosovo

Een Kamermeerderheid dreigt de deelname van militairen en burgers aan de vredesmissie in Kosovo te blokkeren. Jan Hoekema vindt dat om een aantal redenen spijtig. Nederland doet met deze opstelling afbreuk aan de betekenis van het vredesakkoord en doorbreekt de solidariteit binnen de gelederen van de OVSE.

Voor de eerste keer dreigt een Kamermeerderheid de uitzending van Nederlanders voor een vredesmissie te blokkeren. Een door het CDA en het GPV ingediende, en door regeringspartij de VVD gesteunde motie, vraagt geen Nederlanders (burgers en militairen) te sturen naar de Kosovo-verificatie-missie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De veiligheidsrisico's zouden te groot zijn. Over de motie zal dinsdag worden gestemd, een meerderheid is verzekerd want behalve de indieners zullen ook de andere kleine christelijke partijen, alsmede de VVD en de SP voor de motie stemmen.

In het Kamerdebat heb ik uitgesproken dat Nederland internationaal zijn verantwoordelijkheid moet nemen en daadwerkelijk mee moet doen aan de missie. Veiligheidsrisico's zijn niet afwezig, maar lijken beheersbaar. Minister Van Aartsen, mede sprekend namens zijn VVD-collega De Grave ontraadde de ingediende motie met klem. Een politiek probleem van de eerste orde dat moeilijk anders oplosbaar lijkt - tenzij een politiek wonder gebeurt - dan er in te berusten dat `onze jongens' niet naar Kosovo gaan om te helpen het akkoord na te leven.

Dat is om een aantal redenen buitengewoon spijtig. Nederland geeft aan de ruim dertig OVSE-landen die wel gaan, zowel de allerkleinste (Moldova) als de allergrootste (de Verenigde Staten) het signaal dat wij de missie te gevaarlijk vinden. Geen prettig gevoel voor de tweeduizend andere leden van de missie. Bovendien doet Nederland afbreuk aan de betekenis van het Kosovo-vredesakkoord dat, hoe onvolkomen en broos ook the only game in town is voor een althans iets veiliger en humaner Kosovo. Ondanks het terugkerende geweld werkt het akkoord en keren veel vluchtelingen terug.

Over autonomie voor Kosovo, een goede Grondwet, een adequate verzekering van de rechten van de Albanese bevolking, wordt nu onderhandeld. Dat lijkt bepaald beter en meer te rechtvaardigen, dan niets doen.

CDA en VVD willen voor ze bereid zijn een missie te sturen een veiliger omgeving afwachten. Maar dit zal tot oorlog leiden. En wat zullen Washington en de andere NAVO-partners van de Nederlandse opstelling vinden? Een Nederlands afhaken zou een slecht begin zijn van onze periode in de VN Veiligheidsraad. Het staat haaks op ons ambitieniveau voor vredesmissies, dat we juist als argument hanteerden om in die Veiligheidsraad te komen. En ten slotte doorbreekt Nederland de solididariteit binnen de gelederen van de OVSE.

Het wekt verbazing dat de VVD vindt dat Nederland wel mee zou mogen doen aan de in Macedonie te legeren evacuatiemacht, maar niet aan de missie zelf. Nederlandse militairen worden ingezet om OVSE-contractanten te beschermen op een missie waaraan zij vanwege de risico's niet zelf meedoen. Zou dat het doekje voor het bloeden zijn voor de eigen VVD-ministers Van Aartsen en De Grave? Die staan politiek in hun hemd. Zij hebben zich immers sterk gemaakt, op verzoek van de Kamer en vooral de VVD, voor een stevige NAVO-evacuatiemacht in de nabijheid, om de veiligheidsrisico's voor de missie in Kosovo zelf te verkleinen.

Het CDA, anders dan de VVD is `thans' tegen de Nederlandse deelname aan de OVSE-missie. Als de evacuatiemacht beter en sterker is (lees: als de VS meedoen) is heroverweging van dat standpunt denkbaar. Terecht zei minister Van Aartsen in het debat gisteren dat geen betere evacuatiemacht denkbaar is dan de huidige, robuuste NAVO-macht waaraan onder meer Frankrijk, Engeland en Duitsland meedoen.

Meer dan Amerikanen in de staf (en in de OVSE-missie) is niet haalbaar.

De Socialistische Partij is het meest consequent: overal tegen. Maar die partij was ook tegen de inzet van het luchtwapen door de NAVO, de dreiging waarmee het akkoord van Belgrado tot stand is gebracht.

Maar boven alles is hier sprake van een politieke afrekening van het Srebrenica-trauma, ruim drie jaar na dato. De gijzelaarsscenario's, men herinnere zich de aan lantaarnpalen gebonden Canadese militairen, worden als kroonargument tegen de missie gehanteerd. Maar is het Nederlandse parlement hier niet bezig de vorige Bosnie-oorlog te winnen? Immers, er zijn meer verschillen dan overeenkomsten met toen: een zwakke VN-macht lijdend onder de onzekerheid van een dubbele commando-sleutel van VN en NAVO, een Servisch dictaat van het strijdverloop in Bosnie tot juli 1995. Nu een commitment van de Russen, Amerikanen en veel andere landen om met NAVO-bescherming achter de hand rust en vrede in Kosovo te brengen. De risico's van de OVSE-missie zijn reeel en moeten niet worden veronachtzaamd; de OVSE is een relatief onervaren organisatie voor de vele zware taken die, in fasen, op haar afkomen.

Individuele acties van gefrustreerde Serven of Albanezen zijn niet uit te sluiten. Maar de risico's zijn beheersbaar en verantwoord, en juist voor de op Nederlands aandringen aanwezige evacuatiemacht, verkleind. Het zou ironisch zijn, en zelfs meer dan dat als het Bosnie/Srebrenica-syndroom nu zo zwaar doorwerkt dat een uitzendingsbesluit wordt geblokkeerd. Slecht voor Nederland, slecht voor de OVSE en slecht voor de NAVO.

“Wij moeten het onderwerp uitzending nu maar eens gewoon benaderen' aldus Van Middelkoop (GPV) in het debat. Het lijkt erop dat de uitkomst van dat debat helaas ongewoon teleurstellend zal zijn.