Nederland is te vol

Nederland is een legbatterij. Stop vleeskuikens in een te kleine ren en ze pikken elkaars veren. Ze kakelen niet meer, hun uiting van vreugde. Ze `gakelen', dat is de menselijke variant van zeuren en steunen. Drijf 15.650.000 Nederlanders bij elkaar op een oppervlakte van 270.000 vierkante kilometer en zie ze elkaar belagen. Hoor ze janken en kreunen. Nederland is tot verstikkens toe vol.

Ter illustratie: kale cijfers. De bevolkingsdichtheid per vierkante kilometer is in Nederland tussen 1899 en 1996 verdrievoudigd van 154 tot 457 mensen. Grofweg 150 keer de bevolkingsdichtheid van Australie, 200 keer die van Canada. En nog altijd acht keer zo hoog als in de Verenigde Staten, drie keer zo hoog als in Portugal, bijna twee keer zo hoog als in Duitsland. In Zuid-Holland wonen per vierkante kilometer gemiddeld 1.166 mensen. Dat is nog geen honderd bij tien meter leefruimte per persoon.

Iedereen verzucht dat Nederland stremt en stroopt en dichtslibt. Maar hoe vol dit land is, dringt maar tot verbijsterend weinig landgenoten door. Ze accepteren dat elk braakliggend terrein wordt volgebouwd, dat elke auto- of treinrit naar het werk een overlevingstocht is, dat de trotse natuur tot parkjes en groenstroken is teruggebracht. Omdat ze niet anders kennen. Omdat de vooruitgang niet mag worden gekeerd. Of omdat ze de gruwelijke werkelijkheid ontkennen: dat modelstaat Nederland onleefbaar geworden is.

En het kabinet gaat het volk in dit lemmingengedrag met duister doodsverlangen voor. “We hebben bijna een infarct op het spoor', zei minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) deze week om het schrappen van stoptreinen te rechtvaardigen. Blijmoedig creeert ze een beroerte in de lucht. Schiphol mag het aantal passagiers de komende vijftien jaar verdubbelen. Alles in Nederland is bespreekbaar behalve de groei beperken. De dolgedraaide machine moet vastlopen voordat ze amechtig tot stilstand komt.

Als de politiek het dichtslibben van de natie al wenst te keren, komt ze niet verder dan Antilliaanse jongeren uit Nederland te weren of Bosnische asielzoekers met A-status het land uit te zetten.

De pest is niet dat er te veel vreemdelingen ons grondgebied bevolken. Probleem is dat er teveel Nederlanders zijn. Nederland in twintig jaar terug naar dertien miljoen inwoners, dat zou pas een missie zijn die van lef en toekomstvisie getuigt.

Loes van der Vorst (51) - een pseudoniem - heeft ogenschijnlijk niks gemeen met de fortuinzoekers die illegaal de Nederlandse grens over sluipen. Naar economische maatstaven is ze geslaagd in het leven. Succesvolle zakenvrouw. Directeur-eigenaar van een uitstekend lopende dienstverlenende firma. Bewoner van een fraaie vrijstaande bungalow in een plattelandsgemeente midden in de Alblasserwaard. Kijkt ze door het raam dan ziet ze polder, afgebiesd met knotwilg, zover het oog reikt.

Maar als ze naar buiten gaat, liefst trekt ze 's ochtends vroeg te voet of per fiets het vlakke land in, hoort ze altijd weer die doffe dreun van auto's. En hoe laat ze ook gaat wandelen met haar hond, nooit, nee nooit is het donker, echt pikkedonker, in Nederland. Tijdens een vakantie in Canada, alweer twaalf jaar geleden, had ze ontdekt hoe weids en stil een land kan zijn dat nog niet van mensen vergeven is. Terug in Nederland werd ze “al snel weer meegenomen in de maalstroom'. Maar aan het eind van een volgend bezoek aan Brits Columbia dacht ze: “Ik wil hier niet meer weg.'

Ze had makkelijk de rest van haar leven in Nederland kunnen slijten. Ze had zich niet ongelukkig gevoeld. Maar sinds ze heeft besloten om naar Canada te verhuizen, durft ze zichzelf pas te bekennen: “Het staat me zo tegen in Nederland. Straks fietsen we alleen maar in rijen en lopen we in groepen en moet ik een nummertje trekken als ik mijn eigen dorp wil binnengaan.'

Sinds ze haar emigratie-aanvraag heeft ingevuld durft ze ook pas lucht te geven aan haar diepgevoelde weerzin tegen de `knusse kneuterigheid' in Nederland. Het nooit aflatend koekeloeren. “In Nederland weten mensen alles van elkaar.' Ze geeft toe dat ze `wegkruipt' voor de benauwende sociale verplichtingen die haar nauwelijks tijd laten voor zichzelf. Ze zegt dat ze in Canada een innerlijke rust ervaart die ze bij terugkeer in Nederland meteen weer kwijt is. Ze gunt zich een omgeving waarin ze hoopt “meer mens te kunnen zijn'.

Toen haar oom 46 jaar geleden naar Canada vertrok, was landverhuizing simpel. Canada lokte emigranten met een premie. Nederland gaf de vertrekkers geld toe. Bijna een halve eeuw later moet Loes van der Vorst haar spaarpot stukslaan om aan het moederland te ontkomen. En sinds Nederland de emigratieverdragen heeft opgezegd met landen als Australie, Nieuw Zeeland en Brazilie begint elke permanente oversteek bij een oerwoud van procedures. De overheid houdt niet eens de schijn op van een emigratiebeleid.

Vijftig jaar geleden overwoog een op de drie Nederlanders om te emigreren. Landverhuizers-in-spe wilden niet alleen rantsoenering en de woningnood ontvluchten, ook het spook van de overbevolking. “Weet u dat knappe koppen uitgerekend hebben, dat er omstreeks 1980 naar schatting veertien miljoen zielen in dit land een bestaan zullen moeten vinden', dreigde een wervingsbrochure voor emigratie. Schaamteloos speelde de overheid op de angst voor het dichtgroeien van Nederland in.

Hoeveel makkelijker moet het in het zicht van het nieuwe millennium zijn een crisissfeer te scheppen. Vlucht voor de van ruimtegebrek dol geworden horden. Massale emigratie moet met kracht worden bevorderd.

Bejaarden overwinteren al massaal in Griekenland, Portugal en Spanje. Laat ze blijven. Voor de levensruimte van hun kinderen. Voor hun eigen levenskwaliteit.

Stimuleren van die uittocht kan niet meer dan een begin zijn. Gedwongen geboortebeperking is een logisch vervolg. Naar een leger Nederland.

    • Dick Wittenberg