Meer ouderen tot pensioen aan het werk

De arbeidsdeelname van ouderen stijgt. Van de mannen tussen 55 en 64 jaar had vorig jaar 41 procent een baan van ten minste twaalf uur per week. In 1994 was dat nog 38 procent. De arbeidsdeelname van oudere vrouwen steeg van 11 procent in 1991 tot 15 procent in 1997.

Dat blijkt uit vandaag gepubliceerde gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). “Werkende ouderen staan volop in de belangstelling', concludeert het CBS. Het is minder vanzelfsprekend geworden om ruim voor de pensioengerechtigde leeftijd te stoppen met werken. Overheid en bedrijfsleven beseffen dat ouderen wegens hun kennis en ervaring “hard nodig zijn'.

Bovendien brengt een grote uitstroom van oudere werknemers de betaalbaarheid van de oudedagsvoorziening in gevaar, omdat minder werkenden de AOW-premies opbrengen. Om die reden hebben het huidige en vorige kabinet het verhogen van de arbeidsparticipatie tot speerpunt van beleid verklaard.

Ook jongeren hebben de afgelopen jaren geprofiteerd van de gunstige situatie op de arbeidsmarkt. De werkloosheid onder 15- tot 25-jarigen is de laatste jaren gestaag afgenomen, van ruim 13 procent in 1994 tot 10 procent in 1997. Onder jongeren zonder diploma daalde de werkloosheid nauwelijks; die ligt nu rond de 25 procent. Jongeren met een MBO-diploma komen het vaakst aan de slag: vorig jaar was slechts vijf procent van hen werkloos. Van de allochtone jongeren is 29 procent werkloos.

Het CBS noemt het opvallend dat steeds minder volwassenen onderwijs volgen. In het schooljaar 1996/1997 volgden 840.000 mensen van 25 jaar of ouder een langdurige opleiding, elf procent minder dan begin jaren negentig.

De groei van de flexibiliteit op de arbeidsmarkt is volgens het CBS over zijn hoogtepunt heen. Zo is het aantal mensen dat buiten kantoortijden werkt, bijna de helft van alle werkenden, ondanks ruimere winkelsluitingstijden vrijwel gelijk gebleven.

Wel werken steeds meer mensen in deeltijd. Vorig jaar had 29 procent van de werkenden een baan van minder dan 35 uur per week, een procent meer dan in 1996. Vijf jaar geleden was dit nog 24 procent.

Vrouwen werken veel vaker in deeltijd dan mannen. Zes van de tien vrouwen had vorig jaar een deeltijdbaan, tegenover een op de tien mannen.