Kamer soebat over regeling schade door wateroverlast

De Tweede Kamer vergaderde gisteren over de wateroverlast en de schadevergoeding als gevolg daarvan. Over statistieken, onverzekerbare schade, eigen risico en de traagheid bij Defensie.

Ze vonden het maar vreemd, de fracties in de Tweede Kamer. Hoe kan het toch dat een situatie die zich volgens het KNMI maar eens in de 125 jaar voordoet twee keer binnen twee maanden een feit is? En moest de overheid dan niet eens grondig nadenken over deze statistische rariteit?

De waterschade was gisteren opnieuw onderwerp van discussie in Den Haag. D66-woordvoerder Scheltema vond het mooi geweest. “Het kan toch niet zo zijn dat de overheid bij iedere regenbui moet dokken', mopperde ze, toen was gebleken dat de schade van de overlast in september en oktober wel eens boven de 1 miljard gulden zou kunnen uitkomen. En VVD'er Van den Doel vroeg zich af de overheid niet eens met de verzekeraars zou moeten gaan praten om te zien of dit soort schades in de normale verzekeringsvoorwaarden kan worden opgenomen.

De fracties in de Tweede Kamer hadden ook kritiek op de hoogte van het eigen risico dat boeren hebben die onder de zogenoemde oogstschaderegeling vallen. PvdA, VVD en D66 gingen echter wel akkoord met de regeling.

De oogstschaderegeling werd, naast de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen en Zware ongevallen (WTS), ingesteld naar aanleiding van de extreme wateroverlast eind oktober. Getroffen bedrijven in gebieden die binnen de criteria van de WTS vallen krijgen een hogere vergoeding voor geleden schade. Binnen de WTS dragen ze een eigen risico van 10.000 gulden.

Voor de gebieden die onder de aanvullende oogstschaderegeling vallen geldt dat zij een eigen risico van dertig procent van de gehele oogst hebben. Een boer met een oogst van een ton en een schade van 50.000 gulden krijgt in deze regeling dus 20.000 gulden vergoed.

Volgens Apotheker kan maximaal zeventig procent van de schade worden vergoed.

De Kamer zag graag een hogere vergoeding, maar Apotheker zei dan in botsing te komen Europese mededingingsregels. Brussel moet de oogstschaderegeling nog goedkeuren.

In de WTS staat niet omschreven wat de exacte criteria voor een schadevergoeding zijn. Het kabinet moet die per voorval bepalen. De wet rept onder meer over een ramp, maatschappelijke ontwrichting en materiele schade. Bij de wateroverlast in september bepaalde de regering dat 100 millimeter water in twee etmalen het criterium voor een ramp was omdat dat volgens het KNMI slechts eens in de 125 jaar voorkomt. In oktober bleek 75 millimeter in een etmaal net zo uitzonderlijk te zijn.

Overigens zal op 25 november bekend zijn welke gebieden onder de WTS-criteria vallen. Bij de wateroverlast van september meldden in totaal zo'n 7.600 gedupeerden zich. Bedrijven leden gemiddeld 75.000 gulden schade en particulieren 5.000 gulden. In totaal kwam de schade toen op ongever 450 miljoen gulden. De verwachting is dat dat eind oktober meer is geweest.

“In de zeven jaar dat ik nu in de Kamer zit is dit al de tiende keer dat we het over schadevergoeding naar aanleiding van wateroverlast hebben', zei CDA-woordvoerder Van der Hoeven. Zou het, zo redeneerde zij, niet beter zijn de oogstschaderegeling samen te voegen met de WTS? De wet was immers ingesteld om een einde te maken aan al die regelingen die in het verleden bij iedere wateroverlast opnieuw moesten worden opgesteld. Staatssecretaris De Vries vond van niet. “Een rampgebied moet op basis van de strenge criteria van de WTS worden vastgesteld en aanvullend kan dan een regeling als die voor de oogstschade worden ingesteld', zei hij.

De Kamer uitte tevens kritiek op de manier waarop Binnenlandse Zaken te werk is gegaan bij de bestrijding van de wateroverlast eind oktober.

Vooral het lange wegblijven van militaire hulp in Drenthe leverde veel kritiek op. Defensieminister De Grave had na de wateroverlast al publiekelijk excuses aangeboden omdat het getroffen gebied negen uur op militaire hulp moest wachten. Nu moest ook staatssecretaris G. de Vries dat doen.