In Siberie zijn de pioniers van gisteren gevangen door de markt

In Jakoetie worden dorpen opgeheven omdat de goudmijnen niet rendabel zijn. Voor evacuatie van de bewoners is er geen geld.

Alles wat over is van Jakoet-Cement is een ijsklomp op de oever van de Lena. De fabriek is gesloten, en het portret van Lenin boven de poort is omlijst met ijspegels. Een spoor in de sneeuw leidt naar de nederzetting Mochsogolloch, Haviksnest, waar 220 gezinnen als schipbreukelingen overwinteren.

In een flatportiek runnen Nadezjda en haar dochter Masja de enige winkel en een kantine. Hier hebben de ontslagen en gepensioneerde cementmakers in de korte Siberische zomer het actiecomite `Verhuizing Nu' opgericht, om met staatshulp uit Haviksnest geevacueerd te worden voordat de acht maanden van extreme vorst inzetten. “Maar dat is mislukt, en nu zijn we gevangenen gijzelaars', zegt Nadezjda. Ze weet niet goed hoe te beginnen. “Mama zeg alles', moedigt Masja haar moeder aan. “Vertel hoe het echt is.'

Buiten vriest het zo hard dat een filmrolletje in de camera afbreekt bij het doorspoelen. Op de dichtgevroren Lena staan wakvissers te kleumen. Een vader en zijn zoontje hakken ijsblokken uit, de helderblauwe voor drinkwater en de troebele voor de afwas. De waterleiding is gesprongen en niemand pleegt meer onderhoud. Vandaar.

Te oordelen naar de tv's en video's in elke flat heerst er geen armoe; toch leven de dorpelingen als jagers en verzamelaars. “Er zijn gezinnen die op vis overleven', zegt Nadezjda. “Ik merk het in de winkel: niemand heeft nog geld.' Tweeentwintig jaar geleden verruilde ze haar kantoorbaantje in het Zuid-Russische Rostov aan de Don voor het pionierswerk in Siberie, met zijn betaalde vakanties en koudetoeslagen. Jakoetie, de koudste plek op aarde, heette toen een romantische bestemming. Goud of diamanten delven voor het Sovjet-vaderland.

Midden op de toendra, soms uren vliegen van de bewoonde wereld, verrezen flatdorpen met namen als Oedatsjna (Succes) en Myrni (Vrede). Voor cement en beton zorgde Haviksnest.

Nadezjda had de komst van het kapitalisme aangegrepen om de kantine en de winkel van Jakoet-Cement als prive-bedrijfje uit te baten. Maar was Jakoetie een bloeiend wingewest onder communistisch bestuur, deze lap permafrost ter grootte van India (met slechts een miljoen inwoners) werd volgens kapitalistische maatstaven schrikbarend onrendabel geexploiteerd. De opbrengst van negen afgelegen goudmijnen bleek in de verste verte niet toereikend om de mijnwerkerskinderen naar school te kunnen laten gaan, een telegraafkantoor open te houden, kortom: de kosten van de gemeenschap te dekken. Met Oekaze 201 (over de `liquidatie van dorpen') zijn ze dit jaar officieel opgeheven. Haviksnest had ook op de lijst willen staan, want het evacuatieplan beloofde uitbetaling van achterstallig loon, een verhuiscontainer voor iedereen en een vliegticket naar Europees Rusland. De 55-jarige Ivan Nikolin, een ingenieur met de norse trekken van een partijbons, was uit naam van `Verhuizing Nu' naar Jakoetsk en Moskou gereisd met brieven voor Jeltsin en de Doema. “Haal ons en onze kinderen hier weg.'

Als ik blijf vries ik dood, als ik ga heb ik niets

Als bouwer van gouddorpen is hij een gedesillusioneerd man. “We zijn bezig op te doeken wat we in de Sovjet-tijd hebben opgericht.' Dit voorjaar was er een begin gemaakt met de nederzettingen die niet aan een weg of een rivier liggen. Op 22 mei verschenen er ambtenaren in Nezjdaninskoje (drie uur per helikopter van Jakoetsk) met de bekendmaking dat het dorp per 1 september van het telefoon- en elektriciteitsnet zou worden afgesloten.

De schooltjes gingen voorgoed dicht, net als de EHBO-post, het filiaal van de Sberbank en het centrale ketelhuis. Nezjdaninskoje en acht andere gouddorpen zijn geliquideerd. Alleen: voor de evacuatie was zo weinig geld dat van de tienduizend inwoners er 4700 zijn gestrand. Ook zij sturen net als `Verhuizing Nu' afgevaardigden naar de stad.

Omdat het te koud is om te demonstreren hebben Roeslan en een tiental medestanders hun spandoeken in de sneeuw geplant voor de regeringszetel in Jakoetsk, en bivakkeren ze zelf in het krappe kantoor van de vakbond voor gouddelvers. “Ik heb al mijn spullen in een container gestopt, potten, pannen, zelfs mijn warme kleren.' Roeslan, gekleed in jeans en een gewatteerd jack, wacht op drie jaar loon, nodig om een nieuw bestaan op te bouwen in Voronez, zes tijdzones hiervandaan. “Als ik blijf, vries ik dood, als ik nu mijn verhuizing achterna reis, heb ik niets.'

Jelena Kondakova, een Jakoetse op laarsjes van rendiervacht praat met tranen in haar ogen: “Mijn dorp heet Elginski, ik ben daar geboren, maar nu zijn we in de liquidatie gevallen.' Haar man is er achtergebleven, en ze weet niet waarmee hij zich in leven houdt. Haar brieven en telegrammen blijven onbeantwoord; er zijn alleen geruchten. Dat alle honden en katten in Elginski zijn opgegeten. Dat de regering de stroom heeft afgesloten, om de laatste 300 bewoners uit hun huizen te krijgen. “Maar mijn man zegt: als we nu weggaan, krijgen we ons loon zeker niet, dan hebben we niets om van te leven.'

Jelena was verpleegster, haar man gouddelver. Samen hebben ze 10.000 roebel tegoed een kleine duizend gulden. Voor de operatie Sluit de Dorpen had Jakoetie toestemming van Moskou om twee ton goud te verkopen, maar dat was niet genoeg, de zomer bleek te kort en nu is de helft van de vroegere pioniersgezinnen ingesneeuwd.

In de tijd van de strafkampen had Jakoetie de bijnaam `gevangenis zonder muren' - wie de taiga in zou vluchten liep de bevriezingsdood tegemoet. Nu is er nieuwe archipel ontstaan van gevangenen, ditmaal van het kapitalisme.

Jakoetsk Moskou en de staatsmijn Sacha-Zolota schuiven elkaar de schuld toe. Sacha-Zolota is zijn werknemers drie jaar loon schuldig, maar is failliet en participeert nu in een andere gedaante in een joint venture met het Ierse bedrijf Celtic Resources. Directeur David Bryans van Celtic houdt kantoor in hetzelfde gebouw als de vakbond. Hij is niet te beroerd uit te leggen hoe het volgens hem zit. Hij is een gedistingeerde man die zo verslingerd is aan deze wildernis dat hij zelfs zijn vakantie in Siberie doorbrengt. “Persoonlijk trek ik me de tragedie erg aan, maar wij hebben een zuiver zakelijke benadering', zegt hij. Neem Nezjdaninskoje. “Die mijn heeft een enorm potentieel, in de vallei daar ligt de op een na grootste goudafzetting van Rusland. Maar in de winter is het daar wekenlang min vijftig.' De haalbaarheidsstudies van Celtic wijzen uit dat exploitatie alleen rendabel is als de gouddelvers op rotatiebasis worden ingevlogen, als de werkers op een booreiland. “Op ons advies is Jakoetie overgegaan tot het sluiten van de dorpen. Want die maken de goudbusiness spectaculair onrendabel.' De Ieren hebben de licentie verworven, en tegelijk vast laten leggen dat zij niet aansprakelijk zijn voor de noden van de bevolking. Bryans zegt het zo: “Wij vermijden elke betrokkenheid bij het sociale vraagstuk.'

De bond van gouddelvers en `Verhuizing Nu' hebben hun hoop gevestigd op de Doema. In oktober werd een delegatie bedolven onder petities en brieven van scholieren.

“Er is bij ons geen fruit of melk. De kolen zijn op zodat het ijskoud is in de klas en de gymzaal', schreef een kind op ruitjespapier.

Haviksnest heeft een uitgewerkt plan gepresenteerd: de 220 gezinnen willen hun 11.500 vierkante meter woonoppervlak opgeven in ruil voor 27 miljoen roebel compensatie, 750 dollar per gezin. “Maar er kwam geen reactie', zegt Nadezjda in haar kantine. “Het is alsof we gelijk met de cementfabriek zijn opgegeven. Maar wij zijn mensen en geen machines die je zomaar kunt afschrijven en laten bevriezen.'