Het vak van het risico; De opleiding tot optiehandelaar op de beurs

De optiebeurs heeft sinds de verhuizing naar Beursplein 5 weer de ruimte en mag daarom weer marketmakers toelaten. De interesse voor de negen weken durende opleiding is groot, maar de selectie is streng. Slechts drie procent van de kandidaten mag de cursus doen. Recente financiele problemen van enkele marketmakers zijn bij de opleiding welkome praktijk- voorbeelden.

`Een marketmaker komt in grote problemen wanneer zijn ego te groot wordt', zegt Will van Egmond, projectmanager bij de European Option Academy (EOA), een opleidingsinstituut voor optiehandelaren. “Sommigen denken na een paar jaar dat ze God zijn en boven de markt zweven die ze zelf sturen. We hebben sinds kort weer een paar verse praktijkvoorbeelden waarmee we onze cursisten kunnen waarschuwen.'

Van Egmond, die zelf tien jaar op de optiebeursvloer stond, doelt op de problemen bij de marketmakersbedrijven Goed gedaan Opties en Dol Options vorige maand. Deze bedrijven namen te grote beleggingsrisico's of dekten hun risico's onvoldoende af. De verliezen werden zo groot dat zelfs hun clearingbedrijf, ING-dochter Extra Clearing, in de problemen kwam. De clearingbank, die garant staat voor de marketmakers en hun risico's moet afdekken en bewaken, was failliet gegaan als moederbedrijf ING niet te hulp was geschoten.

Dergelijke voorvallen doen de branche schade. Ze zijn echter nauwelijks te voorkomen. Met het nemen van grote risico's valt soms veel geld te verdienen. Dat het af en toe fout gaat, lijkt erbij te horen.

Net als in de Verenigde Staten bestaat in Nederland geen kwaliteitsnorm voor marketmakers. Ook zijn er geen minimumopleidingseisen voor deze optiehandelaren. Wie de door de beurs getoetste handelsregels goed kent en een vergunning heeft van de Stichting Toezicht Effectenverkeer, mag aan de slag. De handelaar wordt afgerekend op z'n resultaten. Als die goed zijn mag hij blijven.

Optiebedrijven als EOA kunnen weer handelaren rekruteren nu de personeelsstop voor marketmakers door beursbedrijf Amsterdam Exchanges (AEX) is opgeheven. Wegens ruimtegebrek was de aanwas van deze handelaren vorig jaar zomer stopgezet.

Door de verhuizing van het Rokin naar de grote beursvloer van Beursplein 5 begin deze maand mag het aantal handelaren op de beursvloer geleidelijk weer worden uitgebreid van 800 naar 1.000. Tot nu toen zijn er ongeveer zeventig bijgekomen en groeit het aantal met tien per week.

Er zijn twee soorten optiehandelaren. De marketmakers handelen voor eigen rekening en risico op de beursvloer. Op basis van vraag en aanbod nemen ze beleggingsposities in. Ze handelen soms met elkaar, maar meestal met floor brokers. Dat zijn handelaren die in opdracht van het beleggend publiek op de beurs optreden. Marketmakers doen wat hun naam al doet vermoeden; zij maken de markt. Wanneer een belegger een transactie wil doen, via zijn floor broker, dan is de marketmaker verplicht een prijs af te geven. Marketmakers verdienen aan het verschil tussen de bied- (koop-) en laat- (verkoop-)prijzen in de betreffende optieseries. Aan het einde van de dag is op een computeruitdraai direct zichtbaar hoeveel hij heeft verdiend of verloren.

Hoewel er weinig inzicht bestaat in de beloningsstructuur, staat vast dat marketmakers niet op een houtje hoeven te bijten. Ieder bedrijf hanteert zo z'n eigen regels, maar ze verstrekken allemaal bonussen bovenop het vaste salaris. Soms structureel in een vorm van winstdeling, soms ook incidenteel als beloning voor een goede periode. Het komt voor dat handelaren een bonus van ongeveer 35 procent van het verschil tussen hun persoonlijke doelstelling en hun daadwerkelijk resultaat bovenop hun salaris krijgen uitgekeerd.

De opleiding tot marketmaker verschilt in Europa van de Verenigde Staten. In Chicago, waar in 1973 de eerste optiebeurs werd opgericht, worden marketmakers na een minimale stoomcursus in het diepe gegooid.

Die beurs gaat ervan uit dat kwaliteit vanzelf komt bovendrijven.

In Nederland is de basisopleiding iets uitgebreider. De meeste marketmakers worden intern opgeleid door banken en marketmakersbedrijven. De theoriestof wordt in sommige gevallen aangeleverd door opleidingscentra als het Institute for Financial Training (IFT). Ervaren medewerkers van de banken of marketmakersbedrijven geven dan de praktijktraining.

Het examen van de beurs wordt door de optiehandel niet als een serieuze kennistest gezien. Het is meer bedoeld om te voorkomen dat de beurs als handelsplaats schade oploopt door ondeskundig gedrag van handelaren. IFT-directeur Piet Molenaar heeft geen hoge pet op van het beursexamen. “Wij zeggen altijd gekscherend: als je slaagt voor het beursexamen hoef je nog niet te weten wat een optie is. Wel weet je dan wat je allemaal niet mag doen op de optievloer.' Volgens de beurs slaagt de helft van de deelnemers in een keer. Wie zakt, mag het de volgende examenronde nog een keer opnieuw proberen. Daarna niet meer.

De eerder genoemde European Option Academy (EOA) is een initiatief van de optiebedrijven AOT, Bank Labouchere en Delta Holding. EOA leidt niet alleen voor deze bedrijven op, maar ook voor derden en voor kandidaten die voor zichzelf willen beginnen.

De optieschool, die is gehuisvest op een etage in de Vijzelstraat maar binnenkort verhuist naar een groter pand, staat op drie poten. Het wervingsbureau On-Floor selecteert sollicitanten, de EOA leidt de handelaren op voor examens marketmakersbedrijf EDU Traders biedt hun werkervaring.

Op de personeelsadvertenties, die sinds de verhuizing van de optiebeurs weer in de dagbladen verschijnen, wordt massaal gereageerd.

En toch is werving moeilijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Slechts drie procent van de sollicitanten mag daadwerkelijk aan de cursus beginnen.

Kandidaten moeten jong - maximaal 28 - en assertief zijn, een handelsgeest hebben, en goed en snel kunnen hoofdrekenen. Wie zichzelf wil testen op rekensnelheid kan terecht op de Internetpagina van EOA (www.options.nl). Kennis van de opties of effecten is eerder een nadeel dan een voordeel. Directeur Marc Vijver van de Academy: “Soms sturen we jongens weg die dachten dat ze helemaal klaar voor het vak waren. Ze doen soms alsof ze al marketmaker zijn, maar begrijpen niet echt waar ze nou echt mee bezig zijn. Nee, wij krijgen ze liever blanco en kneedbaar.' Hij heeft een scherp oog voor selectie ontwikkeld. “Wij zien ogenblikkelijk of iemand een goede handelsgeest heeft. In twee uur tijd weten wij of we wel of niet willen doorgaan met een sollicitant.'

Vijver krijgt nogal eens te maken met sollicitanten die zich het schreeuwerige imago van de marketmaker hebben aangemeten. “Met alleen een grote bek kom je er niet. Wij zien ogenblikkelijk of iemand ook echt nadenkt over wat hij doet. Ze moeten wel voor zichzelf opkomen, maar dat hoeven niet altijd de brutaalste te zijn.'

Wie aan het ideale profiel van de marketmaker wil voldoen, moet in ieder geval knopen kunnen doorhakken. “In de optiehandel bestaat geen grijs', zegt Van Egmond. “Alleen maar zwart en wit. Of je doet een transactie, of niet. Twijfel bestaat niet. Bij een verkeerd besluit ga je op je bek, neem je je verlies en begin je opnieuw.'

Volgens Van Egmond kan dat omdat een marketmaker een beleggingshorizon van hooguit twee minuten heeft. “Wij marketmakers weten niks van aandelen of stemmingen op de financiele markten op de wereld.

Dat is voor analisten met een beleggingshorizon van twee jaar. Nee, de koersschermen, die vormen ons wereldbeeld. Als de Dow Jones-index hoger is gesloten is dat alleen maar interessant voor de openingskoersen van de opties. Direct daarna is dit oude informatie.'

Hij meent dat de twee marketmakersbedrijven die vorige maand een handelsverbod kregen van de beurs hadden geprobeerd om de markt te doorgronden en hoopten daarmee de koersontwikkelingen te kunnen voorspellen. “Dat heeft geen zin. De markt neemt altijd een random walk. Er zit wel een patroon in koersbewegingen, maar dat is nooit te voorspellen. Handelaren met een te groot ego denken te weten waar het heen gaat met de koersen en nemen vervolgens de grote risico's. Je ziet hoe dat uitpakt.'

EOA bootst met behulp van een computerprogramma en twee monitoren de optiehandel voor cursisten na. Telkens als zich een koersbeweging voordoet, vraagt de docent de cursisten hoe hierop te reageren.

Na de opleiding en het examen kan de cursist drie wegen inslaan. Hij begint voor zichzelf, treedt in dienst bij een extern marketmakersbedrijf of stapt in de maatschap van EDU Traders, een echt marketmakersbedrijf dat gelieerd is aan de opleiding. Dat laatste is alleen mogelijk als een `bepaald bedrag' in de onderneming wordt gestort. Hoeveel dat is, willen Vijver en Van Egmond niet zeggen.

Jurjen Damste uit Amsterdam is een van de kersverse marketmakers die bij EOA een opleiding heeft gevolgd. Hij volgde vorige maand de cursus en staat nu al op de optievloer te handelen. “Mijn aanvraag voor een vergunning werd door de beurs parallel aan mijn cursus behandeld. Toen ik was geslaagd mocht ik meteen handelen.' Damste, afgestudeerd bedrijfseconoom, handelt voor het bedrijf van zijn broer Michiel, Damste Beheer, in index-opties.

Michiel is al zes jaar werkzaam op de optievloer met de handel in opties op futures (termijncontracten). Hij heeft Jurjen over de streep getrokken om het `familiekapitaal' met de handel in opties uit te breiden.

Met zijn 34 jaar is Jurjen een van oudste cursisten van EOA geweest. Hij was de maximumleeftijd voor deelname aan de optieopleiding ruim gepasseerd. Van Egmond: “Omdat hij zijn hoge leeftijd met andere kwaliteiten kon compenseren hebben wij voor hem een uitzondering gemaakt.'

De meeste optiehandelaren zijn tussen de 25 en 35 jaar. Bij het ouder worden neemt de rekensnelheid af, zo luidt de verklaring voor het lage leeftijdsgemiddelde. Toch meent Jurjen dat hij het nog wel even kan volhouden. “Op z'n minst zes jaar', zegt hij. “In de index crowd zie je hoofdzakelijk ervaren jongens van boven de dertig, dus val ik met mijn leeftijd niet zo op.'

Zelfstandigheid is volgens hem de aantrekkelijkste eigenschap van het beroep marketmaker. “En natuurlijk de bonus als je het goed doet.' Van risico's houdt hij niet. “Ik neem alleen calculeerbare, overzienbare risico's. Je moet ervoor zorgen dat ze goed zijn afgedekt.' Het meest interessante van de opleiding vond hij de gesprekken met de cursisten over optieposities. “Je trekt toch een paar weken met elkaar op en dan bespreek je dat soort dingen met elkaar.' Hij vindt wel dat de opleiding meer aandacht had moeten besteden aan praktijkvoorbeelden. Damste zegt te beseffen dat de opleiding slechts een begin is. “Als je je in zes weken hebt laten klaarstomen voor computerprogrammeur, zeggen ze bij Microsoft ook: die weet nog niks.'

Ook de beurs is van mening dat een diploma na een cursus van zes weken nog niet garant staat voor een goede marketmaker.

Net als bij het behalen van een rijbewijs is de opleiding slechts de basis en is de praktijk de beste leerschool. “Nieuwkomers mogen vaak de eerste maanden alleen maar de crowd in om te luisteren', zegt een AEX-woordvoerder. “Het berekenen van risico's is het vak van de marketmakers. Ze laten die jonge baasjes echt niet direct met miljoenen handelen.'

Marketmakers kampen met een slecht imago. Voor de buitenwereld zijn het brutale cowboys in een flitsende Porche en de onvermijdelijke buy/sell-formuliertjes in de borstzak van hun witte of lichtblauwe overhemden. Ze worden, zo zeggen ze zelf, vaak afgeschilderd als te vroeg te rijk en, mede daardoor brutaal en arrogant. Vijver en Van Egmond denken dat de media te veel op wangedrag van de handelaren focussen. Van de normale gang van zaken op de beurs wordt vinden zij, te weinig verslag gedaan. Vermoedelijk omdat specifieke optiekennis bij journalisten vaak ontbreekt.

De kersverse marketmaker Damste trekt zich niks aan van het beeld over zijn beroepsgroep dat leeft bij buitenstaanders. “Onder rechters en notarissen vind je ook mensen die het niet zo nauw nemen met maatschappelijke normen. Misschien is dat wel zo bij ieder beroep. Marketmakers zijn hele intelligente rekenaars.'