Een overbodig potje rondspelen; Alom tevredenheid na oefenwedstrijd zonder enige opwinding

Duitse en Nederlandse voetballers die elkaar in een vol stadion en ten overstaan van miljoenen televisie- kijkers ontmoeten, een beetje tegen elkaar spelen en weer naar huis gaan. Oefenduels als Duitsland-Nederland kunnen beter zonder publiek op een trainingsveld worden gespeeld.

De Duitsers in het Parkstadion van Gelsenkirchen waren tevreden omdat ze niet hadden verloren van Nederland, de Nederlanders waren tevreden omdat ze een half uurtje de Duitsers een lesje hadden geleerd in goed de bal naar elkaar toe spelen. Tevredenheid over een ontmoeting tussen twee nationale voetbalelftallen. Nee, geen van beide ploegen had gewonnen. Maar doet dat er toe? Tevredenheid, alom tevredenheid heerste er, meer heeft een mens in het topvoetbal niet meer nodig om te overleven.

Wie zich heeft opgewonden op deze koude novemberavond in de Kohlenpot, mag zichzelf tot een bijzondere mensensoort rekenen. Opwinding over spektakel prachtige doelpunten, enorme gemiste kansen, grove overtredingen, fatale scheidsrechterlijke beslissingen en vooral opwinding over uitzonderlijke acties, daarvoor gaat een voetballiefhebber naar een stadion en zeker naar een wedstrijd tussen Duitsland en Nederland. Maar gisteren was van geen enkele opwinding sprake. Het tiental toeschouwers dat zich wel heeft opgewonden, werd door de Duitse politie in de kraag gepakt. Zij hadden dan ook te veel alcohol in hun koud geworden bloed.

Een oefenpartijtje als dit had beter gespeeld kunnen worden op het trainingsveld naast het stadion. Lekker rustig, zonder veel geld betalende toeschouwers, zonder al die tv-camera's, zonder al die journalisten (wat waren er gisteren veel!) en zonder al die enorme reclameborden. Dan hadden de coaches naar alle lust kunnen experimenteren en zoveel mogelijk spelers kunnen wisselen. Dan had zelfs geen officiele scheidsrechter uit Polen hoeven over te komen. Gewoon een van de hulptrainers die soms op de fluit had geblazen. Na afloop hadden coaches en spelers kunnen vertellen hoe het was bevallen en of ze bij een serieuze wedstrijd het net zo zouden doen - of misschien toch anders.

Het kan natuurlijk wel eens leuk zijn om te zien of de krachtsverschillen tussen het Nederlandse en Duitse voetbal nog steeds groot zijn. Of de Nederlanders nog steeds beter kunnen combineren, balvaardiger zijn en over meer talent beschikken. En dat krachtsverschil is nog steeds groot. Maar dat wisten we al. Zelfs een elftal met debutanten, spelers die (nog) allerminst van internationaal niveau zijn en routiniers die hun benen liever spaarden, onderstreepte dat.

Maar wat wanneer het er echt om gaat, wanneer werkelijk prijzen te verdienen zijn? Dan is een duel tegen Duitsers, hoe oud en versleten ook, pas werkelijk interessant. Zo'n wedstrijd verdient massale belangstelling, serieuze aandacht en vooral serieuze tactische en technische analyses - niet die wedstrijd van gisteren.

Misschien was het nog enigszins relevant dat het Nederlandse reserve-elftal er in navolging van andere Nederlandse elftallen in het nabije en verre verleden niet in slaagde de overmacht in doelpunten uit te drukken. Weer niet winnen van een tegenstander die is verlamd door ontzag en weer niet scoren tegen een tegenstander die op apegapen ligt. Gisteren was het 1-0 voor Nederland en leek het elftal spelenderwijs de Duitsers de oren te gaan wassen. Maar wie Duitse sportmensen heeft leren kennen, weet dat ze het sterkst zijn in verloren positie. Gisteren ook weer. Waarom hebben Nederlandse sportmensen in het algemeen en voetballers in het bijzonder deze noodzakelijke eigenschap niet?

Een ander verschil in mentaliteit tussen Nederlanders en Duitsers deed zich onder de toeschouwers gelden. Terwijl de Nederlanders zich weer lieten verleiden tot carnavalsliederen, hielden de Duitsers zich vanaf het begin bezig met het bekritiseren van hun voetballers.

De eerste foutieve Duitse actie werd al door de eigen aanhang onthaald op gefluit en gejoel.

Geen Duitse voetballer die zich gesteund wist door een positieve reactie of aanmoediging. Leedvermaak van het ergerlijkste soort daalde vanaf de eerste minuut op de Duitse voetballers neer. De Nederlandse vrolijkheid mag dan naief aandoen, het is altijd nog veel aangenamer voor de voetballers dan de beledigingen die de Duitse voetballers - hoe zwak spelend ook - zich moeten laten welgevallen.

De wisselwerking tussen supporters, media en voetballers leidde na afloop tot het boeiendste tafereel van deze avond. Mario Basler, 29-voudig international, speler van Bayern Munchen en gezegend met een fraaie traptechniek, speelde de hoofdrol. Supermario, zoals de 30-jarige voetballer met enig cynisme wordt genoemd, speelde weer een van zijn slechte wedstrijden. Hij speelde zo slecht, dat zelfs Teamchef Ribbeck zich afvroeg wat er met de toch als wispelturig bekend staande Basler aan de hand was geweest.

Toen alle (!) Duitse spelers tijdens de persconferentie op het podium waren geweest kwam Basler aan de microfoon. “Geen vragen over mijn prestatie astublieft', begon hij provocerend. Toen er toch vragen kwamen zei hij: “Ik was blij dat de trainer me wisselde toen ik net twee keer een bal aan een Hollander had gegeven.'

Basler was zich van zijn zwakke spel bewust. Had hij niet jolig zwaaiend en een beetje verontschuldigend afscheid genomen van het joelende en fluitende publiek? Toen een journalist hem wilde verwijten dat hij echt zwak had gespeeld, zei hij: “Wie bent u? Bent u van de pers? Ja? Dan moet u eerst maar een cursus volgen.'

Supermario zat klaar om terug te slaan en te spuwen: “Leuk volk die Duitsers, dinsdag na afloop van de training word je uitgescholden en uitgejouwd.

En als je voor de wedstrijd het stadion binnenkomt, fluiten ze. Dat vind ik nou zo leuk aan voetbal.' Mario kreeg een schouderklopje van bondscoach Ribbeck: Goed gedaan, jongen!

    • Guus van Holland