Een laboratorium in de tuin; Hoe en waar wordt grond getest?

Op de achterpagina van deze krant verschijnen met enige regelmaat stukjes van Maarten 't Hart waarin hij verslag doet van het wel en wee van zijn moestuin. Het is voornamelijk wee waardoor de schrijver getroffen wordt want voortdurend blijkt hij het slachtoffer van schier bijbelse plagen.

Horden van rupsen belagen zijn gewas en een leger van slakken maakt korte metten met zijn oogst. Jaar in jaar uit blijft de diepvrieskist leeg. Tot overmaat van ramp tuiniert de romancier op de laatste klei van Nederland in een omgeving die zelfs ver na de IJsheiligen nog door verraderlijke nachtvorsten wordt geteisterd. Geen malse sla die wil groeien, geen bloemkool die gedijt. Luid klinkt het geweeklaag.

Je ontmoet ze wel vaker, mensen die voortdurend klagen over de grond waarop zij tuinieren. Kwekers en anderen die beroepshalve vaak met gefrustreerde tuiniers te maken krijgen, hebben er een uitdrukking voor: de `bij-mij-doet-niets-het-brigade'. Sommige klagers hebben het inderdaad niet met de grond in hun tuin getroffen, maar veel vaker heeft dat geklaag niets met tuinieren uitstaande; het is een schreeuw om aandacht. En bovendien - moeilijke grond is niet hetzelfde als moeilijke voeten. Er is van alles aan te doen. Tuinieren is niet zozeer het zaaien en stekken en rommelen met leuke plantjes, maar veeleer het scheppen van de voorwaarden waarin die planten kunnen gedijen. Alles valt of staat met de gesteldheid van de grond.

Wie iets over het verzorgen van de grond wil leren, zou eens op een volkstuinencomplex moeten kijken. Daar vliegen de kluiten verteerde stalmest in het rond en dampt de composthoop. Bieten zo groot als voetballen worden daar geteeld en pompoenen ter grootte van een dwergnijlpaard. Instinctief lijkt de volkstuinier te weten hoe hij zijn grond moet verzorgen, maar in werkelijkheid is er op de volkstuin een groot reservoir van kennis waar iedereen uit kan putten en dat voortdurend wordt aangevuld.

Wie niet in een dergelijke sociale structuur tuiniert, heeft het moeilijker. Die haalt zijn kennis uit boeken, maar die geven zelden uitsluitsel. Wordt dat gele blad nu veroorzaakt door een geniepig virus of is het magnesiumgebrek? Humus en compost zijn goed voor de grond, dat weet iedereen, maar hoe weet je in hemelsnaam of je moestuin wel genoeg mangaan en ijzer bevat? Helpt kalk strooien tegen zure grond en kun je zure grond uberhaupt wel minder zuur maken, of kun je er maar beter mee leren leven?

Wie met dergelijke vragen worstelt kan terecht bij een laboratorium voor bodemonderzoek, voor een besmettingsadvies. Dat kost geld. Een doortimmerd advies kost tussen de f75 en f175, afhankelijk van het aantal eigenschappen waarop de grond wordt onderzocht. Soms komt de onderzoeker bij u aan huis, maar er zijn ook firma's die u zelf het zakje laat volscheppen en versturen. Zo'n advies is geen slechte investering, want u kunt er uw leven lang mee toe. Wilt u alleen maar weten wat de zuurgraad van uw grond is, dan kunt u in een tuincentrum een grondtestsetje kopen. Dat kost nog geen tientje en u schiet er weinig mee op. Maar het staat machtig interessant, zo'n onderzoek, vooral als u er een witte jas bij aantrekt.