Deze films zullen u schokken en boeien

Shockumentaries zijn documentaires waarin mensonterende toestanden uitvoerig in beeld worden gebracht.

IN DE ETALAGE van bioscoop Trianon in Leiden prikte de directie in de jaren zeventig kartonnen bordjes met sierletters tussen de filmfoto's - altijd dezelfde, in de loop der jaren verkleurd en kromgetrokken. “Het succesrijke boek, nu eindelijk weergaloos verfilmd', zei een zo'n bordje. Mijn favoriet was echter: “Deze film zal U schokken, maar ook eindeloos fascineren.'

Het zou niet misstaan bij de drie films die IDFA dit jaar vertoont onder het predikaat shockumentaries. Het zijn drie onderling zeer verschillende films (een ervan is trouwens een video), die gemeen hebben dat ze van de kijker incasseringsvermogen vergen. Mensonterende toestanden worden uitvoerig getoond.

De filmkijker is tegenwoordig wel iets gewend. In de hedendaagse speelfilm zijn gruwelijke scenes heel gewoon, meestal ter vermaak. Hoewel het onder filmtheoretici in de mode is een principieel onderscheid tussen speelfilm en documentaire te ontkennen - beide genres, zo heet het, kenmerken zich door manipulatie van de werkelijkheid met behulp van de camera - gaat dat voor gruwelfilms toch niet helemaal op. Aan documentaires worden eisen gesteld ten aanzien van de authenticiteit van beelden, en de kiesheid waarmee vreselijke werkelijkheden worden weergegeven.

Bij ontstentenis daarvan is er sprake van bedenkelijke trash, die als film minder serieus wordt genomen in de stijl van de jaren zestig gruwel-uitstalling Mondo Cane, of sensationele videoseries als Faces of Death.

Alom geaccepteerd is dat iemand zich een hele werkweek verheugt op de griezelfilmnacht met fonteinen van bloed en ijselijk schreeuwende slachtoffers. Maar degene die erop wordt betrapt zich uitstekend te vermaken bij de beelden van stervende Hutu's in Kisangani Diary - Loin du Rwanda zou toch allerwegen als een zonderling worden gezien.

Deze film, van de Duitser Sauper, laat de toestand zien van vluchtelingen uit Rwanda in Oost-Congo. Internationele hulpverleners in een treintje treffen in de binnenlanden honderdduizenden mensen aan, die langzaam omkomen door honger en ziekte, als ze al niet sneuvelen wanneer militaire groeperingen op hun kampement lukraak wat granaten afschieten.

Kisangani Diary - Loin du Rwanda toont aan dat echte lijken minder aangrijpend zijn om te zien dan stervenden, levende lijken. Beide komen uitvoerig in beeld soms - en dat is een aanvechtbaar punt in de film - in artistiek zwartwit.

Toch ontleent Saupers film zijn grote beklemming niet hieraan. Eerder is dat de gedwongen passiviteit van de toeschouwers - in eerste instantie de hulpverleners en de cameramensen die met hen reizen - die zich ook van de filmkijker meester maakt. Het aantal vluchtelingen is immers te groot en de omstandigheden in dit oorlogsgebied zijn te penibel om veel daadwerkelijke hulp te kunnen verlenen - wij weten dat nog vele duizenden Hutu's na deze opnamen in de jungle zijn omgekomen. Aan het eind van de film zeggen zij ons massaal vaarwel, vriendelijk zwaaiend naar de trein.

Vergeleken bij deze apocalyptische taferelen is Un crime a Abidjan van de Fransman Mosco Boucault bijna een verademing al is het even hemeltergend wat je te zien krijgt. Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust, is een van de vele plaatsen op deze aarde waar je na arrestatie op het politiebureau eerst in elkaar wordt gemept voordat het verhoor begint. Het blijft in Abidjan niet bij wat tikken of stompen verdachten worden eerst een nacht lang afgetuigd, voordat de eerste vraag wordt gesteld. Er is sprake van stelselmatige foltering, zodat verdachten op de derde dag van hun voorarrest niet meer kunnen lopen of zien.

Ook tijdens het verhoor wordt trouwens geslagen, met stokken en soms terwijl de arrestant omgekeerd wordt opgehangen.

De onderzoeksrechter die in Un crime a Abidjan wordt geportretteerd, staat voor een probleem dat zijn Nederlandse collega's niet kennen: te veel bekentenissen. Want om aan de folteringen te ontkomen, bekennen bijna alle arrestanten wat er aan hen wordt gevraagd. Tijdens de reconstructie van de moord blijkt pas dat zij onmogelijk ter plaatse kunnen zijn geweest. Wat voornoemde rechter er overigens niet van weerhoudt deze verhoormethoden tegenover de documentairemaker met overtuiging te verdedigen: als je komt uit een beschaafd land als Frankrijk heb je makkelijk praten, meent hij, in Abidjan moet je andere manieren vinden om wat te bereiken.

Dat deze film de kijker minder lamslaat dan die over de Hutu-vluchtelingen, komt omdat hij minder tot machteloos toekijken wordt gedwongen: er is stof tot allerlei gedachten over cultuurverschillen, de kwaliteit van het justitieel onderzoek en wat dies meer zij. Bovendien is Un crime a Abidjan gesitueerd in een levendige maatschappij, niet in een apocalyps. En ten slotte is de film over Abidjan onderdeel van een tweeluik en staat Boucault erop dat beide films steeds in een adem worden vertoond. Die andere film heet La fusillade de Mole Street en geeft een beeld van de werkwijze van de politiewerkgroep `onopgeloste moorden' in het Amerikaanse Philadelphia. Daar wordt niet geslagen - hoogstens een beetje psychologische druk uitgeoefend - maar de onvolkomenheid van het politiewerk en de uitzichtloosheid van de bestrijding van de jeugdcriminaliteit komen des te beter naar voren.

De vierde shockumentary is op het documentairefestival een beetje een buitenbeentje: in [geen titel], zoals de film merkwaardig heet, dolt de Nederlandse regisseur Cyrus Frisch rond met wat terminale junks chronisch zieken en gekken, die `echt' zijn.

Hij deed dat eerder in een theatervoorstelling, Jezus Liefhebber, waarvan [geen titel] deels een registratie is.

Ofschoon [geen titel] van de drie films zeker de minst interessante is, slaat Frisch in filosofisch opzicht zeker de spijker op de kop: is het eigenlijk wel verteerbaar om in het kader van een film daadwerkelijk bestaand leed en mensonwaardigheid breedvoerig te etaleren, zonder het minste uitzicht dat die etalage zal bijdragen tot een verbetering in de situatie van de getoonde slachtoffers? Worden misstanden daarmee niet tot een soort van grand guignol?

Maar aan de andere kant: betekent het feit dat wij als toeschouwers in een rustig welvarend land toch niets of weinig kunnen doen aan die honderdduizenden crepeergevallen in de rimboe, aan de strafrechtspleging in Abidjan, en aan de gekte om ons heen, dat we voor dat alles maar de ogen moeten sluiten?