Depressie treft ook het werk; Bedrijven ontberen antwoord op neerslachtige employe

Depressies zijn een belangrijke oorzaak van ziekteverzuim. Werkgevers en bedrijfsartsen kunnen hier weinig tegen doen.

Angst, alcoholverslaving en depressie veroorzaken eenderde deel van het ziekteverzuim. Angst en alcoholisme komen vaker voor, maar in Nederland melden vooral depressieve werknemers zich vaak en lang ziek blijkt uit onderzoek. In Groot-Brittannie en Duitsland ligt het ziekteverzuim door depressie lager. Werkgevers en bedrijfsartsen hebben er nog nauwelijks een antwoord op, bleek deze week op een symposium van de Depressie Stichting.

Depressie verschilt van stress, burn-out psychische vermoeidheid of overspannenheid, hoewel dit onderscheid niet altijd duidelijk wordt gemaakt. Psychiaters spreken van depressie als iemand lange tijd erg somber is en/of nergens meer belangstelling voor heeft. De stemming is nauwelijks te beinvloeden en de patient denkt alleen nog aan zichzelf.Ongeveer 750.000 mensen in Nederland zijn depressief onder wie naar schatting zes procent van de beroepsbevolking (ongeveer 390.000 mensen). Van die laatste groep werkt ongeveer eenderde gewoon door. Een kwart zit per jaar zes weken of langer thuis.

Vrouwen zijn vaker depressief dan mannen en blijven gemiddeld twee keer zo lang thuis. Volgens een meerderheid van de depressieve werknemers heeft de kwaal niets te maken met hun werk.

Jan Rodenburg, adjunct-hoofdredacteur bij het NOS-journaal: “We namen een nieuwe redactrice aan. Prachtige cv, veel ervaring. Ze kwam een dag en daarna bleef ze thuis. Na zes weken kwam haar man langs: het was depressie. Vier maanden later begon ze echt. Ze werd ingewerkt. Maar toen het allemaal een beetje draaide, werd ze weer vier maanden ziek. Toen heb ik een gesprek met haar gehad. Ze vertelde dat ze het eerder had gehad, dat het in de familie zat en dat het ernstig was met opnames.'

Wat moet een werkgever hiermee aan? Een `antidepressiebeleid' is onmogelijk, stelt psychiater W. van Tilburg. Daarvoor is de aandoening te persoonlijk. Hij bepleit aandacht voor kwetsbare groepen en voorlichting over de symptomen. “Niet allemaal in de Ziektewet stoppen, maar kijken of er een aangepast programma mogelijk is, zeker bij lichte depressies.' Huisarts V. Pop van de Depressie Stichting pleit voor “actieve opsporing' door werknemers vragenlijsten te laten invullen. Zo kan worden vastgesteld of ze het risico lopen depressief te worden of al klachten hebben. Werkgevers zijn sceptisch. Rodenburgs depressieve redactrice ging `therapeutisch werken' onder het motto `Kom eens langs, kijk maar wat je kunt doen'. Rodenburg: “Het incasseringsvermogen van een organisatie is niet onbeperkt, je gaat er rekening mee houden dat je niet honderd procent op iemand kunt rekenen. Dat leidt ook tot frustratie bij de werknemer. De rol die hij wil spelen wordt steeds weer afgebroken. Als de aanleiding niet in het werk zit, kun je niets doen.'

Ook bedrijfsarts J. Schreurs van Arbo-Unie Midden- en Zuid-Gelderland vindt depressies geen zaak voor werkgevers. “Laten we in godsnaam niet de weg opgaan dat bedrijfsartsen zich bezighouden met de emotionele gesteldheid van iedere werknemer. Depressief geweest zijn is in de meeste competitieve bedrijven nog steeds een teken dat je een watje bent en het is verdomd moeilijk om terug te komen. Een bedrijf moet zich in de eerste plaats druk maken om te voorkomen dat mensen ziek worden van wat ze doen in het bedrijf.'

Maar verzekeraars denken daar anders over. “Een stukje verantwoordelijkheid ligt wel degelijk bij de werkgever', vindt J.

Ekering van Levob Verzekeringen. “Arbodiensten moeten werkgevers duidelijk maken dat hoe mensen in hun vel zitten essentieel is voor het voortbestaan van hun bedrijf.'

Georg Klappe bedrijfseconoom, is voor zichzelf begonnen. In 1980 werd hij voor het eerst depressief. Na een opname van drie maanden in een psychiatrisch ziekenhuis kon hij terugkeren in zijn bedrijf, maar wel in een lagere functie. Een ander bedrijf nam hem aan, op de hoogte van het feit dat hij depressief was geweest. Na een paar jaar keerde de depressie terug uiteindelijk zo ernstig dat hij in de WAO terechtkwam. Drie jaar geleden heeft hij een bureau opgericht voor als hij `goed' is; hij begeleidt mensen die zijn vastgelopen in een organisatie. Klappe: “Af en toe dient de depressie zich nog aan. Ik voel me heel moe, ik beweeg traag en stroperig. Ik kan niets meer doen, lees niets meer, hou de dingen niet meer bij. Dan zit ik maar te wachten tot het overgaat.'