De Bitterzoet: intrige als cryptogram; Hollandia speelt Dennis Potter in volmaakte regie

De duivel is ook een engel. Hij kan de moeder van een dochter, die na een zwaar auto-ongeluk geestelijk zwaar beschadigd is, weer laten dansen als een jong meisje. Haar verbitterde vader kan hij weer optimisme geven. En, tot slot, geeft hij het mentaal verlamde meisje weer haar verstandelijke vermogens terug. Maar hij blijft een duivel.

De Britse toneelauteur Dennis Potter (1935-1994) schreef met De Bitterzoet, oorspronkelijk Brimstone & Treacle geheten, een spookachtige vertelling over goed en kwaad, met surrealistische trekjes. De volmaakte regie van Theatergroep Hollandia en het Vlaamse Theater Antigone toont ons eerst het middenstandsgezin Broex in al zijn benepen burgerlijkheid en verslagenheid. “Spijt kun je niet proeven,' antwoordt Bert Luppes wanneer zijn vrouw, Frieda Pittoors, hem 's avonds een koude boterham voorzet. De breedbeeld-tv staat half verscholen achter een zwarte bank. Het versleten interieur draagt het patina van talloze uren verdriet.

Terwijl Pittoors en Luppes hun aloude loopgravenoorlog voeren, maakt hun dochter spastische bewegingen; ze is `verdwenen'. Haar mond kan alleen maar kreten uitstoten. Het witte ziekenhuisbed staat als een offertafel in de huiskamer. Carola Arons begeleidt met kreten en het roffelen op de lakens de echtelijke ruzie. Drummer en co-regisseur Paul Koek (naast Johan Simons) heeft van haar bed het drumstel gemaakt, dat hij het liefst zelf zou bespelen. Het effect is groots en pijnlijk. Ondertussen wiegt Pittoors met haar hoofd heen en weer, alsof ze in zichzelf een muziekje hoort.

De indringer Fedja van Huet is hier de duivel, die voorgeeft de jeugdvriend van het meisje te zijn. Zijn werkelijke missie weet hij op slinkse wijze te verhullen: hij wil haar verkrachten.

Als hij de moeder eindelijk de deur heeft uitgemanoeuvreerd, voltrekt hij zijn daad. Van Huet acteert listig zijn dubbelrol. De ideale schoonzoon enerzijds de van seks bezeten, met zijn tong vibrerende jongeman anderzijds. Er volgt zelfs een scene waarin Pittoors en Van Huet als duiveluitdrijvers aan het voeteneind van het ziekbed zetten. Het gaat stormen en regenen alsof ze een zwarte satansmis opvoeren.

De spanning in De Bitterzoet vindt haar oorzaak in de snelheid waarmee goed en kwaad stuivertje wisselen. Theekopjes rinkelen alsof ze ook door het kwaad zijn bezocht. Een stofzuiger begint uit zichzelf te loeien. Vlak voor het slot lijkt iedereen zich met elkaar in een dronkemansscene te verzoenen. Nacht. Stilte. In het donker stort de jongen zich op het meisje. Gegil. Hij rent weg. De voorstelling wordt een film.

In het licht zitten de ouders aan het bed. Ze kan ineens praten. “Papa, wat is er gebeurd? Was jij het?' Cruciale zin: heeft hij met haar incest gepleegd, veroorzaakte hij misschien het ongeluk? Het blijven suggesties - maar dan wel heel aangrijpende. De moeder die ooit op dit ogenblik van verstandelijk inzicht hoopte, verandert hierdoor in een tragisch figuur. De vader houdt vol dat er niets gebeurd is, en dat verklaart zijn gedrag vol opgekropte woede en verstikkend isolement.

De Bitterzoet heeft de ingenieuze intrige van een cryptogram; de voorstelling herinnerde aan Cryptogram van David Mamet, ook al zo'n stuk vol spankracht van het geheimzinnige. Het is, door Koek en Simons, ook moedig geregisseerd theater. Ze schuwen in de uitbeelding van de personages het karikaturale niet. En juist hieraan ontleent De Bitterzoet haar intensiteit: met het om geestelijke redenen `verdwenen' meisje in hun midden proberen ze een kapot leven weer op te bouwen.