Cultuur verbindt Spanje en Holland

Terwijl Spanje de 400ste sterfdag van koning Filips II herdenkt, viert ons land dat 350 jaar geleden een einde kwam aan de Tachtigjarige oorlog - de overwinning van de Republiek der Zeven Verenigde Provincien op Spanje. Beide herdenkingen leiden nu tot een culturele uitwisseling tussen de voormalige vijanden.

Vanmiddag openen de Spaanse koning Juan Carlos en koningin Beatrix in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een tentoonstelling over Spaanse literatuur, theater en beeldende kunst met onder andere een aantal schilderijen van Velasquez.

In Spanje is nu voor het eerst een Spaanse vertaling verschenen van werk van Gerbrand Adriaensz Bredero, een van Nederlands grootste toneelschrijvers uit de Gouden Eeuw. De in Madrid wonende neerlandicus en dramaturg Ronald Brouwer nam het initiatief tot de vertaling van twee stukken van Bredero, De Spaansche Brabander en De klucht van de koe. De volkse jool van de ras-Amsterdammer Bredero (1585-1618) kan alsnog zijn premiere beleven in de taal van de toenmalige vijand.

Bij de presentatie van de Bredero-vertaling nam Spanje eindelijk in de eigen taal kennis van een tafereel uit De Spaansche Brabander. De toeschouwers in de Madrileense kunstenaarssocieteit zagen een scene waarin Jerolimo, de Spaanse Brabander, onder de geamuseerde belangstelling van zijn `knecht' Robbeknol de snollen Bleecke An en Trijn Jans probeert te versieren. Vervolgens maakt hij zich vroegtijdig uit de voeten zodra blijkt dat er geld betaald moet worden. Het selecte Spaanse publiek kon de directe humor van Bredero wel waarderen.

Brouwer in Brabant geboren en sinds zeven jaar als dramaturg werkzaam in Spanje herkent zich niet in De Spaansche Brabander. Jerolimo Rodrigo, Bredero's Brabander, is een Antwerpenaar. De Spaanse titel is nu ook El Flamenco Espanol, letterlijk: De Spaanse Vlaming. Het is een dubbele kunstgreep: Flamenco doet de gemiddelde Spanjaard veel duidelijker aan de Nederlanden denken dan het letterlijk vertaalde `Brabanzon'.

Vertaling is invulling Spaans-Nederlandse cultuur

vervolg van pagina 1

In tegenstelling tot de moeite die dit jaar in Spanje werd genomen om het beeld van de ascetische koning Filips II enigszins op te fleuren, trok de driehonderdvijftigste verjaardag van de vrede van Munster vrijwel ongemerkt aan de Spanje voorbij. De bezegeling van de totale nederlaag in het Noorden, onder Filips II in gang gezet, laat nog altijd een gapend gat achter in het Spaanse historisch bewustzijn. De Tachtigjarige oorlog eindigt voor de meeste Spanjaarden in een mist die pas weer optrekt rond het vormen van de Benelux.

De primeur van de Spaanse vertaling van twee klassieke blijspelen die Bredero schreef gedurende het Twaalfjarig Bestand, vult dan ook op toepasselijke wijze een omissie in de Spaans-Nederlandse culturele uitwisselingen. “Er was tot dusver nooit Nederlands toneel vertaald uit onze Gouden Eeuw', verklaart vertaler Brouwer (1964) zijn inititatief. “In Vondel had ik weinig zin en de eerste titel die me te binnen schoot was De Spaanse Brabander.'

Met merkbaar plezier hebben Brouwer en zijn Spaanse medevertaler Ignacio Garcia May zich aan het werk gezet en Bredero omgezet in een vlot en hedendaags Spaans. Dat mag een prestatie heten, want wie de Nederlandse tekstuitgaven van Bredero opslaat merkt al snel dat omzetting van het zeventiende eeuwse Nederlands in de hedendaagse taal vaak gepaard gaat met verlies aan taalmelodie en betekenis.

In het geval van De Spaanse Brabander komt daar nog eens bij dat de titelfiguur door Bredero nadrukkelijk een fonetisch Antwerps accent is meegegeven, gemengd met de gemaniereerde deftigheid van de geboren kruimeloplichter. De kunstgreep in het Spaans werd gevonden in een fictief, exotisch half-dialect.

“We hebben Jerolimo een mengsel van Franse, Italiaanse en Catalaanse taalinvloeden meegegeven', aldus Brouwer.

Woorden zijn verbasterd en zinsconstructies worden in deze vertaling kleurrijk. Zo wordt de openingsregel “'t Is wel een schoone stadt, moor 't volcxken is te vies/ In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies' vertaald als “Si bien Amsterdam es fermosa, su gente resulta basta/ En Flandes por contra somos casi todos de casta'.

Voor De klucht van de koe maakte Brouwer voor zijn Spaanse vertaalpartner van de zevenhonderd verzen een globale vertaling, inclusief een uitleg van de grappen. Beiden maakten op basis hiervan afzonderlijk een Spaans vers, legden de versies naast elkaar en werkten het resultaat uit tot een definitief vers.

In het geval van De Spaanse Brabander, met zijn 2300 verzen, was het een wat bewerkelijke methode om een integrale vertaling te maken. En dus werd in dit geval van Spaanse zijde gebruik gemaakt van een bestaande vertaling in het Engels als basis.

De twee blijspelen contrasteren sterk met gelijksoortig werk van Spaanse bodem. Hoewel Bredero voor zijn Spaanse Brabander vrijelijk gebruik maakte van een hoofdstuk uit de Spaanse schelmenroman Lazarillo de Tormes, is de toon en inhoud duidelijk verschillend. Terwijl de Spaanse toneelstukken opvallen door hun meer gedragen toon, zijn het bij Bredero vooral de alledaagse scenes, de platte spraak, het geklaag over vreemdelingen en andere vroeg 17de-eeuwse sores en ongecompliceerde lol die overheersen.

Het is een oud-Hollands gevoel voor humor dat vandaag de dag opmerkelijk genoeg meer appelleert aan de gemiddelde Spanjaard dan aanslaat in het noorden. “Er is hier misschien een ander gevoel voor humor, veel directer', meent Brouwer voorzichtig.

“In Nederland zal men nu niet snel meer om Bredero lachen. Ik denk dat het voor de Spanjaarden wellicht meer aansluit bij wat zij leuk vinden.'

Het mag opmerkelijk heten dat de vertaling - met steun van de Nederlandse ambassade, het bedrijfsleven en het Nederlands literair productie- en vertalingenfonds - anno 1998 alsnog tot stand komt. Nederland wil zijn eigen klassiekers nog wel eens vergeten. “Terwijl het hedendaagse toneel in Nederland een uitstekend niveau kent, is er een absoluut gemis aan het opvoeren van klassiekers als Bredero', erkent Brouwer.

In Spanje is de situatie precies omgekeerd: onder de conservatieve regering Aznar is het moderne toneel vrijwel tot stilstand gekomen, maar mogen de klassiekers zich in een warme belangstelling verheugen. Met de Spaanse Koninklijke hogeschool voor drama wordt onderhandeld of Bredero volgend jaar zijn toneelpremiere zal krijgen tijdens het het festival voor klassiek toneel in Almagro.