Bruine puistenkop op waarde geschat

Zo'n tien jaar geleden voer ik een week mee op een Texelse viskotter. Dit om met een krachtige waterstraal de gevangen vissen van het wier, plastic zakken en motoronderdelen te scheiden. Er bleken veel meer vissoorten in de Noordzee te zitten dan de bekende poster van het Nationaal Visbureau suggereert. Het was leuk werk - nu ja, behalve dan toen er een vliegtuigbom uit het net in de verzamelbak kieperde. Na enkele dagen was de complete inhoudsopgave van North-Atlantic Seafood uit het net geschud.

Kabeljauwen, tarbotten, stekelroggen, zeedonderpadden, tongscharren neustongen, allemaal verdwenen ze, ontdaan van ingewanden, het vriesruim in. Er zaten ook veel zeeduivels tussen, maar die werden behalve gekaakt tevens onthoofd. “Te lelijk', zeiden de vissers ter verduidelijking. “Die gingen nog maar kort geleden altijd over de reling. Niemand die ze wilde eten.'

De zeeduivel is met zijn donkerbruine puistenkop en woeste muil inderdaad de meest afzichtelijke vis van het noordelijk halfrond en dat is niet goed voor het opwekken van de eetlust. Daarom is trouwens ook dat experiment om de Afrikaanse meerval op de markt te brengen mislukt: best lekker, zeker als ze gerookt zijn, maar die snorharen en dat slijmerig voorkomen maakt ze afstotend. Om die reden zul je dus integrale zeeduivels nooit in de koelvitrine van de vishandel aantreffen, maar uitsluitend de rompen, wegens de gelijkenis `hammetjes' geheten.

Intussen heeft de vis een stormachtige carriere gemaakt. Zeeduivel is een delicatesse. En eigenlijk is het, behalve voor de visserijsector, ook voor de consument wel aardig dat er daarvan af en toe nieuwe bijkomen.

De zeeduivel-medaillons in balsamico-saus - U dacht al: waar blijft de tent in kwestie toch? - die `De Torpedoloods' serveert bewijzen weer eens dat wanstaltigheid van de vis zijn smaak-status niet in de weg hoeft te staan. Stevig vlees, met een autonome smaak die eigenlijk niet door saus - deze niet te na gesproken - hoeft te worden opgekrikt. Deze kok weet terdege hoe je met vis moet omgaan. `De Torpedoloods' was zulks in het negentiende-eeuwse fort in Hoek van Holland. Het omvangrijke bakstenen gebouw ligt pal aan de Nieuwe Waterweg en de Berghaven.

Gedurende de hele avond glijden er dof dieselende zeekastelen langs. En dat is een leuk gezicht.

`De Torpedoloods' is fraai ingericht: de opbouw en eveneens bakstenen vloeren zijn in oorspronkelijke staat gehouden. De tafels zijn van hout, de stoelen van riet. We kwamen hier eigenlijk voor de `Grand Pub' - belachelijke naam trouwens - die ook in het pand zit, of voor het grote terras met uitzicht maar de kaart was te veelbelovend om alleen maar in het natte gedeelte te blijven hangen. Uitermate druk is het er niet. Er zitten wat damesgroepen en verder wat mensen die zo te zien een goede zakenweek afsluiten.

Het andere hoofdgerecht dat we bestellen, is tournedos met uiencompote. Vooraf hadden we uitstekende lamsham met vijgensaus, en vitello tonato met kappertjes en flinters paprika. Dit `getonijnd kalfsvlees' was zeldzaam goed, honderdmaal beter dan wat een gemiddelde `Italiaan' voorschotelt. In totaal waren we, inclusief een fles Pinot Blanc, iets meer dan f150 kwijt.

Om kort te gaan: de regio Rotterdam heeft er een aantrekkelijk etablissement bij. En niet alleen de Maasstad: voor wie per nachtboot naar Engeland wil, is deze gelegenheid uitermate gunstig gelegen. `De Torpedoloods' biedt een uitstekende mogelijkheid het friet- en varkenshaas-schrikbewind van de ferry-keukens te ontlopen.