Blair trekt wet in na afkeuring Hogerhuis

De Britse regering heeft een wetsvoorstel over de komende Europese verkiezingen voorlopig ingetrokken, nadat het Hogerhuis het gisteren voor de vijfde keer had afgewezen.

Het is de eerste grote nederlaag voor de Labourregering sinds haar aantreden in 1997. Premier Blair zei dat de uitslag bewijst dat de 750 adellijke Lords hun erfelijke stemrecht in het Hogerhuis ontnomen moet worden. “Hiermee hebben zij hun doodvonnis getekend', aldus een regeringswoordvoerder.

De meeste van de 212 tegenstemmen (183 voor) kwamen van deze erfelijke peers, die in meerderheid Conservatief zijn. Hun tegenstem - “de laatste brul van de dinosaurussen', kopt The Independent vanmorgen - was een voorproefje van het verzet tegen Blairs hervormingsplannen voor het Hogerhuis. Het is echter onduidelijk of de `erfelijke stem' de doorslag gaf, omdat partijloze Lords, bisschoppen en dissidente Labour-Lords in het Hogerhuis ook tegen het voorstel stemden.

De wet voorzag bij de Europese verkiezingen van juni 1999 in een systeem van door de partij opgestelde kieslijsten. Britten zouden dan op een partij stemmen, zoals ook elders in Europa gebeurt, en niet langer op een individuele kandidaat. Zo wilde Labour een begin maken met de introductie van evenredige vertegenwoordiging, een van zijn verkiezingsbeloften. De wet zou volgens de Lords te veel macht geven aan `partijbonzen' die de kandidatenlijst opstellen.

Onduidelijk is of de regering de wet opnieuw aan de Lords zal voorleggen, en zo ja, of die nog op tijd aangenomen kan worden om volgend jaar in werking te treden. Lord Cranbourne, leider van de Conservatieve fractie, en andere invloedrijke Tories zeiden gisteren dat het standpunt van de Lords nu wel duidelijk is en dat zij niet langer moeten tegenstribbelen. De wet zou de Conservatieven bovendien meer zetels in het Europese Parlement bezorgen.