`Bij Srebrenica wellicht C-wapens'

De Bosnische Serviers hebben bij de val van de enclave Srebrenica in 1995 mogelijk chemische wapens gebruikt. Dat is de conclusie van een rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, dat vandaag in Den Haag is gepresenteerd. Human Rights Watch roept de internationale gemeenschap op de zaak nader te onderzoeken.

“Waterdicht bewijs hebben we niet boven water gekregen', zegt directeur J. Hiltermann: “Maar we vinden dat er zoveel aanwijzingen zijn dat nader onderzoek absoluut noodzakelijk is. Daar hebben wij de mogelijkheden niet voor. Maar met dit rapport kunnen wij mogelijk andere partijen mobiliseren.'

Al direct na de val van de enclave circuleerden er geruchten dat de Bosnische Serviers chemische wapens hebben ingezet tegen de moslims, die probeerden naar Tuzla, in moslimgebied, te vluchten. Overlevenden vertelden over granaten die een vreemde rook verspreidden en over hallucinaties.

Human Rights Watch ondervroeg in 1996 35 overlevenden van de tocht naar Tuzla. Volgens de organisatie valt uit deze getuigenissen af te leiden dat de Bosnische Serviers mogelijk gebruik hebben gemaakt van het gas BZ, een LSD-achtige stof die het zenuwstelsel in de war stuurt.

Het Joegoslavische leger beschikte over grote hoeveelheden van dit chemische wapen, zo blijkt uit het onderzoek. Handleidingen van het leger noemen dat BZ bijzonder geschikt om grote groepen te desorganiseren en op te breken in kleinere groepjes. “BZ was voor de Bosnische Serviers het ideale wapen om de grote kolonne vluchtenden te verspreiden', zegt de onderzoeker E.J. Hogendoorn: “De Serviers beschikten over relatief weinig manschappen. Door de bebossing rond Srebrenica konden ze nauwelijks gebruik maken van hun zware wapens.'

Toch zijn de getuigenverklaringen geen onomstotelijk bewijs, aldus Human Rights Watch. De hallucinaties zouden ook veroorzaakt kunnen zijn door de fysieke en geestelijke ontberingen tijdens de vlucht. Human Rights Watch vindt daarom dat er sporenonderzoek moet plaatsvinden naar de resten in de massagraven. Ook zouden Servische verdachten van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden moeten worden ondervraagd.