Acosta zet volleybal op z'n kop; Voorzitter zorgt voor verwarring met steeds weer nieuwe spelregels

Bij het WK volleybal in Japan gaan de sets voor het laatst tot vijftien punten. In geen enkele andere sport worden er zoveel regels veranderd. De invloed van de grote baas Ruben Acosta kent geen grenzen. Draaft hij te ver door?

Er zijn van die regels in de sport die bijna iedereen kent. Zo gaan de sets bij tafeltennis tot 21 punten, die bij volleybal tot vijftien. Maar dat laatste gaat na vijftig jaar veranderen. De almachtige president van de internationale volleybalfederatie (FIVB), Ruben Acosta, heeft bepaald dat de sets in de toekomst tot 25 gaan. Alle volleyballers in de wereld dienen zich maar even aan te passen.

Acosta poogt al jaren van volleybal een swingende, kijkvriendelijke sport te maken. Soms voert hij goede dingen door, soms draaft hij door. De kleine Mexicaan bemoeit zich tegenwoordig zelfs met de kleding van de spelers en speelsters. Deze maand deelde de `modepolitie' van Acosta bij het wereldkampioenschap in Japan boetes uit aan ploegen die er niet gestroomlijnd genoeg uitzagen. De FIVB-president moest het ontgelden en werd voor oude viezerik uitgemaakt omdat hij de volleybalsters in strakke pakjes wil zien spelen. Acosta reageerde met de opmerking dat hij “te oud voor seks is' en alleen in het belang van het volleybal handelt.

De regel om in de toekomst niet alleen de vijfde set, maar de volledige wedstrijd volgens het rally-pointsysteem (rps) - elke bal een punt in plaats van alleen met eigen service - af te werken, lijkt op zich goed voor het volleybal. Soms duren duels inderdaad veel te lang. Alleen is het de vraag of het wel zo verstandig van Acosta is om de sets tot 25 punten - alleen de vijfde set blijft tot vijftien - te laten gaan.

Toon Gerbrands de Nederlandse bondscoach, vindt de nieuwe puntentelling een misser. “Een punt voor elke bal is prima. Dat is voor iedereen makkelijk te begrijpen. Maar met sets van 25 punten ben ik het niet eens. Als een ploeg in een set drie of vier punten voorsprong neemt, is het beslist en kan het tot de 25 ook nog heel langdradig zijn.

Ik ben voor het handhaven van de vijftien punten en dan om vier gewonnen sets spelen.'

Gerbrands praat over spektakel. “Daar draait het allemaal om. Je moet mensen spektakel bieden, zo simpel is het.' Hij verwijst naar het biljarten. “Bij die sport hebben ze het goed gezien', zegt Gerbrands. “Daar zijn ze bij het driebanden van zestig caramboles naar korte sets van vijftien overgestapt. Zelfs ik kijk nu weleens naar biljarten. Het is gewoon spannend. En kijk eens naar het geld dat tegenwoordig in die sport omgaat.'

Gerbrands las tijdens een bezoek met zijn kinderen aan Disneyworld de eerste zin van het programmaboek en zag daar een overeenkomst in met de sport. “Het moet een leuke dag worden.' En daarvoor mogen van de bondscoach best wat foefjes worden gebruikt. “Waarom stel je een ploeg die een set met 15-0 wint niet een premie van 100.000 dollar in het vooruitzicht? Zoals bij een hole-in-one bij het golfen. Dan wordt zo'n saaie set ook weer spannend voor het publiek. Kunnen ze de nul houden of niet?'

Gerbrands erkent dat volleybal terrein verliest in het harde gevecht om de aandacht van het publiek. De sponsors staan niet bepaald in de rij. Wat dat betreft begrijpt de lange Haarlemmer de pogingen van Acosta wel. “Alleen zou je een keer in de vier jaar op een congres de regels moeten vaststellen. En niet, zoals nu, op elk moment. Zo spring je van de hak op de tak. Niemand weet meer waar hij aan toe is. Het lijkt wel of er collectief paniek is uitgebroken.' Voor Gerbrands staat dan ook lang nog niet vast of de ingevoerde sets van 25 punten stand zullen houden. “Misschien proberen ze het straks wel tot de 21. Alles kan.'

“Het probleem is', vervolgt Gerbrands, “dat Acosta alleen maar ja-knikkers om zich heen heeft verzameld.

Niemand durft hem tegengas te geven.' Zelf sprak de Nederlandse bondscoach de FIVB-voorzitter twee keer onder vier ogen. “Gewoon met een kop koffie erbij. En dan blijkt hij best wel te luisteren. In een gezelschap hoef je bij mensen zoals hij niets te proberen. Zij zien alles gelijk als een aanval.'

Gerbrands pleitte er destijds bij Acosta voor om de belachelijke tijdregel - na 25 minuten zou in een set ineens het rally-pointsysteem gaan gelden - te vergeten. Hij weet niet of het door hem kwam, maar die wijziging werd uiteindelijk toch niet doorgevoerd.

Maar Acosta blijft een wispelturig man en de vraag is hoe ver hij nog zal gaan met het veranderen van de regels? Oud-international Ron Zwerver, die zijn nadagen in het volleybal in Belgie slijt, voorspelt dat er een tijd komt dat elke speler een vaste plaats in het veld krijgt en er niet meer zal worden doorgedraaid. Het zou volgens hem passen in de wens van Acosta om grote helden in zijn sport te krijgen. Gerbrands gaat mee in de gedachte van Zwerver. “Het invoeren van de libero is misschien de eerste stap in het creeren van specialisten.'

De regel met de libero werd dit jaar definitief ingevoerd. Deze speler mag onbeperkt in het achterveld worden ingebracht, maar het is hem niet toegestaan aan te vallen en te serveren. En zo hebben in het topvolleybal ineens niet alle spelers van een ploeg meer hetzelfde shirt aan omdat de libero een afwijkend tenue behoort te dragen. Het lijkt een beetje op circus. Bovendien schiet deze regel zijn doel voorbij. De libero kwam er om de fysiek mindere ploegen, zoals de Aziaten, te helpen bij het verdedigen. Maar nu blijkt dat hij ook in offensief opzicht van groot nut kan zijn.

Zo zorgt Marko Klok bij Nederland er voor dat de opslagen van de tegenpartij meestal keurig terechtkomen bij spelverdeler Latuhihin die vervolgens de aanval opzet. Gerbrands heeft veel plezier van zijn libero en lacht zich dood.

Over het effect van de regel met het constante rally-pointsysteem valt straks in ieder geval niet te twisten. De volleybalwedstrijden zullen korter worden en daar is niemand rouwig om.