Wat moeten wij ouders met die kwaliteitskaart

Mijn dochter zit in groep 8 van de basisschool en dus kreeg ik deze week met 80.000 andere ouders de spiksplinternieuwe Kwaliteitskaart. Deze uitvinding van Tineke Netelenbos in haar vorige functie als staatssecretaris van Onderwijs blijkt geen kaart te zijn, maar een zestiendelige, duur uitgegeven publicatie. Hierin worden alle scholen voor voortgezet onderwijs in ons land vergeleken met het doel ouders en leerlingen te helpen bij de keuze van de middelbare school.

Ikzelf ontving deel 8, een 122 bladzijden tellend rapport dat de 94 (vestigingen van) scholen in mijn regio (Den Haag, Leiden, Delft en Zoetermeer) behandelt.

Om de kwaliteit van al die scholen te meten en vervolgens te vergelijken is gebruik gemaakt van allerlei gegevens, onder meer over het zittenblijven van leerlingen, de doorstroom naar boven (van mavo naar havo, van havo naar VWO) en de examenresultaten. “Wij vinden deze publicatie adequaat, passend en behulpzaam', verklaarde de hoofdinspecteur van het onderwijs Meijerink bij de presentatie van de Kwaliteitskaart.

De vraag is: adequaat, passend en behulpzaam voor wie? Het eigen huisorgaan van het ministerie `Uitleg' waarschuwde op 23 september al dat “niet iedereen de informatie probleemloos zal kunnen begrijpen en verwerken'.

Dat is zwak uitgedrukt. Want je moet van goeden huize komen om de kleine lettertjes en de toelichting op de berekeningen te begrijpen. Als die al toegelicht worden, want van sommige rekenmethodes van de Inspectie wordt niet eens melding gemaakt. Inmiddels is de kritiek op de Kwaliteitskaart dan ook losgebarsten. Deze richt zich vooral op de opmerkelijke conclusie dat er geen slechte scholen zouden zijn. Nadere bestudering leert namelijk dat de Inspectie gewoon een handje heeft geholpen om dit vreugdevolle resultaat te bereiken. De gegevens over de doorstroom naar boven en over extra vakken zijn daartoe stelselmatig als `gemiddeld' gewaardeerd, ook al is er geen doorstroom en zijn er geen extra vakken. Een lagere score wordt niet weergegeven. En over de uitstroom (jargon voor uitval van leerlingen), een belangrijk gegeven waarover ouders graag willen beschikken, zegt de Kwaliteitskaart juist niets.

Dat is niet alles. Want uit een interview met diezelfde Meijerink blijkt dat de door de scholen geleverde cijfers `broodnodig nuancering' behoefden en daarom zijn de gemeten prestaties `gecorrigeerd'.

Het voert te ver hier op al deze ingewikkelde correcties in te gaan, maar twee ervan wil ik graag noemen, omdat ze tot nu toe onderbelicht zijn gebleven.

Om te beginnen worden confessionele scholen strenger beoordeeld dan openbare scholen. De redenering hierachter is als volgt: uit onderzoek blijkt dat confessionele scholen landelijk gezien beter presteren dan openbare. Meijerink zegt daarover: deze factor (de confessionaliteit) `is objectief van invloed gebleken op de schoolprestaties'. Conclusie: dus is het normaal dat een confessionele school beter presteert. En de consequentie is dan: dus krijgen de confessionele scholen minder punten op de kwaliteitskaart. Alsof het een natuurwet is die maakt dat confessioneel onderwijs beter presteert!

Eenzelfde redenering wordt toegepast op zelfstandige gymnasia. Deze scholen doen het landelijk gezien veel beter dan andere scholen. De Inspectie concludeert: dus moeten deze scholen veel strenger worden beoordeeld. Zo worden ze gestraft voor de kwaliteit die zij leveren.

Ik vind dit nogal wat. Mij is altijd geleerd dat men twee of meer zaken alleen kan vergelijken als dezelfde criteria worden gehanteerd. De geheel eigen methode van de Inspectie zou evenwel - indien elders toegepast - tot wonderlijke resultaten leiden. Het zou bijvoorbeeld beteken dat bij de Olympische Spelen Carl Lewis op de 100 meter sprint weliswaar als eerste aankomt, maar een seconde van zijn tijd moet bijtellen omdat hij telkens wint.

Het kiezen van een middelbare school is voor ouders en leerlingen vaak niet gemakkelijk. De Kwaliteitskaart is bedoeld om daarbij te helpen. Maar wat heb ik als ouder aan zo'n rapport? Wat heb ik te maken met de weegfactoren van het departement? Ik wil gewoon de objectieve feiten. Maar deze publicatie is niet objectief in de betekenis van het woord die een normaal mens eraan toekent. Zij is daarom in de praktijk misleidend.