Tsjetsjenie op rand burgeroorlog

Een “strijdplan tegen de criminaliteit' moet in Tsjetsjenie de politieke gemoederen kalmeren - en een burgeroorlog voorkomen.

Het “strijdplan' van president Aslan Maschadov is zijn zoveelste poging om greep te krijgen op de ontwikkelingen in zijn land. Sinds de beeindiging van de oorlog met de Russen in 1996 is het in Tsjetsjenie geen moment rustig geweest: het land is bij voortduring ten prooi aan chaos en anarchie. Legerleiders hebben noch hun eenheden ontbonden, noch hun wapens neergelegd. Ze zijn integendeel voor zichzelf begonnen: ze controleren met hun milities elk hun eigen gebied, in rivaliteit met collega's in aangrenzende regio's en het centraal gezag. Noodtoestanden noch strafexpedities, uitgaansverboden noch mobilisaties van reservisten dreigementen vanuit Grozny of veroordelingen-bij-verstek hebben daarin verandering gebracht.

Een functionerende economie is er niet: wat er was, is in de oorlog tegen de Russen vernield en er is sindsdien niets opgebouwd. De krijgsheren en clanleiders verdienen grof aan de smokkel van wapens en drugs, het aftappen van olie en de ontvoeringsindustrie waarbij miljoenen aan losgeld wordt opgestreken. Vorige week werden veertien ontvoerde mensen bevrijd - onder wie president Jeltsins speciale gezant voor Tsjetsjenie - maar op dit moment worden nog zevenhonderd mensen door ontvoerders vastgehouden - kapitaalkrachtige Tsjetsjenen, maar ook Russen en buitenlandse hulpverleners.

De criminaliteit de wetteloosheid en de anarchie hebben de afgelopen twee maanden een politieke component gekregen. In september eiste een congres van oorlogsveteranen het aftreden van Maschadov. Dat gebeurde op aandringen van twee helden van de onafhankelijkheidsoorlog: Sjamyl Basajev en Salman Radoejev, die hun heldenstatus vooral ontlenen aan spectaculaire massagijzelingen in Rusland tijdens de oorlog.

Radoejev vond dat Maschadov met zijn pogingen, de war lords tot onderwerping aan het centraal gezag te bewegen, de Tsjetsjeense grondwet heeft geschonden. De president, aldus Radoejev in september, moet aftreden en wegens “misdaden tegen het Tsjetsjeense volk' worden vervolgd. Basajev, die de eerste helft van dit jaar premier onder Maschadov is geweest, verweet de president dat hij zich “verwijdert van het volk' en dat hij “verraad' pleegt door zijn contacten met Moskou.

Het was het openingsschot in een oorlog die sindsdien zodanig is geescaleerd dat een burgeroorlog verre van ondenkbaar is. Maschadov ontstak in woede, vooral over Radoejevs opmerkingen. Radoejev, zei hij, “verdient het op het centrale plein van Grozny te worden doodgeschoten'.

Eind vorige maand kwam het tot geweld. Op 25 oktober werd generaal Sjaidid Bargisjev vermoord, de man die door Maschadov was belast met de bestrijding van de lucratieve ontvoeringsindustrie en oud-chef van de presidentiele lijfwacht. Een van afstand tot ontploffing gebrachte bom rukte hem beide benen af. Hij stierf kort daarop. Een dag later ontsnapte een van Tsjetsjenie's belangrijkste islamitische geestelijken, moefti Chadzji Gakyrov, aan de dood: zijn auto werd opgeblazen met een bom van hetzelfde type als die welke Bargisjev had gedood, maar de moefti bleef ongedeerd.

Begin deze maand veroordeelde het Tsjetsjeense Hooggerechthof Salman Radoejev bij verstek tot vier jaar gevangenisstraf wegens een poging tot een staatsgreep. Radoejev noemde het vonnis “het begin van een gewelddadige oplossing van de crisis', vormde zijn militie om tot “het leger van generaal Doedajev' (de eerste president van Tsjetsjenie, in april 1996 gedood door de Russen) en verschanste zich.

Maschadov degradeerde hem van brigade-generaal tot gewoon soldaat en nam hem zijn lijfwacht af. Maar vierduizend Maschadov-getrouwe soldaten slaagden er afgelopen week niet in Radoejev op te sporen, laat staan hem aan te houden.

Zo glijdt Tsjetsjenie af in de richting van een burgeroorlog. Clanleiders als Radoejev en Basajev, ex-vice-president Jandarbijev en minister van Buitenlandse Zaken Oedoegov hebben allen hun eigen leger en laten zich leiden door persoonlijke ambities. Het land zit gevangen in een spiraal van geweld die niemand tot staan kan brengen. “Alleen de guillotine, de galg en grenzeloze wreedheid kunnen de criminaliteit bedwingen', zo oordeelde vorige week de Tsjetsjeense vice-president, Vacha Arsanov.