Selfkanters storten zich in Duitse gemeentepolitiek

Nederlanders in het Duitse Selfkant werken aan de oprichting van een eigen politieke partij. Omdat zij stemrecht hebben, kunnen ze in Duitsland meedoen aan de verkiezingen voor de gemeenteraad.

In de nieuwbouwwijk van het Duitse dorp Susterseel wonen evenveel Nederlanders als Duitsers. Ze hebben boerenvilla's neer laten zetten met achthoekige torentjes, pilaren en schuurdeuren. Op de brievenbus staat in gotische letters hun achternaam. Op het garagepad een Range Rover. De dorpsbewoners spreken over de `hypothekenhugel'.

Susterseel maakt met acht andere dorpen deel uit van de grensgemeente Selfkant, een hap uit Limburg ten oosten van Sittard. Van de 9.300 inwoners hebben er 1.900 de Nederlandse nationaliteit. Drie jaar geleden kregen buitenlanders in Duitsland het actief en passief stemrecht voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dus ook de Nederlanders in Selfkant. Volgende week richten ze hun eigen partij op: Interessen Gemeinschaft der Niederlander Selfkant. “De hagelslag-eters slaan terug', zegt de Nederlandse bewoner van een kasteelbungalow. “Ik heb er 35 jaar op moeten wachten en al die jaren ben ik alleen maar Hollandser geworden.'

Tussen 1949 en 1963 was Selfkant Nederlands gebied. Na de Tweede Wereldoorlog werd zonder toestemming van de Duitse regering 41 vierkante kilometer geannexeerd als compensatie voor de geleden schade. Maar in 1950 had de minister van Binnenlandse Zaken het al over een grenscorrectie van “tijdelijke aard'. Alleen de allernoodzakelijkste uitgaven zouden worden gedaan.

Er kwam een snelweg van Koningsbosch naar Schinveld, er werd waterleiding aangelegd en de overheid bouwde honderdvijftig woningwetwoningen. Voor de boeren werd zaaigoed, mest en fokvee beschikbaar gesteld. Daarna verkocht minister Luns (Buitenlandse Zaken) de dorpen weer aan Duitsland, voor 280 miljoen Duitse mark.

Indianenland, noemen de Duitsers Selfkant.

Een reservaat voor schizofrenen. In de dorpsstraten vind je de restanten van de Nederlandse overheersing: stijve vitragehuizen van donkerrode baksteen. Het voetbalelftal van de plaatselijke Verrein fur Rasensport telt acht Nederlandse spelers, de spreektaal is Limburgs dialect, de officiele het Duits. Er zijn Nederlanders die geen Nederlands spreken en er zijn Duitsers die het Nederlands beter beheersen dan het Duits, omdat ze in Sittard op school hebben gezeten. Duitse kinderen staan bij Nederlandse ouders in het paspoort. Een ding hebben de inwoners gemeen: ze zijn allemaal katholiek.

De Duitse Nana Manderfeld (28) werd geboren in het Selfkantse dorp Hillensberg. Haar vader is Duits, haar moeder Nederlands. Nadat haar ouders uit elkaar gingen, woonde ze in twee landen. “Ik wilde altijd Hollands zijn', zegt ze. “Op de Mavo schaamde ik me voor de Duitsers. Pas nog, toen ik met een Duitse vriendin in Amsterdam was, zei ik: 'praat toch niet zo hard'.'

Maar Nana ergert zich aan het primaat van de `Holly's' in Selfkant. In restaurants kan ze niet eens meer met marken betalen, obers spreken uitsluitend Nederlands. Er staat permanent een rij Nederlandse auto's bij de voordelige benzinepompen in de gemeente. De Romeinse boerenhoven en de grond worden opgekocht door Nederlandse hoogleraren en tandartsen die er hun vrouw en kinderen onderbrengen. En Limburgse bedrijven hebben hun oog laten vallen op de suikerbietenvelden bij het dorp Millen.

Als Duitsland tegen Nederland voetbalt, staan de kampen tegenover elkaar. Dan zet accountant Peter Hamers (69 jaar, geboren in Munstergeleen) zijn oranje pet op in het Nederlandse cafe Zur Bahn. Hij drinkt Brand bier en als het Nederlands elftal wint, lacht hij stilletjes.

“Niet hardop, dat is hier een ongeschreven wet.'

Peter Hamers is voorzitter van Interessen Gemeinschaft der Niederlander Selfkant (IGNS). Met drie andere bestuursleden bereidt hij zich in het gemeentehuis voor op de verkiezingen van 1999. “Dit is de generale repetitie van de oprichtingsvergadering.' Volgens de lange staartdeling die hij in zijn ruitjesschrift maakt, moet zijn partij 24 procent van de stemmen kunnen halen. CDU heeft nu 50 procent en SPD 35. Alleen ontbreekt het de IGNS aan een serieus partijprogramma. Veel verder dan voor de jeugd, voor het referendum en voor het verminderen van de schulden komt het kader nog niet.

“Ik neem wel een projector mee van de brandweer', stelt bestuurslid Jozef Lippertz voor. Als voormalig brandweercommandant en als voorzitter van het schuttersgilde is hij een goede stemmentrekker.

“Nee, we lenen een videobeamer', zegt de secretaris. Hij haalt een laptop tevoorschijn en laat de kaartjes en grafieken zien die hij heeft gemaakt.

“Maar als je die grafieken projecteert', zegt Lippertz sceptisch, “dan gaat het publiek vragen stellen. Waarom richten jullie een partij op? Waarom alleen voor Nederlanders? Wat is het programma?'

“We hebben nu stemrecht', mompelt voorzitter Hamers “dus komt er een partij. Onze verkiezingsleus luidt: Pro Selfkant.'

“Als iemand ons inhoudelijke vragen stelt', oppert een ander bestuurslid “zeg ik: `daar doen we nu nog geen mededeling over'.'

“Okidokie', zegt de secretaris.

“Volgende week weet ik of ik me kandidaat stel', zegt Jozef Lippertz na afloop van de repetitie. “Wordt het niks, dan stap ik over naar de CDU.'

    • Jutta Chorus