Pere Noel (1)

Na weken valt opnieuw een oproep in de bus van het bestuur. De agenda trekt me niet aan: weer die obligate winkelweek voorafgaand aan Kerstmis. Ik heb niets op met al dat gedoe. De suikerzoete kleuren van de straatverlichting, de stoet kerstbomen in de hoofdstraat, met toefjes engelenhaar als gesponnen suiker. En Pere Noel, overal het beeld van de kerstman. Mij zullen ze daar niet zien.

Maar de vereniging denkt aan de omzet in die week, de top van het jaar. En ik heb mijn woord gegeven, dus ik ga. Het lijkt een gewone vergadering te worden, maar dat pakt anders uit. Wij zullen aan deze bijeenkomst nog menigmaal pijnlijk herinnerd worden.

Wij scharen ons weer rond het groene kleed. In de vertrouwde opstelling, zonder toehoorders. Marie-Jeanne Delpey zit tegenover mij aan de raamkant; Yves Pouyau, voorzitter, in het midden met rechts van hem Alain Crantelle vice-voorzitter, en de beide jonge vrouwen, Nathalie Martin en Liliane Minos, naast elkaar aan de muurkant.

De start loopt nog op rolletjes en doet geen onraad vermoeden. Nathalie vertelt dat de gemeente weer zal zorgen voor kleurrijke straatverlichting. Zij heeft ook een voorraad kerstbomen aangeschaft die ons met de plaatsing langs de trottoirs op FF 140,- per stuk komen, een koopje dus. Liliane meldt dat de loterijformulieren zijn gedrukt en verspreid. De prijzen worden op raamaffiches bekendgemaakt, zegt zij. Alle winkeliers doen mee.

“Nu maar afwachten wie er in de prijzen valt', zegt Alain achteroverleunend. Er wordt gelachen. Ik weet niet waarom. Dan gaat er iets mis.

Marie-Jeanne heeft zich voorovergebogen in de richting van Yves en ze zegt nadrukkelijk: “Blijft over de vraag wie er dit jaar de animator zal zijn.' Zij blijft naar Yves kijken op een manier die wacht op antwoord.

Yves antwoordt eerst niet. Hij kijkt voor zich uit alsof hij de vraag niet goed gehoord heeft. Dan legt hij zijn handen voor zich op tafel en zegt bijna toonloos: “Yannick Durand, dezelfde als verleden jaar. De beste animator uit de streek. Ik zou geen andere weten; Yannick is heel professioneel.'

“Ja', zegt Alain zacht, “heel professioneel.'

Nu merk ik iets ongewoons. Er is iets met de tafel. Die begint te trillen. Het komt van de muurkant. Even lijkt het of Nathalie en Liliane in een huilbui zijn uitgebarsten. Maar het tegendeel is waar. Zij zijn allebei bevangen door `le rire fou' ofwel de slappe lach en proberen die hilarische toestand met moeite te beheersen. Niet gemakkelijk, want Alain maakt op gedempte toon opmerkingen die nieuwe voeding geven aan hun lachlust.

Yves steekt beide armen omhoog en zegt: “Het contract met Yannick is getekend; ik kan er niets meer aan doen.' Yves heeft gesproken. `Clochemerle' dus weer.

Misschien had hij beter kunnen zwijgen. Want er gebeurt iets opmerkelijks. Ineens is Marie-Jeanne opgestaan. Haar niet zo grote gestalte krijgt iets plechtstatigs. “Als het dan zo gesteld is', zegt ze ons allen om beurten aankijkend, “dan zeg ik nu: zonder mij!' Zij draait zich een kwart slag om naar de deur, slaat een kruis en mompelt: “Mon Dieu, na al die jaren...' Dan stapt zij resoluut op de deur af, draait zich theatraal om en zegt: “Ik heb ook klanten die kunnen wegblijven. Tot ziens, vous autres.' Zij sluit de deur beheerst en wij horen haar kordate passen op de tegels van de hal. Dan valt de zware buitendeur dicht.

Ik kijk van de een naar de ander en begrijp er niets van. Wat heeft dit te betekenen? Wat is er nu eigenlijk misgegaan? En waarom zegt niemand iets? Ik begrijp dat de oorzaak van dit heilloze schisma ligt bij de animator Yannick Durand, een populaire en gevierde gangmaker op feesten en partijen, uit het nabije La Bachellerie. Die vorig jaar hier de leiding had bij de kerstevenementen. En die daarbij opgetreden is als Pere Noel de kerstman, de grijze kindervriend.

Maar wat kan daarbij dan zo faliekant zijn misgegaan dat het een wig drijft in ons harmonieuze en dynamische bestuur?

Vragen van een vreemdeling in de porseleinkast. Het antwoord zou ik pas in de volgende weken krijgen en het zou me een heel andere kijk bezorgen op mijn dorpsgenoten, hun gebruiken en hun belevingswereld.