Partij NVP/CP'86 door rechtbank verboden

De rechtbank in Amsterdam heeft de extreemrechtse partij NVP/CP'86 verboden en ontbonden verklaard. Sinds 1945 is dit de derde keer dat een politieke partij is verboden. De rechtbank volgt in het vonnis het Amsterdamse openbaar ministerie dat vindt de NVP/CP'86 niets anders beoogde dan het oproepen en het aanzetten tot discriminatie van allochtonen. De partij handelde in strijd met de openbare orde en is op basis van artikel 2.20 van het burgelijk wetboek verboden.

De Nationale Volkspartij/CP'86 was, toen begin oktober de behandeling van de zaak diende, al op sterven na dood. Het OM drong in de civiele procedure desondanks aan op een verbod omdat een dergelijke uitspraak kan helpen als het OM suborganisaties of nieuw opgerichte partijen - die mogelijk dan een feitelijke voortzetting van CP '86 zijn - wil aanpakken.

Sinds 1986 is bij de CP'86 een aantal keren sprake geweest van oprichting van een nieuwe partij. In 1992 werd de naam van CP'86 gewijzigd in CP'86/Eigen Volk Eerst, in 1995 in NVP/CP'86. Volgens het OM is echter steeds sprake geweest van voortzettingen van dezelfde partij. Ook volgens de rechtbank was er sprake van dezelfde doelstelling en werkwijze.

Het voormalig Rotterdamse CP'86-raadslid M. Freling noemt het “bespottelijk dat een politieke partij verboden kan worden.' Hij beraadt zich nog over juridische stappen. Hij zegt zeker politiek actief te blijven, door een nieuwe partij op te richten of door zich bij een andere partij aan te sluiten.