KNWU erkent onmacht bij dopingvraagstuk

De nationale wielrenunie (KNWU) geeft toe dat zij nauwelijks invloed kan uitoefenen op de bestrijding van het dopingvraagstuk. “We kunnen geen vuist maken tegen huisartsen die renners verboden middelen verstrekken' verklaarde bestuursvoorzitter Joop Atsma gisteravond bij de jaarvergadering van de KNWU in Utrecht.

Atsma noemde de affaire-Sanders als voorbeeld van de machteloze positie waarin de wielerbond zich bevindt. Vorig jaar november kwam de Geleense huisarts Sanders in opspraak, nadat de FIOD bij huiszoekingen een grootscheepse dopinghandel op het spoor was gekomen. De Limburgse dokter verstrekte verboden middelen aan handballers, voetballers ijshockeyers en wielrenners. “De affaire-Sanders heeft het dopingprobleem verbreed', zei Atsma. “Daarom moeten we naar een bredere insteek zoeken. Doping is niet alleen een probleem van de wielersport, maar van de hele samenleving.'

De KNWU stelt komend seizoen zeventigduizend gulden beschikbaar voor het anti-dopingbeleid. Dit bedrag wordt aangevuld met dertigduizend gulden die de organisatoren van de grotere wielerwedstrijden jaarlijks uitgeven aan dopingcontroles. Volgens directeur Peter Nieuwenhuis van de KNWU gaat het “om een fors bedrag waarop de andere bonden jaloers mogen zijn.' De KNWU besteedt veel meer geld aan het anti-dopingbeleid dan de andere grote sportbonden. “Ongeveer een kwart van het totaal', rekende Nieuwenhuis. “Zonder de andere bonden met een schuldcomplex op te zadelen, hoeven wij ons in elk geval niet te schamen.'

Volgens oud-Kamerlid Henk Vos, voorzitter van de vakbond voor beroepsrenners (VVBW), heeft het anti-dopingbeleid van de wielrenunie weinig om het lijf. “We draaien vast in een bak met groene zeep. Er worden te veel alibi's gecreeerd en te weinig schuldigen aangewezen. We moeten de renners veel beter beschermen tegen artsen en kwakzalvers. Volgens de ARBO-wet staat de veiligheid en de gezondheid van elke werknemer centraal. Waarom geldt dat wel voor arbeiders van de Hoogovens maar niet voor renners van TVM.

Die worden als crimineel behandeld.'

Atsma beloofde zijn gehoor een eerlijke benadering van de affaire-TVM. De Franse justitie doet sinds afgelopen zomer onderzoek naar vermeend dopinggebruik bij de ploeg van Cees Priem. Atsma heeft eerder verklaard dat hij namens de KNWU de Nederlandse renners en Nederlandse begeleiders van TVM een schorsing zal opleggen, als zij schuldig worden bevonden aan dopinggebruik. “Daar waar er fouten zijn gemaakt, zullen wij met sancties komen', verwoordde de voorzitter van de wielrenunie het bondsbeleid.

Of de KNWU daadwerkelijk tot strafmaatregelen tegen TVM kan overgaan, is mede afhankelijk van de ingewikkelde regelgeving van de internationale wielrenunie (UCI). Behalve Steven de Jongh hebben alle Nederlandse renners van TVM vorig jaar een Belgische wielerlicentie moeten aanvragen, aangezien zij in Belgie woonachtig zijn. Op grond van deze gegevens zou de Nederlandse bond niet gerechtigd zijn tot strafmaatregelen. Atsma: “Ik heb er grote moeite mee als straks de Belgische bond overgaat tot het schorsen van Nederlandse renners. Dat is ontoelaatbaar.'