Jonge choreografen laten bewegen maar niet dansen

Het Haagse CaDance Festival concentreert zich ditmaal volledig op dans(theater) makers die in Nederlands werkzaam zijn. Dan kunnen net beginnende of al meer ervaren binnen- en buitenlandse choreografen zijn maar het lot dat zij gezamelijk delen is niet te behoren tot de `gevestigde' dansgezelschappen. Ze manifesteren zich in danswerkplaatsen en kleine `platte-vloer-theaters'. Het CaDance Festival biedt een mooie kans in een kort tijdsbestek het werk en de ontwikkeling van deze eenlingen te zien.

Ted Stoffer, een van oorsprong Amerikaans danser/choreograaf is zo'n eenling. In eerste instantie viel hij op als uiterst bekwaam en vitaal danser bij het Scapino Ballet Rotterdam en in voorstellingen van Itzak Galili. In zijn recente eigen choreografie In the Emptiness is dat weer het geval en ook zijn danskompanen Takiko Iwabuchi en Lynne Bristow imponeren door hun hoge graad van lichamelijke beheersing en gevoel voor timing. Choreografisch en artistiek vond ik hun in samenwerking ontstane werk minder indrukwekkend. In the Emptiness is een zeer knappe en ingenieuze bewegingsstudie die met precisie iedere beweging ontleedt en op mogelijkheden onderzoekt. Dat levert een grote hoeveelheid, vaak expressief, materiaal op waar van alles mee te doen zou zijn wanneer er heel duidelijke en inhoudelijk uitgediepte keuzes gemaakt zouden worden uitgevoerd binnen een tijdsbestek van zo'n 20 a 30 minuten. Nu blijft het toch vooral een verzameling op zichzelf boeiende bewegingsvondsten, die een uur lang oog en hersens steeds vermoeiender maken omdat ze geen emotionele of compositorische spanning bereiken.

Het vage geluidsdecor, hier soundscape geheten (van Johan van Kreij), voegt niets toe en ook de belichting (Benno Veen) ontbeert theatrale spanning. Wat overeind blijft is de kwaliteit van de drie dansers. Dat doet mij verzuchten waarom uitvoerende moderne dansers zich toch altijd weer als scheppende kunstenaars willen manifesteren, alsof dat van een veel hogere orde zou zijn en ze pas dan werkelijk zouden meetellen in de danswereld.

De Nederlandse Sanne van der Put, die een paar geslaagde projecten op locatie op haar naam heeft staan, zoals het openingsspektakel in het Atrium van het nieuwe Haagse stadhuis, maakte voor CaDance haar eerste zelfstandige en avondvullende productie met speciaal gecomponeerde muziek (Frank van Berkel) en medewerking van twee op het toneel aanwezige en in de actie betrokken musici (Paul Pallesen op gitaar en Eduard van Regteren Altena op cello).

Haar stuk Shaken, not stirred heeft een anekdotisch begin: obers (de twee musici en Teck Voon Ng en Thomas Falk) en twee dienstertjes (Kylie Jane Wilson en Nadia Heiden) zijn met maffe loopjes druk doende schalen heen en weer te sjouwen, waarna ieder een rol krijgt in het restaurant: een mallotige serveerster (Heiden), een verliefd paartje (Wilson en Voon Ng) en een gefrustreerd zakenman (Falk). Er volgen absurde mimescenes, die wel wat puntiger uitgevoerd zouden kunnen worden en wat minder clichematig in elkaar gezet.

Langzamerhand neemt de dans het van de mime over en verdwijnen de attributen als lepels, vorken borden en tafels en verandert de alledaagse kledij in simpele, voor deze dansers nogal onflatteuze strakke gekleurde pakjes. Dan blijkt dat Van der Puts loszanderige bewegingsmateriaal heel beperkt is en dat het niet meer dan materiaal blijft. Het beweegt wel (en veel) maar het danst niet. Een euvel dat bij veel jonge moderne choreografen te signaleren valt.