`Groei Schiphol met aanpassing banen en stillere vliegtuigen'

De luchthaven Schiphol kan de komende jaren binnen de milieugrenzen doorgroeien naar 600.000 tot 800.000 vliegbewegingen en ongeveer 80 miljoen passagiers in 2010. Die groei is alleen mogelijk door het inzetten van stillere vliegtuigen en een ingrijpende aanpassing van het banenstelsel op Schiphol.

Dat stellen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Planbureau (CPB) in twee rapporten over de groeimogelijkheden van Schiphol die gisteren en vandaag zijn verschenen. Het kabinet gebruikt beide studies bij het vaststellen van het definitieve standpunt over de toekomst van de luchthaven dat op 18 december wordt genomen.

Volgens de twee instituten moet naast de reeds geplande vijfde baan op Schiphol ook een tweede Kaagbaan worden aangelegd. Het RIVM pleit bovendien voor de aanleg van een nieuwe oost-west-baan vlak onder Hoofddorp. Deze zogeheten Hillegombaan kan dan de huidige Buitenveldertbaan vervangen. Die veroorzaakt op dit moment de meeste milieuhinder. De aanleg van de nieuwe oost-westbaan maakt volgens het RIVM een uitbreiding mogelijk met nog eens 100.000 vliegbewegingen. De aanpasingen van het banenstelsel, inclusief de Hillegombaan, vergen een investering van zo'n 4 tot 6 miljard gulden.

Beide onderzoeksinstellingen berekenen dat de inzet van stillere vliegtuigen ongeveer 100.000 extra vliegbewegingen mogelijk maakt in 2010. De aanschaf van zulke vliegtuigen, kosten naar schatting zo'n 4 miljard gulden, zou volgens de twee instituten bevorderd kunnen worden door heffingen.

Afgelopen zomer konden beide instituten het niet eens worden over een eensluidend advies over Schiphol aan de onderhandelaars bij de kabinetsformatie. Het RIVM weigerde toen een rapport van het CPB te ondertekenen, omdat de daarin geschetste effecten van technische verbeteringen (stillere vliegtuigen) te optimistisch zouden zijn. Ook in de huidige rapporten verschillen de instituten van mening over de effecten van stillere vliegtuigen. Volgens het RIVM moeten de huidige rekenmethoden bij het vaststellen van de geluidoverlast worden aangepast.