Enorme staatsschuld houdt Belgie bijeen; Belgische overheidsschuld daalt

Belgie heeft de dure belofte gedaan de enorme staatsschuld te laten dalen om aan de euro te mogen deelnemen. Belgische burgers moeten daarom dit jaar 25 miljard gulden ophoesten zonder dat ze er wat voor terugkrijgen.

Met de Rode Duivels, de koning en Brussel is de Belgische staatsschuld een van de factoren die het land nog bijeen houden. Het is een aanzienlijke schuld: binnen de Europese Unie is Belgie koploper met een schuld twee keer zo hoog als het criterium voor deelname aan de euro.

Belgie mag toch meedoen, omdat de schuld gestaag daalt. Om die daling vol te houden, heeft de regering beloofd het primair saldo (het verschil tussen wat de overheid ontvangt en uitgeeft, exclusief de rentelasten) te houden op 6 procent van het bruto binnenlands product. Dat is veel hoger dan in andere eurolanden, met dit jaar een gemiddeld primair surplus van 2,4 procent, zelfs 1,3 procent voor de Belgie omringende landen.

Belgie heeft dus, net als Italie, een extra norm die het moet nastreven, naast het voor alle eurolanden geldende criterium van een maximum finanieringstekort van 3 procent van het bbp. De surplusnorm betekent dat de overheid dit jaar 540 miljard frank (zo'n 25 miljard gulden) vraagt van haar burgers zonder dat zij daar iets voor terugzien.

Bij de moeizame onderhandelingen vorige maand over de begroting voor 1999 bleef de 6 procent primair overschot overeind, ondanks tegenvallende groei, extra uitgaven in verband met de overstromingen en komende verkiezingen. “Ik heb verkiezingsjaren meegemaakt die ons 0,5 procent tot 0,75 procent van het bbp kostten', aldus een optimistische gouverneur van de Nationale Bank, Fons Verplaetse, onlangs in het blad Knack. “Zoiets gebeurt nu niet meer, de sanering van de overheidsfinancien blijkt een duurzame operatie.'

Maar financiele experts plaatsen kanttekeningen. Ging de overheid bij het opstellen van haar begroting nog uit van een economische groei van het bbp met 2,4 procent, volgens de Generale Bank (GB) moet dit worden bijgesteld.

“Met de dalende conjunctuur is onze schatting nu 2 procent', zegt Guy Verfaille, senior econoom bij de GB. Dat zou betekenen dat de regering nog eens 18 miljard frank moet vinden. Omdat Belgie een surplus van 6 procent heeft beloofd, moet elke tegenvaller gecompenseerd worden door nieuwe inkomsten of extra bezuinigingen.

“Elk jaar wordt het moeilijker iedereen te blijven overtuigen dat de knip op de portemonnee blijft', waarschuwt Peter Praet, chef-econoom bij de GB. Het is volgens hem alleen vol te houden als de productiviteit van het overheidsapparaat verbetert. “De burger betaalt 540 miljard meer en moet er van overtuigd zijn dat wat hij terugkrijgt first class is.'

Dat wil zeggen: een efficient overheidsapparaat dat geen fouten maakt en niet indruist tegen het rechtvaardigheidsgevoel. De afgelopen jaren is al een en ander verbeterd, bijvoorbeeld in de belastinginning. “Het verandert, maar zeer traag,' aldus Praet. Het overhevelen van bevoegdheden naar gemeenschappen en gewesten speelt hierin een positieve rol. “Hoe dichter men bij de uitgaven zit, hoe gedisciplineerder men is.'

Volgens een rekenmodel van de Generale Bank, zal de Belgische staatsschuld in 2013 zijn gedaald tot het eurocriterium van 60 procent van het bbp - bij gunstige omstandigheid, dat wil zeggen bij 4 procent nominale economische groei (reele groei plus inflatie) en lage rente. In het slechtste scenario, geen groei en hoge rente, duurt het twee jaar langer.

Bij een recessie is het volgens de Generale Bank-economen niet zeker dat de 6 procent surplusnorm wordt gerespecteerd. “Andere eurolanden zullen dan ook in een recessie zitten.' Belgie zou daarom begrip kunnen vinden voor een uitzondering op zijn morele verplichting waarop, anders dan op de criteria vanhet stabiliteitspact voor de euro, geen sanctie staat.

Hoewel de staatsschuld nog altijd hoog is, heeft Belgie de laatste jaren al een opmerkelijke aanpassing doorgemaakt. Begin jaren negentig leek het nog ondenkbaar dat het aan de euro zou deelnemen, met een financieringstekort van ruim twee keer de 3 procentnorm. Belgie kampt met een erfenis uit de jaren zeventig. Terwijl het land deelde in de klappen van de oliecrises, wilde de overheid de koopkracht van gezinnen handhaven. Tegelijkertijd was ze veel geld kwijt aan de `wafelijzerpolitiek': als het ene landsdeel iets kreeg, dan het andere ook.

Midden jaren tachtig werden de eerste saneringen ingezet. Vanaf 1992 had de regering een extra argument voor hervormingen: deelname aan de euro. “Zonder de monetaire unie was de sanering niet zo vlug gegaan', meent econoom Praet. De afgelopen vier jaar profiteerde de overheid van de sterke rentedaling. Het aandeel van de rentelasten in het bbp daalde van bijna 11 procent in 1993 tot 8 procent vorig jaar.

Een gevolg van de nog hoge staatsschuld is dat de Belgische overheid steeds een groot beroep moet doen op de geld- en kapitaalmarkten, ook voor de vernieuwing van de bestaande schuld. De staatsschuld bestaat voor ongeveer 80 procent uit lange-termijnleningen en 20 procent korte termijn dat betekent overigens aanzienlijk minder korte termijnleningen dan Italie.

Een probleem waarvoor internationale rating agency's waarschuwen, zeker in combinatie met de verkiezingen van volgend jaar, is dat Belgie in 1999 veel moet herfinancieren omdat een groot aantal lange leningen vervalt. “Het zou voor Belgie minder makkelijk kunnen worden de schuld te herfinancieren' zegt Praet.

Tot nu toe hadden Belgische financiele instellingen een voorkeur voor schuldpapieren van hun eigen staat, omdat die net als het overgrote deel van hun deposito's in franks worden uitgedrukt.

Met de invoering van de euro verdwijnt die voorkeur. Als de Belgische overheid enig risico loopt, zullen beleggers voor een andere overheid kiezen. “De gevolgen van de euro op de obligatiemarkt kunnen ook veel kwaad doen' aldus Praet.

Behalve verkiezingen staat Belgie volgend jaar een nieuwe ronde staatshervorming te wachten, in eerste instantie over het overhevelen van fiscale bevoegdheden naar de regionale overheden. Maar nu al worden vooral in Vlaanderen meer eisen gesteld, zoals de splitsing van de sociale zekerheid. Volgens sommige politici moeten Vlaanderen en Wallonie zelfs echt scheiden. Maar dan vormt de staatsschuld een probleem. “Hoe ga je dat verdelen?' zegt Praet. “Ga je kijken naar de draagkracht en Wallonie bijvoorbeeld 20 procent geven?' Voorlopig blijft de Belgische recordschuld een bindende factor, waar het land nog niet van af is.