Eindejaarsvuurwerk nu al zichtbaar

In de afgelopen week had over de gehele geldmarktlinie een forse stijging van de tarieven plaats. De opwaartse druk op de 3-maands interbancaire rente was het grootst: 14 basispunten tot 3,49 procent. De kapitaalmarkrente bleef de afgelopen week vrijwel stabiel, zodat hier geen verklaring voor de stijgende geldmarkttarieven kan worden gevonden.

Wel speelden enkele andere elementen een rol. De eerste oorzaak betreft de afnemende vrees voor een renteverlaging. De afgelopen week is het steeds duidelijker geworden dat een renteverlaging in Nederland en Duitsland voor de start van de EMU er niet meer in zit. Daarop is vanuit de politiek de afgelopen tijd nogal gehamerd, hetgeen leidde tot een daling van de geldmarkttarieven. De beleidsmakers van de Europese Centrale Bank gaven echter geen krimp, waardoor de voorstanders van een renteverlaging moesten inbinden. Deze wegebbende rentevrees zorgde voor opwaartse druk op de geldmarkttarieven.

Verder liggen de Nederlandse rentetarieven nu meer in de lijn met de Duitse. Het verschil tussen beide was in de afgelopen maanden verder opgelopen dan op basis van de Dmark/gulden koers in combinatie met de fixatie op de spilkoers per 1 januari 1999 te verwachten was. Deze aberratie is nu voor een deel weggewerkt. Een derde oorzaak hangt samen met het naderende einde van het jaar. Tegen het einde van ieder ultimo is er in meer of mindere mate een lichte stijging van de korte geldmarkttarieven waar te nemen. Dit hangt samen met de periodieke publicatie van financiele gegevens van financiele instellingen. Banken willen zich van de beste kant laten zien en `poetsen' daarom de balans wat op. Dat wil zeggen dat hun liquiditeitspositie wordt vergroot door tijdelijk (tot net na de ultimo) extra deposito's aan te trekken. Door deze extra vraag stijgt ook de geldmarktrente voor papier met dezelfde looptijd als deposito's.

De weekstaat, de verkorte balans van De Nederlandsche Bank, vertoonde ook deze week een vertrouwd beeld. De geldmarkt werd verkrapt door een kleinere speciale belening (395 miljoen gulden).

Daartegenover stond een verruiming als gevolg van de afname van de bankbiljettencirculatie (137 miljoen gulden), waardoor de banken moesten interen op de kasreserve met 241 miljoen gulden.Daarnaast zijn er speciale trekkingsrechten (SDR's) gekocht hetgeen zichtbaar is in de post `Vorderingen op het IMF'. De SDR's zijn met vreemde valuta betaald.