Een huis in Ierland

In Roundstone, een kustdorpje in het Ierse Connemara, hield ik opeens de pas in. `Art should serve as the axe for the frozen sea within us', lees ik op een aanplakbiljet. De uitspraak werd niet aan Joyce of Yeats toegeschreven, maar aan Kafka. Er stond nog meer wetenswaardigs op het biljet vermeld: `Boeken geven niet alleen een beeld van de wereld maar ook van onszelf.

Gebrek aan zelfkennis ligt aan de basis van ongekend veel ellende. Boeken zetten de mensen aan tot nadenken.'

Achter het raam zag ik rekken vol boeken staan. Ook een ander biljet zong op ondubbelzinnige wijze de lof van het boek en de plaatselijke bibliotheek: `De openbare bibliotheek is een plek waar overpeinzing opvoeding, verlichting en zelfs het transcendente hand in hand gaan.'

Bij een dergelijke tekst denk je niet aan een `bieb', maar eerder aan een kerk of klooster.

`Mensen worden verliefd op de fuchsiaheggen en op de witte huisjes in Clare en Connemara', schrijft de Ierse schrijfster Edan O'Brien in haar memoires. Daar heeft zij volkomen gelijk in. Er is langzamerhand een bibliotheekje te vullen met boeken waarin Ierland-reizigers hun liefde voor het `groene eiland' belijden. Zij prijzen de schoonheid van het landschap en de bedaarde wijsheid van het Ierse volk. Menigeen die op de vlucht is voor het jachtige geldbeluste leven in Europa en Amerika probeert in het stenige `magische' westen van Ierland weer tot zichzelf te komen.

De grillige kust met haar eilanden en rotswanden; de smalle wegen die zich door tunnels van groen boren; de bermen vol bloeiende bloemen; de stenige velden met orchideetjes en ruines van huizen en kerken, die door handgestapelde muurtjes in patronen worden verdeeld; de witte meidoorns en gele gaspeldoorns; de kale bergen; de eenzame boerderijtjes met hun stapels turf op het erf - dat alles maakt op hen een onuitwisbare indruk. Voeg daarbij de pubs, waar de romige zwarte Guinness wordt geschonken, en waar een violist, een accordeonist en een fluitist de onweerstaanbare Ierse feestmuziek ten gehore brengen, en het zal duidelijk zijn dat menigeen het land in zijn hart sluit. Al na een paar dagen loert men naar witte huisjes met een strooien dak, in de hoop dat die verlaten en voor een habbekrats te koop zijn.

Marten Toonder is natuurlijk een prachtig voorbeeld van een gegrepene. Voor hem is de Ierse natuur zo geweldig sterk en dwingend dat hij er van overtuigd raakte dat er onzichtbare krachten in scholen. Maar hij is niet de enige. De journalist Ary Jassies wijdde een dik boek (`Reis naar huis') aan zijn Ierse ervaringen. Yvonne Hontele, de auteur van een wandelgids door West-Ierland, mag er ook zijn. Zij is van plan zich in of bij Connemara te vestigen. Doorslaggevend was voor haar een bezoek aan ditzelfde Roundstone, niet aan de bibliotheek, maar aan het statige huis Letterdyfe. Die naam kom je steeds weer tegen in de geschriften van mensen die door Ierland diep geraakt zijn. Het huis is aangekocht door een groep Nederlandse biologen, als uitvalsbasis voor natuurstudies.

Het boek `Letterdyfe'; een huis in Ierland' legt getuigenis af van hun bevlogen houding. De vermaarde plantkundige Victor Westhoff schrijft bijvoorbeeld over de `betoverende schoonheid' van het land. Een ander heeft - na Ierland - geen behoefte meer aan de `zogenaamde beschaafde wereld'; al moet hij daar noodgedwongen de kost verdienen, `in zijn hart zal hij steeds elders zijn: in Connemara'.

Wat hiervan te denken? Is het allemaal misplaatste romantiek en nostalgie naar de tijd toen het leven nog schijnbaar simpel was? Het ideaal van de dorpse groet, de tik aan de pet en het ongehaaste praatje met de buurman? Gaat het slechts om de projectie van romantische gevoelens op een ander land en volk?

Dat zou wel eens kunnen. Maar toch, ik zou het niet graag missen dit bevlogen proza over het `magische' Ierland.