De onbetrouwbare staat (2)*

Men woont in Veenendaal-de Klomp en werkt in Utrecht. Vijfmaal per week stapt men om 8.03 uur in de trein die 37 minuten later Utrecht CS zal binnenrijden. Men groet de vertrouwde medeforensen, bespreekt weerbericht en voetbaluitslagen, neemt nog een paar stukken voor de vergadering van 9.30 uur door, prijst zich gelukkig dat men niet terecht is gekomen in de file die men uit het raam ziet en dat men zo'n mooi huis in Veenendaal-de Klomp heeft.

Het is maandag 16 november. Nog even de Volkskrant doorgenomen. Daar staat op de voorpagina: `Netelenbos: NS moeten stoptreinen schrappen op drukke oost-west-as.' Ligt Veenendaal-de Klomp op deze as? Men moet vrezen van wel. Minister Netelenbos heeft een omwenteling in het leven van duizenden forensen aangekondigd. “Ik vind het heel vervelend, maar ik kan er ook niets aan doen.' Wat het zwaarst is moet het zwaarste wegen. Er zijn nu al files in het goederenvervoer per spoor, en de Betuwelijn die in 2000 klaar had moeten zijn, zal pas vijf jaar later worden geopend.

Men woont in de buurt van Schiphol. Niet zo lang geleden had men zich wijs laten maken dat er een `wettelijke norm' voor het maximum aantal passagiers was gesteld: 44 miljoen (dit jaar zijn het er 32 miljoen). Maar in juni kwam het Sociaal en Cultureel Planbureau met een nieuwe berekening. In 2010 zouden er wel 60 miljoen `verwerkt' kunnen worden zonder dat dit de normen van veiligheid en milieu geweld aan zou doen. Vier maanden later: het kabinet is van mening dat de luchthaven mag groeien tot de `verwerking' van 60 miljoen passagiers, 600.000 vliegbewegingen. Zijn dat niet 100 passagiers per vliegtuig? Zullen de luchtvaartmaatschappijen het daarmee eens zijn? Op 18 december zal het kabinet definitief besluiten. Definitief?

In 1847 werd de spoorlijn tussen Rotterdam en Delft aangelegd. De pioniers stuitten toen op het Laantje van Van der Gaag, een reepje grond dat aan een boer had toebehoord en dat door drie vooruitziende speculanten was gekocht om het voor een veelvoud aan de spoorwegen af te staan. Het bedrijf wilde de gevraagde som niet betalen en bouwde een lus om het Laantje heen. Met een beetje goede wil kun je er een voorloper van de tunnel voor de HSL onder het Groene Hart in zien. Na een poosje is de lus vervangen door het lineaire traject dat nu nog de verbinding is. Het Laantje vertegenwoordigde veel meer dan het winstbejag van de drie speculanten. Het was de particuliere frustratie van de industriele vooruitgang. Het avontuur is met een onteigening geeindigd. De drie miljoen Nederlanders die het toen niet zoveel kleinere land bewoonden, hadden ruimte in overvloed. Hoe het boer Van der Gaag en de drie speculanten verder is vergaan vermeldt de geschiedenis niet tot in de kleinigheden.

De boer zal wel nieuw land hebben gevonden; de speculanten zijn niet failliet gegaan; van de onteigening zal iedereen de redelijkheid inzien.

We zijn anderhalve eeuw verder, met zestien miljoen, dringend in de volte verder bouwend aan onze economie die we voorbeeldig vinden, en ons min of meer koesterend in de welvaart. Het conflict om het Laantje van Van der Gaag is in beginsel gebleven, maar het is ontzagwekkend gegroeid en op een andere manier dan we hadden verwacht. De oorzaak daarvan is dat de moderne burger niet meer alleen aanspraak maakt op zijn grond, maar ook op een wijde cirkel eromheen. Hij is opgevoed met de vraagstukken van het milieu. Hij trekt zijn grenzen. Binnen zijn wijde cirkel mag het niet teveel naar uitlaatgassen stinken en mag hij niet tot zwijgen worden gebracht door lawaai van motoren, banden op het asfalt, ijzeren wielen op de rails. Wordt die cirkel voortdurend genegeerd, dan voelt hij zich niet territoriaal, maar wel in een ander deel van zijn prive-gebied onteigend. Als deze daadwerkelijke onteigening plaatsvindt zonder dat daarvoor formele gronden bestaan, kan hij zich op wetten en afspraken beroepen. Tenminste, dat denkt hij. Nog altijd houdt hij zich ervan overtuigd dat een overheid wel een lus om zijn cirkel zal bouwen.

In werkelijkheid overkomt hem op gezette tijden heel iets anders. De ene maand wordt hem beloofd dat hij tot het uiterst mogelijke in zijn rechten zal worden gerespecteerd, en twee maanden later maakt dezelfde partij bekend dat hij drastisch zal worden onteigend, en dat hij in het jaar 2010 of daaromtrent op een soort nagekomen Laantje van Van der Gaag kan rekenen, in zee, in Lelystad, of dat hij voorlopig maar in de bus in de file moet als hij in Veenendaal-de Klomp woont.

“Heel vervelend; niets aan te doen.'

Opdat het toenemend aantal mensen in Nederland in levensstandaard niet achteruit zal gaan, moet de economie blijven groeien. Wat dat betekent weten we allemaal. Dat Schiphol `op slot' zou kunnen, de IJzeren Rijn tot nieuw leven gewekt, de files bestreden door spreiding van de ochtendspits of een carpoolstrook: allemaal fabeltjes. De cirkel van het eigen burgerlijk domein zal verder worden onteigend. En dat hem dan zo weinig mogelijk zal worden afgepakt is niet meer dan vanzelfsprekend.

Hier komt het tekort van de Nederlandse politiek tevoorschijn. Telkens weer wordt een deel van de burgerij wijsgemaakt dat er van deze onteigeningen helemaal geen sprake is; integendeel, dat bij meer `vliegtuigbewegingen' de lucht zelfs zuiverder zal blijven en het lawaai minder worden, als je bijvoorbeeld de meetapparaten maar ergens anders zet. Men zou op zijn vingers kunnen natellen dat het boerenbedrog is, maar in dit merkwaardige land zijn er altijd weer genoeg mensen die erin geloven. Zo ontstaat dan de consensus op grondslag van het vooruitzicht dat het wel weer mee zal vallen. Dan worden de direct betrokkenen in Zwanenburg en Veenendaal-de Klomp gewaar dat het bitter tegenvalt; dat de consensus een schijnconsensus is en dat ze bij de neus zijn genomen. “Heel vervelend'. De waarheid is, dat de groei zal doorgaan, zolang het kan, omdat groei van het soort dat we nu ervaren de enige behoorlijke toekomst biedt. Het vervolg van de waarheid is dat politiek en overheid de gevolgen daarvan voor de burgerij niet duidelijk zullen zeggen; dat ze tot op het laatste ogenblik met uitstel en schijnscenario's zullen proberen een consensus te kopen. Het slot is dat het een schijnconsensus zal blijken te zijn, waarvan een goedgelovige of kwetsbare groep het slachtoffer wordt. In het verkeer tussen burgers onderling heet dit oplichterij.

* Eerste aflevering, 24 juni