De banketbakker is er ook nog

Banketbakkers houden zich het liefst alleen met zijn ambacht bezig. Toch richtten 140 van hen deze maand een nieuwe vereniging op, die de verwaarlozing van hun marketing moet aanpakken.

“Vijftien jaar geleden was het nog vaste prik. Dan ging je om acht uur 's avonds op visite en wist je: ik krijg koffie met gebak.' Die tijd is voorbij, beseft R. Cohen, vice-voorzitter van de Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemersvereniging (NBOV). “Nu drinkt men een biertje met een nootje erbij.'

Een bezoekje aan de banketbakker is al lang geen gewoonte meer van de doorsnee consument. Die vindt veeleer zijn weg naar de supermarkt en doet daar, in de woorden van Cohen, “hup, hup, hup alles in z'n karretje'. Gevolg: de vraag naar banket neemt weliswaar toe maar het marktaandeel van de `echte' banketbakkers en hun aantal staat onder druk.

Consumenten gaven in 1993 volgens het Hoofdbedrijfschap Detailhandel voor 2,5 miljard gulden uit aan banket. Vorig jaar was dat 2,8 miljard. Het marktaandeel van de speciaalzaak bedroeg vijf jaar geleden 33 procent, dat van supermarkt en warenhuis 54 procent. Vorig jaar bedienden de grootwinkelbedrijven 60 procent van de markt, precies tweemaal zoveel als de banketbakkers.

De 570 banketbakkers die Nederland nog telt zijn volgens Cohen veelal “echte vakidioten' die hun aandacht het liefst volledig op het ambacht zelf richten. Keerzijde is dat ze amper oog hebben voor hun (potentiele) klanten. Cohen is dan ook ingenomen met de komst van een nieuw `banketbakkersgilde', dat de noodzaak van goede marketing onderkent.

`Heerlijk en Heerlijk' is vorige week ontstaan uit een fusie tussen De Gulden Smaeck en het Patisserie College. Beide verenigingen trachtten via reclame-acties het `grote publiek' te bereiken en hun winkels in te lokken. Maar beide begrepen tevens dat ze onafhankelijk van elkaar over te weinig geld beschikten om dat streven te realiseren.

Het nieuwe gilde heeft zo'n 140 leden en is daarmee 's lands grootste banketbakkersorganisatie. “We zijn nu veel kapitaalkrachtiger', zegt Robert van Woerekom, samen met vader Andre eigenaar van een banketbakkerij te Bennekom en nauw betrokken bij de oprichting van Heerlijk en Heerlijk.

Het gilde beschikt over een eigen `marketingcentrum'. Daar werken onder anderen drie vak- en communicatieadviseurs, die tevens zitting hebben in het bestuur van het gilde. Voor de aangesloten banketbakkers organiseren ze bijvoorbeeld cursussen productpresentatie en verkooptraining.

Inmiddels is afgesproken dat de banketbakkers gezamenlijk dezelfde verpakkingen gaan inkopen, folders drukken en een `Heerlijk en Heerlijk-magazine' uitgeven. De leden mogen desgewenst onder de vlag van het gilde adverteren. “De banketbakker is er ook nog. Dat moet de consument maar eens weten', zegt Van Woerekom.

R. Cohen hoopt dat de banketbakkers in het algemeen beter zullen inspelen op de wensen van de consument. Op de verkoop van bijvoorbeeld hartige hapjes en kant en klare saucijzenbroodjes (“erg gewild') rust wat hem betreft geen taboe. Van Woerekom beklemtoont vooral het belang van `kwaliteitsproducten'. “Die zijn uiteindelijk onze kracht. Daarmee onderscheiden we ons van de supermarkt.'

Heerlijk en Heerlijk zal tradities in stand houden. Zo wordt net als bij de twee voorgangers regelmatig vergaderd, bij toerbeurt in de bakkerij van een van de leden. Alle bakkers brengen iets van eigen deeg mee dat de anderen kritisch proeven. Speciale aandacht is er voor de gastheer. “Die lichten we compleet door', vertelt Van Woerekom. De proevers letten vooral op het gebruik van zuivere grondstoffen.

“Daar valt of staat een banketbakkerij mee.'

Lidmaatschap van het gilde staat in principe open voor elke banketbakker die zijn zaak financieel op orde heeft en voldoet aan alle kwaliteitseisen. In de praktijk lijkt toetreding iets gecompliceerder te liggen. A. van Woerekom: “Mijn collega van de Dorpsstraat komt er niet in. Hij wil wel hoor. Maar hij erbij, dan ik eruit.' Zoon Robert haast zich te zeggen dat de bakkerij gewoon kwalitatief nog te kort schiet.

De bakkers Van Woerekom vertellen keer op keer wat een geweldig vak ze toch uitoefenen. Jammer is wel dat de Nederlander zijn banketbakkers zo weinig waardering geeft, vinden ze. In het buitenland is dat wel anders. Robert van Woerekom heeft zoete herinneringen aan de tijd dat hij in Zwitserland werkte. “Daar word je met U aangesproken.' Of Duitsland: “Daar zeggen ze Meneer de banketbakker.' Zijn vader verzucht: “In Nederland blijven we toch altijd `bakkertje' voor de mensen.'