Dag

Wim Kok gebruikt met een groepje medewerkers van zijn verkiezingscampagne de lunch. Kok pakt een broodje van de schaal, klapt het tersluiks open ruikt eraan, trekt een bedenkelijk gezicht en legt het terug op de schaal.

Ziehier het hoogtepunt van de documentaire De keuken van Kok van Niek Koppen. Een juweel van een onbewaakt ogenblik in de betekenis die Van Dale eraan geeft: “...waarin iemand door gebrek aan waakzaamheid over zichzelf onbezonnen of onvoorzichtig te werk gaat.'

Zulke ogenblikken zijn er te weinig in deze film. Dat kan regisseur Koppen nauwelijks verweten worden, want het politieke bedrijf is nu eenmaal een steeds geslotener bolwerk geworden. De journalist die wordt toegelaten, mag hooguit een blik over de schutting werpen. Wat zich in het daarachter liggende huis precies afspeelt, blijft aan zijn waarneming onttrokken.

Ergens in de film over Kok en zijn verkiezingscampagne vraagt een journalist aan Kok wat hij het leukste vindt van zo'n campagne. “Het onder de mensen zijn', zegt Kok - zonder `al die poespas' van het hele circus er omheen. Een onwaarachtiger antwoord had hij niet kunnen geven, want de film laat juist zien dat zo'n campagne alleen maar uit poespas bestaat.

Daarom ook gaat de film op den duur een beetje irriteren. Je zit twee uur lang te kijken naar mensen die slechts geobsedeerd worden door een vraag: hoe komen we over? Moeten we wel met Jan Marijnissen debatteren (liever niet vindt Kok), hoe krijgen we een brutale tv-verslaggever (Kees Boonman) terug in zijn hok, kortom, hoe komen we in het nieuws zonder iets nieuws te zeggen?

Na de film liep ik naar buiten en zag in een kiosk de voorpagina van Het Parool met de kop: “Einde van PvdA als milieupartij.' Het bleek waar en het smaakte naar een heel smerig broodje.