`Criminaliteit Marokkanen ook bepaald door cultuur'

Wantrouwen, grenzen aftasten en jaloezie zijn mede bepalend voor de criminaliteit onder Marokkaanse jongeren.

Crimineel gedrag van Marokkaanse jongeren komt niet alleen voort uit zogenoemde `omgevingsfactoren', zoals taalachterstand, maar ook uit culturele factoren, zoals onderling wantrouwen.

Dit concludeert de antropoloog Frank van Gemert (40) na een onderzoek in Rotterdam-Zuid. Hij hing drie jaar rond op straat en in een buurthuis op de grens van de Rotterdamse wijken Bloemhof en Afrikaanderwijk. Hij had intensief contact met Marokkaanse “boefjes en gewone jongens' en hij bestudeerde ook het gedrag van de Turkse jongens in de buurt.

Tijdens zijn promotieonderzoek constateerde hij opvallende verschillen tussen het gedrag van de Turkse en de Marokkaanse jongens. “Terwijl die jongens op dezelfde scholen zitten, in dezelfde buurt wonen, dezelfde migratiegeschiedenis hebben. Dan moet je de conclusie trekken: het criminele gedrag van de Marokkaanse jongens ligt ook aan culturele factoren.'

Van Gemert onderscheidt vier “ingredienten' die het gedrag van Marokkaanse jongens verklaren: onderling wantrouwen grenzen aftasten, de islam als masker en normen die veranderen als iemand ouder wordt. “Het wantrouwen is heel belangrijk. Alles is daarvan doordrongen, het is de grondhouding van de Marokkaanse jongeren. Dat werkt verlammend.'

Marokkaanse crimineeltjes

Vervolg van pagina 1

Antropoloog Van Gemert over zijn onderzoek:Waarom is onderling wantrouwen zo problematisch?

“Het is het gereedschap op anderen te bekijken. Men denkt: ik niet, maar jij ook niet. Dat is ook jaloezie. Daardoor heeft de gemeenschap een groot probleem om gezamelijk iets te bereiken. En jongeren zeggen: als je je kunt verrijken ten koste van anderen, moet je dat niet laten.'

U schrijft in u onderzoek ook dat Marokkaanse jongeren steeds hun grenzen aftasten.

“Ja. Ze leren door te proberen hoe ver ze kunnen gaan. Daarom heeft de politie ook zo'n hekel aan ze. Ze treiteren, dat zie je ook in het criminele gedrag. Een straatrover ging bijvoorbeeld eerst een gewoon gesprek aan zei toen dat hij op karate zat, daarna dat hij een mes bij zich had en dat hij soms gekke dingen doet. En vraagt dan of hij misschien even die walkman mag beluisteren.'

Heeft dat ook iets te maken met de opvoeding?

“Nederlandse ouders hebben de neiging goed gedrag te belonen en geven het goede voorbeeld. Marokkaanse ouders reageren vooral als het mis gaat, dus de kinderen doen iets tot ze ergens tegenaan lopen. Daar komt dat aftasten vandaan.'

Maar Marokkaanse ouders keuren crimineel gedrag wel af.

“Zeker. Dat hangt ook samen met die veranderende normen als iemand ouder wordt. Als een Marokkaanse jongen van vijftien jaar een winkeldieftal pleegt, wordt dat hard veroordeeld. Maar er wordt ook gezegd: hij is pas vijftien en weet nog niet hoe het hoort. Als hij vijf jaar ouder is, kan hij daarmee niet meer op de proppen komen. Maar dan kan het wel zijn dat drugshandel weer makkelijk wordt gelegitimeerd.'

Drugshandel gelegitimeerd?

“Dat kan. Marokkanen redeneren daarin soms uiterst opportunistisch. Ze wijzen dan op de houding ten aanzien van gebruikers en op het doorlaten van drugs door de politie en zeggen: dan moet je ook niet vreemd opkijken als mensen die tussenliggende schakel voor hun rekening nemen.'

Wat u zegt ligt gevoelig.

“Ik stel het nu erg zwart-wit, terwijl er ook wel grijs tussen zit. Maar toch zie je een rode draad als je de mentaliteit van de Marokkanen in het Rif-gebergte, de migratiegeschiedenis, de woonomgeving de situatie in het gezin en het gedrag van de jongens zelf naast elkaar legt.