Ziekteverzuim

Het artikel in NRC Handelsblad van 5 november lijkt het misverstand te bevestigen dat werkgevers machteloos zouden staan tegenover een onterechte ziekmelding. De vernieuwde Ziektewet (WULBZ) legt de beslissingsbevoegdheid om in zo'n geval een ziekmelding en vervolgens loondoorbetaling te weigeren uitdrukkelijk in eerste instantie bij de werkgever.

De WAO bood een sociale zekerheid aan wie wegens ziekte of gebrek geen loon meer kon verdienen, maar verloor een groot deel van zijn waarde doordat de politiek, in strijd met die wet, op grote schaal werkloosheid wilde verdisconteren, zodat het formele criterium op drift raakte en de uitvoeringspraktijk onbeheersbaar werd.

Als verzekeringsdeskundige heb ik van nabij kunnen meemaken hoe pijnlijk dat voor arbeidsongeschikte werknemers uitpakte. Iedereen heeft bij de parlementaire enquete kunnen zien dat vervolgens politici, de juristen, de bestuurders van uitvoeringsorganen en tot mijn verbazing, de bij de uitvoering betrokken professionals vrijuit gingen.

Sinds 1994 is het de taak van bedrijfsartsen de WULBZ te helpen uitvoeren. Wat dat betreft zijn zij daarmee in dezelfde positie gekomen ten opzichte van de werkgever als de verzekeringsgeneeskundigen ten opzichte van de uitvoeringsinstanties (GAK enz.). Het is hun taak individuele gevallen te toetsen aan het abstracte Ziektewet-criterium, dat wil zeggen een concrete, normatieve sociaal zinvolle betekenis te geven aan `arbeidsongeschiktheid door ziekte'.

Door de diverse met elkaar concurrerende commerciele arbodiensten is het voor hen al moeilijk genoeg als beroepsgroep consistent te functioneren.

Met voldoende besef van het belang van sociale zekerheid kan men de term `situatieve arbeidsongeschiktheid' alleen maar ervaren als een subversief staaltje van taalvervuiling en normvervaging.