Verplichte eindtoets schiet doel voorbij

De staatssecretaris van Onderwijs, Adelmund, maakte onlangs bekend dat er een verplichte uniforme eindtoets voor het basisonderwijs moet komen. Zij schiet hiermee door in haar streven de onderwijskwaliteit voor ouders zichtbaar te maken.

De verplichte eindtoets is geen logisch vervolg op het kwaliteitsbeleid dat door haar voorganger met verve is ingezet. Dit beleid berust op drie pijlers: het integraal Schooltoezicht van de Onderwijsinspectie, de Schoolgids en het Schoolplan. Het laatste document is het vierjarig beleidsplan van een school waarin op een breed vlak de onderwijskundige koers wordt ingezet. De Schoolgids is bij uitstek bedoeld om ouders duidelijkheid te verschaffen over de uitgangspunten en de inrichting van het onderwijs. Tevens kan men cijfers over de onderwijskwaliteit publiceren in de vorm van gegevens over doorstroming naar het voortgezet onderwijs en verwijzingscijfers naar het speciaal onderwijs. In de praktijk blijken de meeste scholen zich echter terughoudend op te stellen ten aanzien van de publicatie van cijfermatige gegevens.

De inspectie bezoekt een school ongeveer eens in de vier jaar voor een grondige doorlichting van de kwaliteit van het onderwijsaanbod. Hierbij worden ook ouders en leerlingen betrokken. De uitkomsten worden gerapporteerd aan de directies en het schoolbestuur. De conclusie is dat er in de afgelopen vier jaar voldoende garanties ingebouwd zijn om zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs.

De verplichte uniforme eindtoets voor het basisonderwijs is een ongeschikt en overbodig middel om de onderwijskwaliteit te meten. De kwaliteit van het onderwijs wordt erdoor verengd tot meetbare resultaten. Ook zijn aan de invoering van die toets zoveel haken en ogen verbonden dat een negatieve uitwerking op de beeldvorming van het basisonderwijs het gevolg is.

Ik verwacht dan ook veel discussie en een breed verzet omtrent de openbaarmaking van schoolresultaten, die ons afleiden van de kern van de onderwijskwaliteit.

Het onderwijs gaat als gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen steeds meer de richting op van de versterking van de pedagogische waarden van de school, zoals bijvoorbeeld sociale weerbaarheid, orientatie op normen en waarden kunstzinnige vorming en versterking van de eigenwaarde van de leerlingen.

Kwaliteit als een rijk en meervoudig begrip wordt terdege door de ouders erkend. Ouders kiezen de beste school voor hun kinderen, de school die past bij hun pedagogische opvattingen. Ze vinden het belangrijk dat hun kinderen een veilige en plezierige schoolomgeving wordt geboden, waar veel te beleven valt en waar ook terdege wordt geleerd.

Vooral aan het begin, als ouders voor hun vierjarig kind een school kiezen, wint schoolbeleving het meestal van de degelijkheid van het leeraanbod in de zogenaamde `harde' vakken. Pas op latere leeftijd krijgt men meer oog voor het presteren in de `basics'. Het is dan ook de vraag of de verplichte uniforme eindtoets in de behoefte aan kwaliteitsvergelijking van ouders voorziet.

Het streven naar onderlinge vergelijking van basisscholen met behulp van de verplichte uniforme eindtoets is een oneigenlijk middel dat haaks staat op de richting van de onderwijsvernieuwing van de afgelopen decennia. Er is gekozen voor een individuele ononderbroken schoolloopbaan die rekening houdt met de verschillende competenties van de leerlingen. De eindtoets, die een sterk uniformerend karakter heeft nodigt uit tot het klaarstomen voor de nationale eindtoets. Dit is een verkeerde weg.

Als hun kinderen in de laatste klas van de basisschool zitten, hebben ouders zeker behoefte aan een eindtoets die hen helpt bij de verdere schoolkeuze.

Dat is een goede legitimering voor zo'n eindtoets. Onze ervaring is dat veel ouders in dat stadium meer informatie willen dan alleen over het niveau van de schoolvakken. Ook de persoonskenmerken zijn voor hen van belang, zoals bijvoorbeeld stressbestendigheid, doorzettingsvermogen, interessegebieden, abstract denkvermogen en emotionele stabiliteit van hun kinderen. Deze toetsen worden naast de eindtoets in het onderwijs gebruikt, tot volle tevredenheid van ouders en leerkrachten.

Zouden in de ogen van de staatssecretaris in het streven naar uniforme kwaliteitsvergelijking deze toetsen dan moeten verdwijnen? Het zou een hoogst ongelukkige zaak zijn voor die ouders die niet alleen geinteresseerd zijn in de leerprestaties maar ook in de diepere persoonlijke potenties van hun kinderen.

Een bijkomend verschijnsel is dat de overheid bij de uniformering van de eindtoetsen handelt in strijd met de wet op het mededingingsrecht. Andere aanbieders van eindtoetsen dan het Cito kunnen naar de rechter stappen omdat het concurrentievervalsend werkt.

Een andere vraag is de mate van openbaarheid die door het ministerie wordt voorgestaan. Wil men ook hier Engelse toestanden, die ertoe leiden dat de resultaten van de individuele leerlingen openbaar worden gemaakt? Het zou leiden tot een vorm van openbaarheid die een ernstige inbreuk is op de privacy van de leerlingen.

De introductie van de uniforme eindtoets basisonderwijs is een luchtballon die wordt opgelaten in de buurt van een opbloeiende rozenstruik. Het is te hopen dat de politiek en met name de grootste regeringspartij deze ballon op basis van echte kwaliteitsargumenten spoedig zal doorprikken.