Veiligheidsraad

Dat Nederland onlangs als roterend lid van de VN Veiligheidsraad werd gekozen, is voor een groot deel te danken aan de diplomatieke vaardigheid van Ambassadeur Jaap Ramaker, Nederlands Permanente Vertegenwoordiger bij de VN. Hij kent de VN van haver tot gort, en de diplomaten hier kennen hem. Als voorzitter van de ontwapeningsconferentie in 1996 heeft hij het vertrouwen gewonnen van de internationale gemeenschap, en met name de ontwikkelingslanden zien hem als een onpartijdige en capabele diplomaat. Ramaker heeft de campagne voor Nederlands kandidatuur meesterlijk geensceneerd, met serieuze argumenten en `personal diplomacy'. De stemmen voor Nederland waren dan ook ten dele stemmen voor Ramaker van wie men in de Veiligheidsraad onafhankelijkheid en visie verwachtte.

De beslissing om hem nu over te plaatsen, lang voor het einde van zijn normale `toer' in New York, wordt dan ook door veel diplomaten hier gezien als een teken dat het patronagesysteem van de Derde Wereld (zoals veel gezonken cultuurgoed) nu alsnog Nederland heeft bereikt. In mijn 25 jaar als VN-ambtenaar, en nu als buitengewoon hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan New York University, heb ik de Nederlandse Buitenlandse Dienst altijd afgeschilderd als een schoolvoorbeeld van de `independent civil service', die vakkundig en onpartijdig de regering dient, onaangetast door politieke consideraties op kabinetsniveau. Tempo doeloe. Tijd om mijn curriculum te herzien.