Tokio probeert te stimuleren maar blijft kop van jut

Hoe de Japanse regering de economie ook probeert te stimuleren en wat zij ook doet, de kritiek blijft van alle kanten komen. Het laatste stimuleringspakket viel gisteren zowaar samen met een afwaardering door Moody's van Japans kredietwaardigheid.

De Japanse regering lijkt bezig te zijn met een onmogelijke balanceeract. Van alle kanten is er sterke kritiek op het beleid van de regering. En wat de regering ook doet, de kritiek blijft doorgaan. Gisteren maakte de regering het grootste stimuleringspakket ooit bekend: een bedrag van 380 miljard gulden, het tweede pakket van dit jaar. Desondanks klinkt er geen hosanna op de beurs van Tokio, noch in de Japanse straten.

Eerder klinkt het tegenovergestelde. “Investeerders zien dat de regering in zes jaar tijd meer dan 1.600 miljard gulden in de economie heeft gepompt zonder veel resultaat', zegt bijvoorbeeld Kunihiro Hatae van Tokyo Securities. Wegens de verdere verslechtering van de staatsfinancien die deze pakketten tot gevolg hebben, heeft het Amerikaanse kantoor Moody's gisteren - dezelfde dag waarop het laatste stimuleringspakket werd gelanceerd - de beoordeling van Japans kredietwaardigheid een stap verlaagd. Japans minister van Financien, Kiichi Miyazawa, leek vandaag genoeg te hebben van alle kritiek toen hij voor de televisiecamera's zei: “Geen commentaar. Japanse obligaties zijn de meest betrouwbare.'

De regering lijkt te zijn gevangen in een onmogelijk web van belangen. Commentatoren, en bijvoorbeeld ook een verlichte geest als minister Taichi Sakaiya van het Economisch Planbureau, zijn het erover eens dat Japan ingrijpende hervormingen nodig heeft. Dat wil zeggen liberalisering van beschermde sectoren van de economie, blootstelling van deze sectoren aan internationale concurrentie. Japans is momenteel immers een “socialistisch land', zoals toenmalig secretaris-generaal Koichi Kato van de regerende Liberaal Democratische Partij afgelopen jaar zijn communistische collega in een televisiedebat toevoegde.

Het is een constatering die vaker is gedaan. Maar liberalisering en herstructurering gaan gepaard met pijn en kosten tijd. Tijd heeft Japan juist de afgelopen jaren verspeeld. Al sinds begin jaren negentig heeft het land economische problemen. Stimuleringspakketten met korte termijneffect heeft het land met regelmaat afgekondigd, maar indringende liberalisering heeft nog niet plaats gevonden. Pas twee jaar geleden leek deze boodschap te zijn doorgedrongen en kondigde Japan een liberalisering van de financiele sector af die in 2001 moet zijn gecompleteerd.

In de tussentijd is de Aziatische crisis over Japan heen gekomen en is er juist sterke druk op Japan om snel iets te doen. Ook heeft de bevolking genoeg van de voortdurende onzekerheid. Beide elementen zijn koren op de molen voor de traditioneel zwakke, beschermde sectoren van Japan die een nauwe band hebben met de regerende LDP. Ook al zijn er over het hele land protesten tegen zinloze openbare werken, ook al schrijft de pers over dure havenwerken die slechts dienst doen als vispier voor plezierhengelaars de overheid pompt geld in juist sectoren als de bouw om het land draaiende te houden. De binnen- en buitenlandse druk om snel iets te doen dient als een keurig excuus voor het in stand houden van oude sectoren die hun tijd gehad hebben.

In de tussentijd staan werkelijke hervormingen onder druk. Ondanks de aangekondigde hervorming van de financiele sector lijkt de overheid nog altijd alles te doen om de banken te beschermen. Zo kregen dit voorjaar alle banken, ongeacht hun financiele situatie, een overheidsinjectie in een poging de haperende kredietkraan weer open te krijgen. Het is begrijpelijk omdat het de afgelopen twee jaar juist steeds slechter gaat met het hele land, maar ook omdat de overheid diep betrokken is bij de ontwikkelingen die tot de huidige problemen hebben geleid.

Verantwoording wil men niet graag afleggen. Zo verzette de LDP zich deze zomer met hand en tand tegen voorstellen van de oppositie om het huidig management van de banken ter verantwoording te roepen. Bij bedrijven die ten onder zijn gegaan, zoals effectenhuis Yamaichi en de Long Term Credit Bank, is gebleken of zijn sterke vermoedens dat Financien op de hoogte was van illegale praktijken.

Een tweede rem op het individueel afrekenen van bedrijven op hun prestaties zijn de keiretsu banden, die concreet bestaan uit wederzijds bezit van elkaars aandelen maar in de praktijk een veel diepgaander betekenis hebben. Zo vroeg de Sakura Bank van de Mitsui groep deze zomer aan andere groepsleden om een injectie van 4 miljard gulden. Het losse groepslid Toyota heeft getoond weinig enthousiast te zijn over het verzoek, maar pas als alle groepsleden dit verzoek glashard weigeren, is duidelijk dat de groepsleden op hun individuele prestaties kunnen worden afgerekend.

Liberalisering van sectoren heeft in de tussentijd mondjesmaat plaats. Een groot succes is de mobiele telefonie, waar in enkele jaren tijds een nieuw bedrijf uit de grond is gestampt dat bij de beursgang dit jaar direkt het twee na grootste bedrijf werd qua beurswaarde. Maar mobiele telefonie is een nieuwe sector zonder veel gevestigde belangen.