Ten strijde tegen illegale wapens

Minister Korthals (Justitie) heeft zich onlangs uitgesproken voor verdubbeling van de straf, van vier tot acht jaar gevangenis, voor bezit van illegale wapens. De politie wil meer bevoegdheden en werkt aan een krachtiger aanpak.

“De politie mag wel auto's controleren op illegale dieselolie, maar als een agent in het handschoenenkastje wil kijken of daar een pistool is verborgen, kan de automobilist daarvoor toestemming weigeren. Dat is eigenlijk te gek. De politie moet meer armslag krijgen om het illegale wapenbezit te bestrijden.'

Dat zegt Eppo van Hoorn, korpschef van het politiekorps Brabant-Noord, die in de Raad van Hoofdcommissarissen is belast met de aanpak van illegaal wapenbezit.

Van Hoorn bepleit verruiming van de bevoegdheden, zodat bij voorbeeld preventief fouilleren mogelijk wordt. “We zijn blij met het initiatief van - toen nog - burgemeester Peper van Rotterdam die eerder dit jaar, voordat hij minister van Binnenlandse Zaken werd, voorstelde dat de politie preventief mag fouilleren in gebieden waar illegale wapens vaak voorkomen, zoals straten waar in drugs wordt gehandeld. Ook mensen die formeel geen verdachte zijn, zouden op wapenbezit gecontroleerd moeten kunnen worden. Je kunt daarbij denken aan plekken waar het uitgaansleven zich afspeelt net zoals allerlei maatregelen worden genomen rond het voetbal.'

Er gaat geen dag voorbij zonder overvallen, bedreigingen en andere `incidenten' waarbij vuurwapens worden gebruikt, gemiddeld over het hele land drie a vier per dag. Volgens recente cijfers van de CRI, de Centrale Recherche en Informatiedienst, werden vorig jaar 2.350 overvallen gepleegd en in 1.290 gevallen werden daarbij een of meer (scherpschietende) vuurwapens gebruikt. Wat het aantal daarbij gebruikte wapens betreft, gaat het om een stijging van 21 procent ten opzichte van 1996. Het totaal aantal vuurwapens dat de politie in beslag nam, bedroeg vorig jaar 1.718 tegen 1.400 in 1996 en 1.058 in 1995.

Deze CRI-cijfers omvatten circa 65 procent van alle vuurwapens die in Nederland in beslag zijn genomen. De landelijke registratie is niet compleet, onder andere omdat sommige politiekorpsen hun gegevens (nog) niet of niet volledig aan de CRI doorgeven. Van Hoorn: “Niettemin is duidelijk dat het illegale wapenbezit toeneemt.'

Overigens wijkt het totaal voor 1997 niet veel af van dat van het jaar 1993 (1.692), het jaar dat de reorganisatie bij de politie begon en talrijke gespecialiseerde vuurwapenafdelingen werden opgeheven. Ten slotte geeft de CRI-statistiek nog een verontrustend cijfer: het aantal bedreigingen met een vuurwapen nam vorig jaar toe met 43 procent in vergelijking tot 1996.

Behalve dat er steeds meer vuurwapens in omloop zijn gekomen, zijn de wapens ook van steeds betere kwaliteit. Tsjechie, Servie en Kroatie zijn sinds enige jaren de belangrijkste producenten, terwijl het aandeel van wapens uit Duitsland, de Verenigde Staten en Belgie in Nederland afneemt.

De partijen vuurwapens die de politie aantreft, zijn vaak `fabrieksnieuw' de kalibers van pistolen zijn vaak zwaar, en machinepistolen komen steeds meer voor. Uit Zuid-Amerika, onder andere Brazilie, komen steeds meer handzame kleine revolvers. De handel in vuurwapens is volgens de CRI vaak een `bijproduct' voor criminelen die auto's stelen of in drugs handelen.

Ook `gewone' wapensmokkel komt voor: begin augustus ontmantelde de Rotterdamse politie een netwerk van wapensmokkelaars, vier mannen en twee vrouwen, allen afkomstig uit ex-Joegoslavie.

De `verharding' van de criminaliteit die gepaard gaat met het toenemende gebruik van vuurwapens, blijft volgens de CRI overigens niet tot Nederland beperkt.

In Engeland zijn vuurwapenincidenten de laatste jaren vertienvoudigd. In Duitsland is het aantal incidenten met vuurwapens toegenomen tot bijna 9.000 per jaar. In Frankrijk komen grote wapendiefstallen voor en wapens worden daar niet alleen gebruikt door criminelen maar ook door terroristische organisaties.

Hoofdcommissaris Van Hoorn wijst erop dat bij de reorganisatie van de politie in regio-korpsen in 1993/94 de zogenoemde vuurwapencentrales zijn verdwenen. Slechts twee korpsen, Rotterdam-Rijnmond en Gelderland-Midden, hebben nog dergelijke speciale afdelingen. Van Hoorn: “Na de reorganisatie werd veel gesproken over `meer blauw op straat' en `politie in de buurt'. Maar daar kan het niet bij blijven. De politie moet meer zicht krijgen op de ernst en omvang van de vuurwapenhandel en daarvoor is specialistische kennis nodig. De kennis die bestond moet weer opgepakt en verbeterd worden.'

Sinds eind 1996 geeft Van Hoorn leiding aan een landelijk project. Van Hoorn: “Er wordt gewerkt aan sterkere regionale coordinatie in samenwerking met CRI en het Korps Landelijke Politiediensten. Er is een project om de deskundigheid te bevorderen, zowel bij de man in het uniform als bij specialisten die allerlei informatie kunnen verzamelen. We hebben echte deskundigen nodig ook bij de recherche. Ook wordt gewerkt aan het `operationaliseren' van informatie die de CID (Criminele Inlichtingen Dienst) verzamelt, wat onder meer moet leiden tot het meer in-beslag-nemen van vuurwapens en tot intensiever recherche-onderzoek.'

Het `monitoren' van de groothandel en de legale handel in vuurwapens en munitie is een ander onderdeel van het project. Van Hoorn: “Een werkgroep volgt de legale handel die helaas wel eens verdwaald raakt in illegale circuits.' Eind dit jaar of begin volgend jaar worden afspraken met andere Europese landen over betere samenwerking `operationeel'.

Verder zijn de `eerste stappen' gezet naar een intensievere samenwerking met andere Europese landen, bij de concrete opsporing van illegale wapens, maar ook op beleidsniveau. Van Hoorn noemt Belgie, Duitsland, Groot-Brittannie, Oostenrijk, Zwitserland en Tsjechie.

Ten slotte zijn er nog twee deelprojecten van technische aard: de oprichting van een nationale databank waarin alle gegevens over wapens en munitie bijeen zullen worden gebracht en `drug fire' , een Amerikaans systeem voor onderzoek naar hulzen. Van Hoorn: “Als er vuurwapens zijn gebruikt, geven de gevonden hulzen veel informatie. Men kan nagaan of dezelfde soort hulzen is gebruikt bij andere schietincidenten elders. Deze `vingerafdrukken' werden voorheen vastgesteld in het Gerechtelijk Laboratorium. Door de grote snelheid waarmee het systeem op het politiebureau werkt, kan de beschikbare informatie vaak nog gebruikt worden bij het verhoor van verdachten. Er is nu een landelijk opererend net met `Drug Fire'-installaties in vijf politieregio's alsmede het Gerechtelijk Laboratorium. Nederland loopt daarmee voorop in Europa en we hopen dat andere landen ons hierin zullen volgen', zegt Van Hoorn. Veel regionale korpsen zijn nu goed bezig constateert Van Hoorn. “Gelukkig is de illegale wapenhandel in Nederland geen zaak van de mafia. Maar er is wel sprake van georganiseerde criminaliteit die internationaal opereert. Met de open grenzen die we nu in Europa kennen, is de bestrijding van de wapenhandel ingewikkelder geworden. En dat vergt strategische samenwerking tussen de politiediensten in de ons omringende landen.'