Taakstraf het middel voor de kleine crimineel

Met de invoering van de taakstraffen heeft de 175-jarige reclassering er een nieuw, succesvol werkterrein bij gekregen. Maar is er nog wel voldoende aandacht voor de `hopeloze' gevallen?

“Ik ben geen crimineel.' John Hinrichs kijkt verontwaardigd en ook zijn vrouw Nel schudt `nee'. John en Nel zijn veroordeeld wegens steunfraude. Want de bijstandsuitkering, dat was nauwelijks genoeg om van te eten, vertellen ze. Om de inkomsten wat op te krikken, begon Nel een escortservice aan huis. Ze heeft er nauwelijks iets mee verdiend. “Hooguit duizend gulden.' Toen John en Nel begonnen te adverteren in de lokale krant, werden ze gepakt. De rechtbank in Zutphen legde dit jaar geen gevangenisstraf op, maar een alternatieve sanctie: 180 uur dienstverlening.

De reclassering in Apeldoorn was verantwoordelijk voor het uitvoeren van de taakstraf. Reclasseringswerker Irma Brinkhuis bezorgde John en Nel een plaatsje bij een werkproject bij landgoed `De Hoogte'. John en Nel moesten schoffelen. Dat vonden ze niet erg, vertellen ze lachend: “Het was na Pinksteren, het was schitterend weer. We stonden daar in onze korte broek.' Binnen een maand waren ze klaar. “Daarna hebben we nog doorgewerkt.'

Volgens reclasseringswerker Irma Brinkhuis heeft de taakstraf een positieve invloed gehad. “John en Nel zaten maar hele dagen thuis. Nu waren ze een keer de deur uit. En ze hadden weer wat om over te praten.' Nel heeft inmiddels werk gevonden. Brinkhuis: “Ik heb haar er op gewezen dat er voor haar andere arbeidsmogelijkheden waren dan de prostitutie. Ik had voor haar een leertraject opgezet, maar dat wilde ze niet. Via een uitzendbureau heeft ze toen zelf een baan gevonden.'

Taakstraffen dateren van de jaren tachtig, maar hebben vooral in de jaren negentig een grote vlucht genomen. Bedroeg het aantal taakstraffen in 1983 nog 1.500, in 1994 werden 12.700 taakstraffen opgelegd.

In 1997 waren dat er 24.040. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel van minister Korthals (Justitie) om dit aantal nog eens fors uit te breiden. Justitie ziet in het verrichten arbeid `ten algemene nutte' een middel om iets te doen aan het cellentekort. Voor de reclassering is het de manier om het maatschappelijk nut van de organisatie aan te tonen.

Twee weken geleden vierde de reclassering haar 175-jarig bestaan. Het had niet veel gescheeld, of die viering was niet doorgegaan, vertelt T. van der Valk, algemeen directeur van de stichting Reclassering Nederland. “Begin jaren negentig is er fors gekort op ons budget. En in 1994 vroeg premier Kok zich openlijk af of het wat zou schelen, als de hele reclassering zou worden opgeheven.' Het voorstel van het vorige kabinet om het aantal taakstraffen fors uit te breiden, kwam dan ook als geroepen. Van der Valk: “Wij hebben toen gezegd dat wij die begeleidingstaak op ons wilden nemen. Achteraf gezien was dat een goede marketingstrategie.'

In 1990 werkten er nog circa duizend mensen bij de reclassering en was het budget 100 miljoen gulden. Dat budget is de laatste jaren verdubbeld, net als het personeelsbestand. Bestond de reclassering voor 1995 uit negentien aparte stichtingen, inmiddels is er een organisatie die de rijkssubsidie verdeeld over de verschillende arrondissementen. De reclassering is volgens Van der Valk bovendien veel doelmatiger gaan werken. Directeur Van der Valk: “Er heeft een forse cultuuromslag plaatsgevonden. Men is nu een stuk zakelijker dan vroeger.'

Maar die cultuuromslag stuit ook op kritiek. Bijvoorbeeld van de Amsterdamse socioloog Kees Schuyt, die ter ere van het jubileum een onderzoek naar de reclassering leidde.

Schuyt en de zijnen constateerden dat de invoering van de taakstraffen hand in hand is gegaan met een verharding in het strafklimaat. Schuyt: “Met de taakstraffen heeft de reclassering een heel nieuw, succesvol werkterrein aangeboord. Daarin wordt veel tijd en energie gestoken. Het gevaar bestaat dat de langgestrafte, hopeloze gevallen niet meer de aandacht krijgen die ze verdienen.'

Directeur Van der Valk onderkent het probleem: “De onderzoekers verwijten ons dat wij te veel richting Justitie zijn opgeschoven. Mijn antwoord daarop is: waar waren jullie al die jaren? Zonder de taakstraffen had onze organisatie niet meer bestaan. Dat neemt niet weg dat wij ons realiseren dat er op dit moment te weinig aandacht is voor intramurale zorg binnen de gevangenissen. Volgens ons kan daar echt niet meer op bezuinigd worden. Er moet geld bij.' Reclasseringswerker Rik Plakke haalt zijn schouders op. “Het is de vraag wat er nog met deze client valt te verdienen.' Plakke doelt op een 34-jarige man, die in voorarrest zit in het huis van bewaring in Zutphen. Hij wordt verdacht van valsemunterij en diefstal. Plakke: “Toen ik in 1996 met dit werk begon, was hij een van mijn eerste klanten. Nu krijg ik hem weer op mijn bordje.'

De verdachte is geen negatieve, maar een `positief manipulatieve' klant, vertelt Plakke. “In 1996 is een verzoek om het voorarrest te schorsen ingewilligd, op voorwaarde dat er een verplicht contact met de reclassering zou plaatsvinden. Hij gaf aan dat hij van alles wilde en ik nam alles voor waar aan.'

Inmiddels is Plakke tot de conclusie gekomen dat het voornaamste doel van deze client is om zo snel mogelijk uit de cel kan komen. “Zodra hij weer in zijn eigen omgeving is, is de druk om tot een wezenlijke verandering te komen, verdwenen.' Dit keer heeft Plakke de rechtbank gemeld dat hij geen mogelijkheden ziet om tot een “structureel hulpverleningsaanbod' te komen.

Plakke: “Kijk, ik kan best leuke programma's voor hem verzinnen, maar wil hij dat zelf ook? Motivatie, daar gaat het om. Ik zie hier op dit moment geen rol voor de reclassering weggelegd.'