Straf met een stamboom

Alexander Hamilton noemde de bevoegdheid van het Amerikaanse Congres om presidenten af te zetten tweehonderd jaar geleden al “het verschrikkelijke wapen van het impeachment'. De commissie van het Huis van Afgevaardigden die de impeachment-procedure tegen president Clinton voorbereidt, begint die verschrikking nu aan den lijve te ondervinden. Op een uitzondering na hebben de leden van de (sub-)commissie voor grondwetszaken geen persoonlijke ervaring met dat wapen. Ze moesten zich dan ook eerst collectief in de bibliotheek van het Congres terugtrekken om de gedachten van de schrijvers van de eerste grondwet te lezen. Welke straf zouden de Framers op de leugens van president Clinton hebben gesteld? Zouden ze hem hebben afgezet of een openbare berisping voldoende hebben gevonden? Hamilton, de vader van de grondwet, vatte in zijn kloeke handschrift de afzetbare ambtsmisdrijven in 1787 samen onder de High Crimes and Misdemeanors, maar verzuimde die categorie te specificeren. Latere generaties zouden dat zelf moeten doen, naar eigen inzicht en verantwoordelijkheid, zonder te leunen op de voorouderlijke bedoelingen. De vermaarde opperrechter Robert H. Jackson vond die literaire vorm van schedel lichten van de eerste grondwetgever een onnuttig tijdverdrijf. In een voetnoot bij een arrest van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1952 waarschuwde hij voor de beperkte betekenis van het interpreteren van opvattingen van twee eeuwen geleden. “Wat onze voorvaderen met de eerste grondwet bedoelden moet gegist worden uit woorden en zinnen die bijna even raadselachtig zijn als de dromen die Jozef voor de farao moest uitleggen.'

De meeste Amerikaanse politici dragen hun Constitutie nog steeds een welhaast religieuze eerbied toe en hebben een heilig ontzag voor grondwetsgeleerden die in staat zijn de bedoelingen van de auteurs van de grondwet van 1787-'88 te interpreteren. Grondwetsinterpretatie is in de Verenigde Staten een vorm van juridische kabbalistiek, die met evenveel hartstocht als partijdigheid beoefend wordt. De negentien hoogleraren die vorige week als getuige-deskundigen voor de subcommissie van het Huis verschenen om hun visie op de afzetbaarheid van de president te geven werden officieel onderverdeeld in twee kampen. In het ene kamp de Republikeinse geleerden, in het andere de Democratische. De Republikeinen uit de subcommissie hadden hun favoriete `Republikeinse' professoren opgetrommeld, zoals de Democraten hun geestverwante geleerden hadden verzameld. (Waarom moesten die professoren eraan te pas komen? Omdat het ook onder de Amerikaanse politieke professionals droevig gesteld is met de kennis van de grondwet en er vrijwel geen Sam Rayburns meer zijn die de voorliggende vragen nog op eigen kracht kunnen beantwoorden). Onder de professoren was maar een grondwetskenner die bij beide partijen evenveel vertrouwen genoot en zowel door de Republikeinen als door de Democraten was opgeroepen. En juist die ene onpartijdige deskundige Michael Gerhardt, hoogleraar rechten aan het College of William and Mary maakte korte metten met het argument van de Republikeinen dat de grondwet geen lagere straf voor een zwaar ambtsmisdrijf van de president dan afzetting zou kennen. Dat mocht volgens hem voor de oorspronkelijke grondwet hebben gegolden, maar niet voor de latere praktijk. Gerhardt toonde met documenten aan dat eerdere afzettingsprocedures tegen vijf rechters en twee presidenten (Andrew Jackson en James Polk, beiden in de negentiende eeuw) niet op een afzetting waren uitgelopen, maar op een berisping.

Een berisping heeft volgens deze grondwetskenner een “historische stamboom die het Congres niet kan veronachtzamen'.

Een berisping zal het dan ook dit keer wel worden. Meer dan zo'n `subalterne' tuchtmaatregel zit er voor de Republikeinen niet in; afzetting is sinds de afkalving van de Republikeinse posities in het Congres uitgesloten en een amnestie is niet aan de orde. Het Congres zal ergens tussen die uitersten uitkomen, als de Democraten tenminste niet dwars gaan liggen. Maar voorlopig ziet het er nog niet naar uit dat de Democraten voor die slappe optie zullen tekenen. Een berisping zal Clinton weliswaar niet deren, maar de Democraten hebben er nu veel minder belang bij dan voor de verkiezingen om de Republikeinen tegemoet te komen. De electoraal opgemonterde Democraten zien de Republikeinen graag nog even in hun verlegenheid rondwentelen. De Republikeinen hebben bij de verkiezingen hun achterste gebrand en moeten nu op de blaren zitten. Sinds hun macht niet groot genoeg meer is om Clinton weg te stemmen, hangt de molensteen van de impeachment-procedure niet langer om de nek van de president, maar om die van zijn belagers. Veel kanten kunnen die niet uit alle uitwegen zijn afgesloten. Het recht moet zijn loop hebben, riepen de Republikeinen voor de verkiezingen vroom en daar worden ze nu aan gehouden. De hoorzittingen over de beschuldigingen van openbaar aanklager Kenneth Starr kunnen niet meer worden afgeblazen. Ze vereisen een beslissing over het lot van de president, en bij die beslissing is het alles of niets.

Hoe diep de moed de Republikeinen in de schoenen is gezonken, blijkt uit het voorstel van de jurist en senior senator uit Pennsylvania, Arlen Specter, om de hele impeachment-procedure maar te staken.

Specter ziet Clinton het liefst uit eigen beweging aftreden, maar als hij dat niet doet (en hij kent Clinton goed genoeg om daar niet op te rekenen), dan moet hij zich na het verstrijken van zijn ambtstermijn over twee jaar voor de gewone rechter verantwoorden. Alles is volgens deze Republikeinse senator beter dan een impeachment-procedure die zowel het presidentschap verlamt als het Hooggerechtshof (dat zijn Chief Justice al die tijd aan de Senaat moet afstaan) en ook het landsbelang enorme schade toebrengt. Maar het ergste voor de Republikeinen is het vooruitzicht dat Clinton volgens Specter een impeachment-procedure “zeker zal winnen' en ongetwijfeld sterker uit de strijd tevoorschijn komt.