Pijn van de oorlog is overal dezelfde

“Geen politiek', roept Fareed (niet zijn echte naam) als hij aanschuift in het cafe in de Jordaanse grensplaats Ruwaisheed. Liever vertelt de Irakees over het toneelstuk dat hij met zijn gezelschap in de Jordaanse hoofdstad Amman gaat opvoeren. Ja, het gaat over de oorlog, maar niet over die tussen Irak en de Verenigde Staten.

In het toneelstuk vertellen een moeder en een meisje over hun liefde voor een soldaat die naar het front wordt gestuurd in de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988). Fareed pakt mijn arm en kijkt me indringend aan: “Het verhaal zou ook in de Tweede Wereldoorlog in Europa kunnen spelen. Want de pijn van de oorlog is overal hetzelfde, of het nu in Nederland is of in Irak.'

Bagdad is een stad zoals alle andere, zegt Fareed maar in zijn ogen ligt een diepe droefheid. Want toen hij ooit zijn carriere begon als danser bij het nationale folkloristische gezelschap van Irak reisde hij de hele wereld over. “India, Frankrijk, Engeland Joegoslavie, ik heb het allemaal gezien.'

Inmiddels is Irak na jaren van sancties zo verarmd en geisoleerd dat hij het nu moet doen met een bezoekje aan Amman. En de groep heeft zo weinig geld dat zij eten uit Bagdad heeft meegenomen. Fareed is zichtbaar opgelucht als ik aanbied om voor zijn koffie te betalen.

Het culturele leven in Bagdad is nergens mee te vergelijken, probeert Fareed nog. “Wij hebben vijftig theaters in Bagdad. In New York hebben ze er maar dertig.' Irak is cultureel helemaal niet geisoleerd, zegt hij. “De Titanic is drie keer op televisie geweest en iedereen vond het prachtig. Overal in Bagdad zingen de mensen het liedje uit de film.'

Het wordt tijd om afscheid te nemen. Fareed wijst met zijn rechterhand op zijn hoofd en zijn hart. “Theater geeft gevoelens beter weer dan woorden ooit kunnen.'

Weer pakt hij mijn arm. “Kom je bij ons kijken in Amman?'