Overheid moet rechtsstaat koesteren

Het rechtsklimaat hier te lande wekt internationaal vertrouwen gezien de vestiging van een aantal prestigieuze instellingen, bijvoorbeeld het Joegoslavie-tribunaal en straks het Internationaal Strafhof. Maar volgens H. de Doelder past het niet om zelfgenoegzaam achterover te leunen - er moet juist geinvesteerd worden in de juridische infrastructuur.

Nederlandse juristen hebben binnenkort wat te vieren. Den Haag, dat met het Joegoslavie-tribunaal, het Internationaal Gerechtshof en het Chemisch wapenverdrag al wereldwijd een naam heeft op te houden, krijgt er nog een prestigieuze instelling bij: het Internationaal Strafhof. Ons nationale rechtsklimaat wekt internationaal blijkbaar vertrouwen. Toch mogen we de ogen niet sluiten voor enkele zorgwekkende ontwikkelingen.

Mensen zijn geneigd te vergeten dat de huidige rechtsstaat niet zomaar in goede conditie blijft. De uitgangspunten ervan zijn ontwikkeld in een andere samenleving dan de onze. Het verhoogde tempo van de huidige 24-uurseconomie doet ook juridische verbanden in de samenleving sneller slijten. Net als een fysieke infrastructuur van wegen, spoorlijnen en vliegvelden, vergt de juridische infrastructuur investeringen en onderhoud. Als die uitblijven of te laat komen, kan de schade groot zijn.

Investeringen in de juridische opleiding en in juridisch onderzoek zijn om diverse redenen op korte termijn noodzakelijk. De decanen van de tien juridische faculteiten hebben becijferd dat een investering van 50 miljoen gulden op jaarbasis nodig is om de achterstand die de juridische faculteiten de afgelopen periode hebben opgelopen, goed te maken.

Juridisch talent kiest steeds vaker voor de marktsector. De publieke sector wordt zo in steeds meer gevallen op achterstand geplaatst. De marktsector heeft met zijn hogere salarissen een sterk aanzuigende werking op juridisch talent, dat vaak al in een vroeg stadium van de studie wordt `gescout'. Recente cijfers wijzen op een groei van de juridische zakelijke dienstverlening van ruim 25 procent ten opzichte van 1990, terwijl het aantal afgestudeerde juristen nauwelijks toeneemt.

De overheid heeft steeds meer moeite met het vinden van juristen die beleid, bestuur en rechtspraak in goede en legitieme vormen kunnen gieten. De universiteiten zien het aanbod van veelbelovende promovendi teruglopen. En het wordt steeds moeilijker om hooggekwalificeerd personeel te behouden en aan te trekken, terwijl eersteklas docenten essentieel zijn voor het onderwijs.

Een financiele injectie aan de juridische opleiding kan dit tij keren. Onder betere voorwaarden zouden veelbelovende onderzoekers vaker kiezen voor een academische carriere. Verder kan worden gedacht aan een postdoctorale opleiding voor bestuursjuristen. Een `nascholingsverlof' voor juristen in de publieke sector kan de motivatie van de betrokkenen en de kwaliteit van het openbaar bestuur verbeteren.

Het vertrouwen in de rechtsstaat mag niet afnemen. Zinloos geweld op straat jeugdcriminaliteit, sportvandalisme, drugshandel en georganiseerde zware misdaad: iedereen kan ermee in aanraking komen. Als dat gebeurt en de overheid laat het afweten, dan voelt men zich volkomen in de steek gelaten, zoals bleek uit de onthutste reacties van de bewoners van de Oosterparkbuurt in Groningen. Bovendien heeft de gemiddelde burger het afgelopen jaar een paar keer grote moeite gehad om de wegen van het recht te volgen. Hoe juridisch-technisch juist het misschien ook is, de uitspraak in de Tjoelker-zaak en de vrijspraak in de zaak van de Haagse bejaardenverzorgers stonden haaks op het rechtsbesef van een groot deel van de bevolking en riepen heftige emoties op. Hetzelfde geldt voor optieregelingen en gouden handdrukken: arbeidsrechtelijk is het correct maar maatschappelijk vaak onbegrepen. De genoemde voorbeelden mogen uitzonderlijk zijn, maar juist hierdoor komen zij in het nieuws, en dreigen zo de zeggingskracht van het `dagelijks' recht te ondermijnen.

Het beeld van de rechtsstaat die haar inwoners beschermt en verzorgt, dreigt verstoord te worden. Onderzoek naar de oorzaken van geweld en andere verschijnselen die de burger als bedreigend ervaart, en naar mechanismen die het vertrouwen in de overheid en de rechtspleging aantasten, is een zeer goede investering om het vertrouwen in de rechtsstaat te herstellen.

De rechtspleging moet worden verbeterd. De maatschappelijke kosten van de inefficiency van het rechtsbedrijf lopen in de miljarden. Het betreft wachttijden voor zittingen, lange looptijden van aanhangige zaken, termijnoverschrijdingen met als gevolg rechtsonzekerheid en uitblijvende investeringen. Op basis van eigen cijfermateriaal en een enquete onder vertegenwoordigers van de vraag en aanbodzijde heeft het ministerie van Justitie recentelijk in het `Rapport rechtspraak en rechtshandhaving' inzichtelijk gemaakt wat de maatschappelijke opbrengsten zijn van investeringen in verschillende rechtstatelijke arrangementen. De conclusie is dat opheffing van de gesignaleerde knelpunten, schade door criminaliteit, kosten van trage rechtspleging en gebrekkige wetgeving tot baten leidt van respectievelijk 1,5 miljard, 400 miljoen en 100 miljoen gulden.

De overheid moet haar nieuwe taak als scheidsrechter professioneel vervullen. Het recht dreigt achterop te lopen bij de invulling van concepten als liberalisering, privatisering en deregulering. De overheid is in een aantal sectoren niet langer de dominante sturingsinstelling, maar moet als scheidsrechter zorgen voor een eerlijk spelverloop en een egaal speelveld. Dat betekent zoeken naar een nieuw evenwicht. Er ontstaan complexe instituten en toezichtrelaties.

Functieverwisselingen verlopen niet altijd even soepel; ook de bijbehorende juridische kaders moeten voor een groot deel nog ontwikkeld en beproefd worden (bijvoorbeeld wetgeving in de telecommunicatie en de energiesector). Op dit terrein van liberalisering, deregulering en privatisering is een grote juridische inhaalslag te maken, zowel in het onderwijs als in het onderzoek.

Internationale kansen moeten beter benut worden. Nederland heeft met Den Haag een unieke, wereldwijd bekende locatie voor de beoefening van het internationaal recht. Maar het zou het gezag van de aldaar gevestigde instituties ten goede komen als een hoogwaardige rechtswetenschappelijke begeleiding wordt gestimuleerd. Naast deze kansen dreigt achterstallig onderhoud bij het opnemen van de internationale dimensie in ons nationale rechtsstelsel. Het blijkt moeilijk om de vorderingen van de Europese integratie tot in alle lagen van het openbaar bestuur en de rechtspraak te laten doordringen (de Securitelaffaire). Naar verwachting zal ook de invoering van de euro met de nodige juridische en bestuurlijke complicaties gepaard gaan. Ook hier is extra aandacht in onderzoek en onderwijs goed besteed.

Het recht mag niet achter de technologische ontwikkelingen aanlopen. Snelle technologische ontwikkelingen (bijvoorbeeld Internet, creditcardfraude) zorgen ervoor dat de traditionele rechtsfiguren niet meer aansluiten op de praktijk. Op dit terrein zal een investering twee doelen dienen. Enerzijds kan de informatietechnologie nog meer dan nu het geval is ingezet worden in juridisch onderwijs, onderzoek en in de praktijk. Anderzijds zal diepgaand onderzocht moeten worden in hoeverre de bestaande rechtsconcepten bijgesteld moeten worden als gevolg van de toepassing van nieuwe en toekomstige technologie.

Om deze redenen is het belangrijk dat het recht als een hoogwaardige academische discipline wordt beoefend en niet als een beroepsopleiding wordt gezien. Bij alle aandacht die uitgaat naar investeringen in de infrastructuur (HSL-lijn, Schiphol Betuwelijn), is men geneigd te vergeten ten behoeve van wat voor soort samenleving deze investeringen gedaan worden. Misschien dragen niet-materiele waarden wel in belangrijker mate bij aan het welbevinden van de burger dan de vraag hoe snel hij zich van A naar B kan verplaatsen.

Willen we filevorming en verstopping op de wegen van onze democratie kunnen voorkomen, dan moeten we nu gericht investeren in de juridische infrastructuur.