OESO-raming rekent met goed en slecht weer

Het ergste van de financiele crisis lijkt voorbij, maar de OESO rekent voor de zekerheid ook een slecht-weerscenario door. De rol van centrale banken is daarin cruciaal.

Zetten de industrielanden zich ten onrechte schrap voor een klap uit Azie? De prognoses die de OESO vandaag doet voor de economieen van de belangrijkste industrielanden zijn niet rooskleurig, maar vallen toch mee. De ramingen vallen lager uit dan die van het Internationale Monetaire Fonds uit september van dit jaar, maar zijn weer hoger dan de prognoses van banken. Volgens die opvattingen gaan de VS volgend jaar wellicht een recessie tegemoet, en duikt de Duitse economische groei ruim onder de twee procent.

De visies op de internationale economie zijn dezer maanden zeer wispelturig, en enig Westers centrisme kan ze niet worden ontzegd. Dalen de aandelenkoersen in Europa en de VS zoals in september en begin oktober, dan grijpt het doemgevoel snel om zich heen. Herstellen de koersen, zoals in de loop van oktober en deze maand, dan lijkt de financiele crisis plots goeddeels bezworen. De OESO ondervangt de overgevoeligheid door naast zijn hoofdscenario ook een slecht-weerscenario te presenteren. De risico's dat de hoofdramingen voor 1999 en 2000 lager uitvallen zijn volgens de OESO zelf immers “aanzienlijk'.

Op welke basis zou een sterkere economische terugval dan nu geraamd plaatsvinden? De OESO-economen hanteren daarvoor drie aannames die uiterlijk begin 1999 plaats hebben. In de eerste aanname verdiept de Azie-crisis zich en bereikt Latijns-Amerika. De kapitaalvlucht hervat, een nieuwe golf van devaluaties slaat toe, de risicopremies op aandelen en leningen van opkomende markten gaan omhoog. Grondstoffenprijzen dalen verder en daardoor komen de producerende landen onder druk.

In de tweede veronderstelling raakt Japan verder in de problemen en stokt de sanering van de bankensector.

De yen daalt en het vertrouwen in Japan zakt verder weg. In de laatste aanname maken de Westerse aandelenmarkten opnieuw een correctie door tot meer dan veertig procent onder de piek van juli. Die koersval ondermijnt het vertrouwen, remt de consumptieve vraag en zorgt voor een verzwakkende dollar.

Bij het doorrekenen van de resultaten van deze oefening, blijkt dat centrale banken een hoofdrol spelen bij het beteugelen van de economische en financiele gevolgen van dit scenario. In het neutrale scenario ziet de OESO de Amerikaanse rente volgend jaar op 3,8 procent staan, die in de euro-landen op 3 procent en die in Japan op de huidige 0,5 procent.

Als het slecht-weerscenario in werking treedt, hebben centrale bankiers twee keuzes: in het ene geval zijn zij terughoudend, en verlagen hun rentevoeten even snel als de inflatie daalt - de inflatie slaat onder het scenario om in deflatie in zowel Japan, de VS als de euro-landen. De Amerikaanse Federal Reserve verlaagt in dat geval haar rentetarief naar 2,1 procent, de Europese Centrale Bank (ECB) verlaagt de rente naar 1 procent, de Japanse centrale bank, die al niet veel lager kan, houdt de rente op 0,5 procent.

Het alternatief voor de centrale bankiers onder het slecht weer-scenario is een veel agressievere reactie. De Federal Reserve komt dan uit op een geldmarktrente van slechts 1,1 procent, de ECB verlaagt haar rente naar 0,4 procent en Japan blijft op 0,5 procent.

Het verschil tussen een terughoudende reactie en een agressieve reactie van de centrale banken is in het OESO-model fors. Als er agressieve renteverlagingen plaatsvinden, dan komen de VS volgend jaar uit op een economische groei van 0,4 procent, krimpt de Japanse economie met 2,2 procent en blijft de economische groei van de elf euro-landen steken op 1,0 procent.

Maar als de centrale bankiers te zuinig zijn met hun renteverlagingen dan krimpt de Amerikaanse economie met 0,4 procent in 1999, die van Japan met 2,4 procent en stagneert de economie in de euro-landen vrijwel, met een groei van nog maar 0,4 procent.

Europa springt daar verhoudingsgewijs nog goed uit, maar de schade bij de banken zal flink zijn. Anders dan de voornamelijk Amerikaanse inspanningen bij het bezweren van de financiele crisis doen vermoeden, hebben Europese banken ruim vijf maal zoveel leningen in opkomende markten uitstaan als hun Amerikaanse concurrenten. En ook dat zal, in het geval dat de OESO met het slecht-weerscenario gelijk krijgt, vooral veel slagkracht en visie vergen van de jonge ECB in Frankfurt.