Mens! `Ik hou-ou van Nederland'

Geen werk, geen inkomen, wel schulden. Dit jaar vertrekken naar schatting zesduizend Antillianen naar Nederland. `Trek je broekriem aan en doe zelf je best'.

`Snack Pechi' ligt op apegapen. Eigenaar Richard Belberri kijkt maar weer eens sip naar zijn drie kratten met lege limonadeflesjes. Hij zou nieuwe moeten kopen. Maar voor wie? Aan zijn barretje zitten alleen twee kibbelende pubers aan elkaars haren te trekken. Zijn inkomsten zijn de laatste twee jaar met de helft verminderd, zegt Belberri. “Alleen al de laatste vier weken zijn zo'n vijftig mensen uit de buurt naar Nederland vertrokken.'

Zijn de cruiseschepen die Curacao een dag aandoen in Willemstad aangemeerd, dan slaan de meeste toeristen linksaf. Punda in waar de juweliers zijn. Rechts in de wijk Otrabanda, fotograferen ze hooguit de eerste koloniale monumenten. Piekfijn gerestaureerd. In de straten daarachter begint de verf te bladderen en worden de mensen zwarter en rumoeriger. Zelden haalt een toerist het tot Snack Pechi.

Rignald Margareta (14) paradeert door Otrabanda in een Ajax-shirt. Zijn ticket ligt al klaar. Op 30 december vertrekt hij naar Nederland om bij een tante in Den Haag te gaan wonen.

Zal hij zijn moeder niet missen? “Nee! Ik hou van Nederland!'

Waarom? “Ik hou van Nederland!'

Rignald gaat niet vaak meer naar de LTS. Liever sjouwt hij stenen in de bouw om wat te verdienen. Maar in Nederland gaat hij leren. Hoe dat moet als je naast Papiamentu maar een handvol Hollands kent? Zijn geduld raakt op. Mens! “Ik hou-ou van Nederland!' Hij is er nooit geweest.

Op een eiland waar van iedere 100 leerlingen er 43 de school verlaten voor hun eindexamen, voldoen wel meer kinderen aan het profiel van de “risicogroep' van Antillianen. Die typering namen minister Van Boxtel (Grote Steden) en staatssecretaris De Vries (Koninkrijksrelaties) vorige week in hun Nota Migratie Antilliaanse jongeren op: Afkomstig van Curacao slecht opgeleid, beheersen het Nederlands nauwelijks, weinig werkervaring.

En dus met een forse kans in Nederland te gaan behoren tot het relatief hoge aantal Antillianen dat in de criminaliteit belandt. Zij moeten dus volgens de nota “worden ontmoedigd om naar Nederland te komen'. Door onder meer een strenger registratiebeleid.

De nota is in Willemstad schouderophalend ontvangen. Meer wordt hier schande gesproken van het radio-optreden van Saida Chirino uit de wijk Marchena. Daar lijken huizen schuurtjes en kun je kauwen op de taaie rook van raffinaderij Isla. “Mijn drie kinderen huilen van de honger!', schreeuwde Chirino door de ether.

Bijna de helft van de inwoners van de volksbuurten op Curacao verdient minder dan 650 gulden per maand.

`Wij weten hier nog wat schaamte is'

`Onderstand', de bijstand bedraagt zo'n 300 tot 500 gulden terwijl de prijzen gelijk zijn aan die in Nederland. Maar dat hoeft op Curacao nog niet te betekenen dat je openlijk toegeeft dat je situatie wanhopig is. Wij Antillianen weten nog wat schaamte is, zeggen ze hier. Dat is een van die ontelbare zaken die jullie Nederlanders niet van ons begrijpen.

Hoeveel Antillianen in totaal naar Nederland vertrekken, weet niemand precies. Niet iedereen laat zich uitschrijven bij het bevolkingsregister in Willemstad. Voogdij voor kinderen die bij een familielid in Nederland gaan wonen wordt “in 90 procent van de ons bekende gevallen uiteindelijk toch niet goed geregeld'. Dat zegt Geoffrey Hernandez, hoofd sociale zaken van de Voogdijraad in Willemstad. Hij ziet per maand ongeveer 100 kinderen zonder hun ouders vertrekken. Volgens de recente nota verwacht Nederland dit jaar 6.000 Antillianen, onder wie ongeveer 500 `risicojongeren'. Hernandez denkt dat het er meer zullen zijn.

“Lang niet iedereen komt hier. In Nederland moeten al een paar duizend Antilliaanse kinderen zonder voogdijregeling rondlopen. Soms gaat het goed. Vaak komen pas in de picture als ze al ontspoord zijn.'

Honderden Antilliaanse jongeren gaan jaarlijks probleemloos voor een opleiding naar Nederland. Maar, zegt Hernandez, steeds meer kinderen worden door hun ouders gestuurd in een laatste poging ze uit de armoede te trekken. Of uit de verlokkingen van de op Curacao zo prominente drugshandel. Zij worden niet door hun ouders gedumpt, zegt hij met nadruk. “Ze sparen voor dat ene ticket naar Nederland. Het is een uiterste daad van goed ouderschap.'

“Als hiemand hier komt omdat hij naar Nederland wil, dan gaan we eerst eens praten', zegt Percy Pinedo, directeur van het Centrum Voorlichting Antillianen (CVA) in Willemstad. Vorig jaar werd het opgericht met het doel informatie over Nederland te geven. Dit jaar vroegen 1.825 Antillianen om advies. De kosten van het CVA worden gedeeld door Nederland en de eilandsoverheid van Curacao. Het CVA bekijkt per persoon of een inkomen, een huis, een opleiding, niet ook op Curacao te vinden zijn. Meestal is het antwoord nee. Met nadruk stelt Pinedo niet aan ontmoediging te doen. “Hoe kan ik aan ontmoediging doen? Dan moet ik op het eiland alternatieven kunnen bieden. Die zijn er niet.'

Maar de nieuwe Antilliaanse regering spreekt graag van empowerment. “We zijn hier mentaal te afhankelijk van Nederland geworden', zal de Antilliaanse premier Suzy Camilia-Romer (39) later in haar onopvallend huis zeggen. De ommuurde roze villa daarnaast bleek niet het juiste adres - daar wonen Nederlanders. Met pretoogjes is ze met een bakje chips op haar gescheurde bankstel geploft.

Om te verstrakken als de Nederlandse terminologie ter sprake komt: Wie betaalt, bepaalt. “Zulke termen zijn voor Antillianen zo beschamend!' En de 100 miljoen aan krediet die Nederland heeft opgeschort zolang de Nederlandse Antillen hun schuldsanering niet met behulp van het IMF ter hand nemen? “Ik eet liever wat minder dan dat ik mijn recht op zelfbeschikking verlies in een gouden kooi', zegt ze. Het financieringstekort van de Antillen bedroeg vorig jaar ruim 180 miljoen gulden.

De regering-Romer, en vooral de leden van haar volkspartij PNP, zijn van een desondanks zelfbewuste generatie jonge Antilliaanse politici. Ze willen geen geld van Nederland in ruil voor eisen. Liever ontwikkelen ze een autonome economie en spreken van “je eigen stoep schoonhouden'. Zoals minister van Justitie Rutsel Martha (40) die bij een borrel na het werk graag zijn eigen carriere mag aanhalen om te illustreren wat het Antilliaanse volk vermag. Zoon van een busschaufeur, opgeklommen tot - nota bene - juridisch adviseur bij het IMF, Antilliaans vertegenwoordiger in Brussel, minister. ,Ik vraag niets van Nederland', zegt hij. “Zoals mijn moeder al zei: `Trek de broekriem aan en doe zelf je best.' '

In wijken als Otrabanda noemen ze Martha bourgeois. Of Macamba pretu, `zwarte Nederlander'. Al geldt dat voor iedereen die over zee heeft gestudeerd. Als ze al terugkeren.

In Snack Pechi zegt Richard Belberri ook wel aan Nederland te denken. Zijn dochtertje (3) gaat volgende maand naar haar meer welvarende oma op Jamaica. Belberri vertrekt zelf toch liever niet: “Elke dag, met elk vertrek, wordt Curacao minder vruchtbaar.'