Konikpaard brengt conflict

Het ministerie van Natuurbeheer wil meer vrije natuur in Nederland. Grote grazers moeten aan hun lot worden overgelaten. Dierenliefhebbers en boeren zijn tegen.

Laat je een Schotse Hooglander in een natuurgebied doodgaan als hij ziek wordt? Of blijft het vee waarvoor je moet zorgen, al is het dan zo verwilderd als in Nederland maar denkbaar is?

Milieubeschermers en dierenliefhebbers komen regelmatig in botsing over de zogenoemde `grote grazers', bleek onlangs op een symposium in Doorwerth. Milieubeschermers willen de wilde Galloways, Schotse Hooglanders, konikpaarden en Exmoor pony's vrijwel zonder menselijke bemoeienis laten leven. In hun ogen kan een strenge winter waarin alleen de sterkste grazers overleven gunstig zijn.

Maar dierenliefhebbers vinden dat `zielig'. Volgens terreinbeheerder J. Bekhuis klagen omwonenden in de Millingerwaard, een natuurgebied bij Nijmegen, soms dat de konikpaarden in het gebied niet geborsteld worden en met klitten in hun vacht rondlopen. Ook zijn er mensen die regelmatig opbellen met de mededeling dat een dier ziek is. “Behandeling kan voor een verwilderd dier meer stress veroorzaken dan de ziekte zelf', aldus H. Kampf, werkzaam bij Natuurbeheer op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV).

Het ministerie wil de vrije natuur in Nederland uitbreiden van ongeveer 10.000 hectare nu tot 130.000 hectare in 2018. Dat moet vooral gebeuren door aaneenschakeling van al bestaande kleine natuurgebieden. Kampf vindt het uitzetten van `grote grazers' daarbij essentieel. Ze bemesten het land en vormen als ze doodgaan weer een voedselbron voor andere dieren. En ze eten selectief, waardoor sommige planten wel en andere geen kans krijgen.

De problemen ontstaan vooral als de grote grazers ziek worden of doodgaan. Een rottend dood rund is goed voor het ecosysteem: Micro-organismen profiteren ervan en het lokt zeldzame roofvogels.

Maar recreanten vinden kadavers een onprettig gezicht. En boeren klagen dat beheerders van de natuurgebieden dode dieren zomaar mogen laten liggen, terwijl zij volgens de regelgeving voor landbouwhuisdieren verplicht zijn dode koeien op te ruimen.

M. Reusken van het Wereld Natuur Fonds heeft weinig begrip voor de klagende recreanten. “Het is toch curieus dat mensen naar Afrika vliegen en het daar heel normaal vinden om een apenschedel te vinden. Zoiets ziet er hier niet erger uit dan in Afrika.' Terreinbeheerders zeggen dat zij niet alle kadavers van `wild vee' op kunnen ruimen, doordat dieren zich vaak terugtrekken om rustig te sterven.

Eind februari adviseert het ministerie van LNV de Tweede Kamer over het grote-grazersbeleid. Volgens bevlogen ecologen kan dit niet grootschalig genoeg bekeken worden. Toen terreineigenaren in de jaren zeventig begonnen om grote grazers in te zetten als goedkope maaimachines, droomden zij al van zelfregulerende natuurgebieden. Nu die in opkomst zijn, hebben ze een nieuwe droom. G. Groot-Bruinderink van het onderzoeksinstituut IBN-DLO pleit voor een groot aaneengeschakeld natuurgebied in Noordwest-Europa, waar ook lynxen en wolven de kans krijgen zich te verspreiden. Een ambitieus plan, erkent hij. “Maar als je er maar vaak genoeg op hamert kunnen dingen soms heel snel gaan.'