Kansspelen

Gevestigde loterijen beroepen zich in hun verzet tegen de Liechtensteinse Internetloterij Millions 2000 op nationale wetgeving (NRC Handelsblad 30 oktober). Tevergeefs, want Europees recht gaat boven nationaal recht.

De Nederlandse Wet op de kansspelen verbiedt het bevorderen van deelname aan buitenlandse kansspelen. Deze bepaling zal sneuvelen zodra ze wordt voorgelegd aan het EG-Hof in Luxemburg. In de Europese Economische Ruimte (vijftien EU-staten plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) gelden de vier vrijheden van het EG-verdrag: het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Het organiseren en aanbieden van kansspelen is een dienst. Nederland mag daarom een loterij uit een EER-staat als Liechtenstein niet anders behandelen dan een eigen loterij. Omgekeerd is de Nationale Postcodeloterij niet gebonden aan het Nederlandse grondgebied. Zij kan werken met postcodes uit de hele EER van Finland tot Portugal en van IJsland tot Griekenland.

De Nederlandse kansspelwet is nog in ander opzicht onhoudbaar. Voor het exploiteren van speelcasino's wordt slechts een vergunning verleend. Daarmee zijn de Holland Casino's geen `staatscasino's', maar de Nationale Stichting Casinospelen heeft wel een van staatswege ingesteld monopolie. Zo'n monopolie sneuvelt zodra het EG-Hof zich erover uitspreekt. Zoals op elk gebied (ook spoorwegen, posterijen, telefonie, energienetten) moet Nederland op de casinomarkt concurrentie toestaan, vanuit eigen land, maar ook vanuit andere EER-staten. Omgekeerd kunnen de Nederlandse exploitanten zich in de gehele EER-ruimte begeven.

Voor de liberalisering van de kansspelmarkt zal de EG-Commissie in Brussel Europese harmonisatierichtlijnen kunnen ontwerpen. Maar het bedrijfsleven kan nu al belemmerende nationale wetgeving openbreken voor de bestuursrechter met in Nederland de fasen van bezwaar, beroep bij de rechtbank, hoger beroep bij de Raad van State en een zogeheten prejudiciele beslissing van het EG-Hof.