Irak-crisis bedreigt de internationale veiligheid

De jongste crisis inzake Irak heeft de kans op een gewapend conflict in de nabije toekomst alleen maar vergroot. Jonathan Eyal meent dat vooral de Verenigde Naties en de goede betrekkingen tussen het Westen en Rusland daar grote schade van zullen ondervinden.

Toen de Iraakse leider eind vorige maand besloot de samenwerking met de VN-wapeninspecteurs stop te zetten, lieten de VS en Groot-Brittannie dadelijk een plan in werking treden dat in februari voor een soortgelijke crisis was opgesteld. Ook dit keer deden de Britten geen poging hun Europese partners te raadplegen. En net zoals in februari was er een Amerikaans-Brits voornemen om geweld te gebruiken en werden dadelijk voorbereidingen getroffen. Maar de gelijkenissen tussen deze crisis en de vorige zijn bedrieglijk, want zowel Londen als Washington heeft een lesje geleerd, en beiden hebben zichzelf voor de fouten van toen behoed.

Een van die fouten was dat men veel tijd besteedde aan diplomatieke onderhandelingen terwijl de militaire voorbereidingen in een laag tempo voortgingen. Deze tactiek is nu verlaten: de VN-Veiligheidsraad werd onmiddellijk bijeengeroepen en drie dagen later werd een nieuwe resolutie aangenomen. Washington besefte tevens hoe belangrijk het was de schijn van eenstemmigheid onder de permanente leden van de Veiligheidsraad op te houden. De Russen werden geraadpleegd en de Fransen werden continu op de hoogte gehouden. Bovendien werden er geen ultimatums gesteld en geen bemiddelaars aangezocht. Saddam Hussein kreeg niet de kans om tijd te rekken.

Dit keer werd ook de legaliteit in het oog gehouden: in de Veiligheidsraad werd een nieuwe ontwerpresolutie opgesteld en de secretaris-generaal werd ertoe gebracht zijn inspecteurs uit Irak terug te trekken voorafgaand aan de voorgenomen luchtaanvallen. De Amerikanen en Britten zorgden er in de eerste plaats voor geen grote woorden te gebruiken. Ze beweerden niet dat ze Irak wilden bombarderen om het land ertoe te dwingen internationale inspecties te aanvaarden, omdat ze wel wisten dat Saddam nooit meer een inspecteur zou toelaten als de bommen eenmaal gevallen waren.

Ook beweerden ze niet, zoals in februari dat het doel van de operatie het elimineren van alle massavernietigingswapens was, want ze wisten dat dit vrijwel ondoenlijk is. Het doel van de operatie werd dit keer met opzet in het vage gehouden. Deze tactiek slaagde bijna: Amerikaanse en Britse vliegtuigen waren al gemachtigd om aan te vallen en het was een kwestie van uren of de bommen zouden vallen. Dus wat is er fout gegaan?

Blair en Clinton weten maar al te goed dat de nu gemaakte afspraken alleen maar uitstel van executie zijn: ze verschillen in niets van wat Irak eerder dit jaar heeft toegezegd. De Britten en Amerikanen hebben in laatste instantie niet kunnen verhinderen dat de Iraakse leider de permanente leden van de Veiligheidsraad tegen elkaar heeft uitgespeeld. Een diplomatiek schrijven met de belofte van beter gedrag, en de Russen, Fransen en Chinezen verbraken de gelederen.

Saddam Hussein heeft al lang geleden uitgedokterd dat het herhaaldelijk aangaan van confrontaties een tamelijk ongevaarlijk spel is. Als westerse regeringen krachtdadig reageren, heeft hij altijd nog net genoeg tijd om een compromis aan te bieden. Met iedere crisis neemt de roep om afschaffing van de isolatiepolitiek jegens Irak in kracht toe, de westerse publieke opinie raakt onverschillig en de Arabische regeringen wordt duidelijk dat Saddam Hussein nooit zal worden afgezet. Tot slot kan de Iraakse dictator telkens met enig recht de overwinning opeisen: de westerse regeringen razen en tieren wel, maar hij blijft toch aan de macht.

De tactiek van Saddam Hussein is voor de komende maanden dus tamelijk voorspelbaar. De VN-inspecteurs mogen terugkeren, maar hun werkzaamheden worden steeds verder beperkt.

Verder zal Saddam, zodra de westerse militaire aanwezigheid wordt gereduceerd, met nieuwe haarkloverijen over een of ander obscuur technisch detail in het mandaat van de VN-inspecteurs komen, en begint het spelletje van voren af aan. Als Saddam Hussein meent dat hij dit voor onbepaalde tijd kan volhouden, vergist hij zich deerlijk.

De Amerikanen beseffen dat `tijd' het hoofdingredient is in de Iraakse tactiek. In februari kreeg Saddam drie weken de tijd om tot een besluit te komen; dit keer had hij nog zo'n twee weken vanaf het moment dat hij de VN trotseerde totdat de aanval daadwerkelijk zou worden ingezet. De Amerikanen zijn voornemens om een volgende keer helemaal niet meer te waarschuwen. De besprekingen zullen dan plaatsvinden terwijl het grondgebied van Irak continu blootstaat aan bombardementen.

Washington is zich ten volle bewust van de consequenties van die werkwijze. Ten eerste is er geen ruimte voor vergissingen. Ten tweede zal Washington a la minute moeten beslissen om tot luchtaanvallen over te gaan en zal het er zeker van moeten zijn dat Saddams uitdaging van de internationale gemeenschap zo'n optreden wettigt. Ten tweede moeten de Amerikanen er zeker van kunnen zijn dat ze bij gebrek aan actieve steun van hun bondgenoten in Europa en het Midden-Oosten althans hun stilzwijgende steun genieten. Ten derde moeten de Amerikanen voorbereid zijn op een aanval terwijl de VN-inspecteurs nog op Iraaks grondgebied zijn. Tot slot is in de meeste gevallen toestemming van Saoedi-Arabie en Turkije nodig voor het gebruik van hun grondgebied, iets wat een week in beslag kan nemen en Saddam Hussein kostbare speelruimte geeft. De hele strategie is derhalve riskant.

Maar de Amerikanen houden niet geheel ten onrechte staande dat dit de enig mogelijke aanpak is.

De consequenties van de nieuwe Amerikaanse strategie, die door de Britten voluit wordt gesteund, zijn echter verstrekkend. Het staat als een paal boven water dat de Iraakse kwestie voorlopig niet meer in de Verenigde Naties ter discussie zal komen. De snelheid waarmee de Chinezen en de Fransen het afgelopen weekeinde in de Veiligheidsraad de gelederen verbraken heeft de woede van Washington gewekt. Dat gold ook voor het optreden van de Russen, die in Bagdad onderhands met Saddam Hussein onderhandelden terwijl ze in New York beweerden het Amerikaanse standpunt te steunen. De debatten in de Veiligheidsraad waren de felste sinds het einde van de Koude Oorlog.

Het Russische gedrag heeft Washington doen constateren dat het parnerschap met de Russen nooit zal leiden tot Russische steun voor Amerikaanse acties. De Russische stem in de Veiligheidsraad is zo ongeveer het enige blijk dat Rusland nog geeft van zijn status als grote mogendheid. Die stem kan slechts tot gelding worden gebracht als ze tegen een Amerikaanse resolutie wordt verheven. Evenmin ontgaat Washington de ironie van het feit dat de Russische regering met de ene hand om voedselhulp bedelt maar met de andere op tafel slaat tegen Amerikaanse strategische doelstellingen. Het `strategisch partnerschap' tussen Washington en Moskou is volledig uitgehold.

In tal van opzichten zal de jongste crisis over Irak ingrijpende gevolgen hebben voor de internationale veiligheid. Ze zal de Amerikanen sterken in de overtuiging dat ze eerst moeten handelen en dan pas vragen stellen dat ze hun wil moeten afdwingen in plaats van die tot gelding te brengen in de Verenigde Naties.

Ook brengt de crisis het ogenblik naderbij waarop de internationale pogingen om Irak zijn massavernietigingswapens af te nemen worden vervangen door een militaire operatie onder Amerikaanse leiding en met Britse steun om Irak zwak en geisoleerd te houden. Dit beleid zal niet zo heel samenhangend zijn. Maar het is een beleid waarop president Clinton en zijn vriend Tony Blair zich vrijwel zeker hebben vastgelegd.