In de strijd bevroren; Stokely Carmichael (1941-1998)

Een historisch figuur werd Stokely Carmichael, alias Kwame Toure, pas echt in juni 1966. Toen de 25-jarige strijder voor burgerrechten van zwarte Amerikanen tijdens een `mars tegen de angst' tussen Memphis en Jackson voor de zoveelste maal was gearresteerd, riep hij woedend dat het tijd werd `Black Power' op te eisen. “Wat willen we?', riep Carmichael keer op keer. Zijn medebetogers schreeuwden steeds luider terug: “Black Power!'

`Black Power' was al snel een nationale strijdkreet. Carmichael schreef later dat het “een signaal was voor alle zwarte mensen in dit land om zich te verenigen en hun erfenis onder ogen te zien'. Maar voor bange blanken stond het voor rassenrellen, plundering, geweld. Black Power markeerde tevens een breuk binnen de burgerrechtenbeweging van dominee Martin Luther King jr. Tegenover diens streven naar vreedzame integratie en gelijke rechten ontstond een krachtige tegenstroming van zwart zelfbewustzijn en vrijwillige segregatie.

Zondag stierf Stokely Carmichael, die de naam Kwame Toure had aangenomen, in zijn nieuwe vaderland Guinee op 57-jarige leeftijd aan prostaatkanker. Nog altijd noemde Carmichael/Toure zichzelf een wetenschappelijk socialist, nog altijd antwoordde hij monter “klaar voor de revolutie' als iemand hem vroeg hoe het met hem ging, noteerde The Washington Post in april. De onbuigzame ernst die van de jonge Stokely Carmichael zo'n formidabele activist had gemaakt, had de oude Kwame Toure in de strijd bevroren.

Stokely Carmichael werd geboren in 1941 in Trinidad. Hij volgde zijn vader, een timmerman, op elfjarige leeftijd naar New York, waar hij een eliteschool in de Bronx bezocht. Daar groeide hij al snel uit tot een studentenleider en maakte hij vroeg in de jaren zestig zijn eerste raids naar het diepe zuiden als lid van de Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC). Het was een gewelddadige tijd, waarin `Freedom Riders' idealistische studenten uit het noorden, zwarte kiezers inschreven en segregatie bestreden, terwijl verbeten blanke aanhangers van segregatie hun laatste loopgraven verdedigden.

Carmichael bouwde met zijn felle redevoeringen en zijn onverschrokken activisme een enorme reputatie op.

Pacifisme was nooit meer dan tactiek, want Carmichael genoot van de strijd. Hij werd bespuugd, in elkaar geslagen en afgeluisterd hij daagde de Ku Klux Klan uit waar die het sterkst was en zat straffen uit in de vreselijkste gevangenissen.

In het jaar na zijn Black Power-speech werd Carmichael uit de SNCC gezet. Dat had vooral te maken met onvrede over het solistische optreden van `Starmichael'. Hij sloot zich aan bij de `Black Panthers', wier militante heroiek goed aansloot bij zijn eigen temperament. Carmichael zwoer nu “alles te vernietigen dat de Westerse beschaving ooit heeft opgebouwd'. Maar na een jaar als `premier' van de Black Panthers werd hij opnieuw middelpunt van twisten.

In 1969 besloot Carmichael naar Afrika `terug te keren'. De VS waren een verloren zaak voor de zwarten, meende hij. Kwame Toure noemde hij zich acht jaar later, naar de socialistische Afrikaanse staatslieden Kwame Nkrumah en Sekou Toure. Hij trouwde achtereenvolgens met de zangeres Mirian Makeba en Marlyatou Barry. Zijn doel was nu een verenigd socialistisch Afrika. Carmichael/Toure bleef een graag geziene gast in Oost-Europa en op Amerikaanse campussen, waar hij fulmineerde tegen kapitalisme, zionisme en de VS. Aanstoot werd daar niet meer aan genomen: Carmichael was een museumstuk geworden.