Huddersfield

De nationale rugbyploeg heeft dezer dagen met 110 tegen 0 verloren van het team van Engeland. Aanvankelijk begreep ik weinig van die monsterlijke nederlaag. Natuurlijk is rugby van huis uit een Britse sport en Nederland heeft zich daar tot nu toe nooit massaal aan overgegeven. Maar 110 contra zero is wel heel erg duidelijk. Had de rugbybond wel op de Engelse invitatie moeten ingaan? Hadden we de eer niet aan ons zelf moeten houden?

Een levensgroot probleem leek het me trouwens niet. Drie keer slikken en overgaan tot de orde van de dag. Met in het achterhoofd het vaste plan om voortaan iets zorgvuldiger om te gaan met dit soort invitaties.

Toen hoorde ik waar er gespeeld was, Huddersfield. Dat kon bij voorbaat nooit goed gaan. Want Huddersfield was het verschrikkelijke oord waar in november 1946 onze nationale voetbalploeg met 8-2 werd afgeschminkt door sterren als Tommy Lawton, Billy Wright, keeper Frank Swift, Wilf Mannion, Raich Carter en Tom Finney. Het werd 8-2 voor de ietwat arrogant ogende gastheren, die Oranje naar de provincie hadden verwezen omdat zij ons niet goed genoeg achtten voor Wembley en Londen. Op dat moment terecht en daarom vond ik het zo schitterend dat de revanche voor het pak slaag op 9 februari 1977 tot stand is gekomen, een 0-2 overwinning, doelpunten Jantje Peters van NEC, voorbereiding Johan Cruijff. En dat nog wel op Wembley.

Maar Huddersfield was een ramp. Bijna geen straatverlichting, een hotel waarvan de manager er totaal geen zin in had. In het enige theater dat er toen bestond traden kerels op die zich als vrouwen hadden verkleed maar vergeten waren hun benen haarvrij te maken. Alles was walgelijk in de herfst van '46. Naargeestiger regen dan in Engeland bestaat niet.

En dan de arrogantie van de winnaars. Een jaar of tien geleden werd Tommy Lawton nog eens aan de tand gevoeld over die wedstrijd. Hij leefde in Nottingham en had een ernstig drankprobleem. Misschien dat het daardoor kwam dat hij stijf en strak volhield dat de uitslag 8-0 was in plaats van 8-2. Bij hem hadden Kick Smit en Cootje Bergman nooit het Engelse doel getroffen.

Maar Lawton herinnerde zich ook ene Faas Wilkes, een bijzonder aardige speler. Het was Wilkes' vierde interland. Hij zou nog veel beter worden dan hij toen was. Maar niemand van de Nederlanders die Huddersfield toen kort na Wereldoorlog II hebben meegemaakt, zal er ooit naar hebben terugverlangd.

Hadden de rugbyers er weet van gehad, ze zouden hun Engelse collega's om een andere locatie hebben gevraagd. Alles beter dan Huddersfield, zouden zij gedacht hebben. Maar ze wisten het niet.