Europese Rekenkamer kritisch over uitgaven EU

Het is onduidelijk of jarenlange financiele steun van de Europese Unie voor Oost-Europese kerncentrales ook maar iets heeft bijgedragen tot verbetering van de nucleaire veiligheid. Dit concludeert de Europese Rekenkamer in een zeer kritisch verslag over de inspanningen van de EU sinds 1990 voor de beveiliging van de kerncentrales.

Tussen 1990 en 1997 trok de EU in totaal 1,87 miljard gulden uit voor de Oost-Europese kerncentrales. Ondanks de zorgwekkend slechte beveiliging van deze centrales werd in deze jaren slechts 660 miljoen gulden van dit bedrag daadwerkelijk besteed. De eenheid bij de Europese Commissie die belast is met de hulpverlening heeft jarenlang met voortdurend wisselend personeel gewerkt. De administratieve middelen waren onvoldoende. Het was daardoor voor de Commissie onmogelijk om de kwaliteit van het werk te controleren dat met het geld van de EU werd verricht.

Westerse adviseurs wisten grote winsten te maken door bij contracten uit te gaan van de kosten van Westerse deskundigen maar in de praktijk Oost-Europese deskundigen te gebruiken. De kosten van Westerse deskundigen zijn vijftien keer hoger dan die van vergelijkbare Oost-Europese deskundigen. De Nederlandse Eurocommissaris Van den Broek, die de steun voor Oost-Europese kerncentrales in zijn portefeuille heeft, meent dat de Rekenkamer ten onrechte veronderstelt dat het doel van de financiele steun is om de veiligheid van de centrales in overeenstemming met internationale normen te brengen. De bedoeling van de steun zou alleen zijn om de betrokken Oost-Europese landen te helpen hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

In het jaarverslag van de Rekenkamer over 1997 krijgen ook de EU-lidstaten zware kritiek. De Rekenkamer heeft berekend dat tussen 1991 en 1993 de toenmalige negen lidstaten van de EU jaarlijks 154 miljard gulden te weinig BTW hebben geincasseerd. Dat is zowel een gevolg van de zwarte economie in de lidstaten als van fraude die mogelijk is geworden sinds de BTW niet meer aan de grens of in het land van oorsprong moet worden betaald, maar op de plaats van bestemming van goederen.

Voorzitter Bernhard Friedmann van de Rekenkamer oefende vanmorgen in het Europees Parlement ook kritiek uit op de anti-fraudedienst van de Europese Commissie, Uclaf. De helft van het Uclaf personeel heeft korte termijn contracten, waardoor er gebrek aan continuiteit bij het fraude-onderzoek is. De gegevensbestanden van Uclaf zijn slechts beperkt bruikbaar. De regels en verantwoordelijkheden zijn onduidelijk en incompleet. Bij onderzoeken in EU-lidstaten stuit Uclaf veelvuldig op problemen als gevolg van nationale wetgevingen.

Als bij de steun voor durumtarwe dezelfde criteria gehanteerd zouden worden als bij andere granen, zou de EU volgens de Rekenkamer van 1994 tot 1997 6,6 miljard gulden hebben bespaard. Durumtarwe wordt vooral in Italie geteeld voor de productie van pasta. Deze tarwe wordt twee keer gesubsidieerd. Een keer in de vorm van interventieprijzen, die veel te hoog zijn in vergelijking met de marktprijzen, en nog eens in de vorm van directe hulp.

De meeste van de 40.000 waterzuiveringsinstallaties in de EU zijn met Europese steun gebouwd. De Rekenkamer prijst deze inspanning van de EU ten behoeve van het milieu, maar stelt tegelijkertijd vast dat dertig procent van de installaties (in Belgie en Italie zelfs vijftig procent) dringend aan vernieuwing toe is. Bovendien worden nieuwe installaties dikwijls niet in gebruik genomen wegens gebrek aan geld of aan technische kennis.

Volgens de Rekenkamer was er vorig jaar bij ongeveer vijf procent van de uitgaven van de EU (tegen de negen miljard gulden) sprake van fouten, wat niet noodzakelijk betekent dat het om fraude ging. De meeste uitgaven van EU-gelden worden niet door de Commissie verricht, maar door de lidstaten.

Daar heeft de Rekenkamer ook de meeste onregelmatigheden aangetroffen. Boeren die onjuiste opgaven doen waardoor ze te hoge landbouwsteun ontvangen, maar ook veel mankementen bij de administraties van de lidstaten, die zich bij voorbeeld bij besteding uit de structuurfondsen (vorig jaar ruim 32 procent van de EU-uitgaven) dikwijls niet aan de voorschriften houden.