Europa mist durf voor eigen defensie

Ook volgens de WEU zelf speelt deze Europese defensie-organisatie een marginale rol in vergelijking met de VS.

Europa besteedt aan defensie tweederde van het bedrag dat de Verenigde Staten er voor uittrekken, maar het leverde slechts eenderde van de gevechtsvliegtuigen die vorige maand werden ingezet voor een eventuele aanval op Belgrado. Met die cijfers vatte de Britse minister Cook (Buitenlandse Zaken) gisteren voor zijn Europese collega's het dilemma samen van het Europese defensiebeleid.

Ook al geeft Europa een aanzienlijk bedrag uit aan defensie, als het erop aan komt doet het een beroep op de VS. Europese landen zouden hun defensiebehoeften meer op elkaar moeten afstemmen en de defensie-industrie zou “gerationaliseerd' moeten worden. Cook rekende voor dat Europa aan defensie-onderzoek slechts eenzesde besteedt van wat de Verenigde Staten er voor uittrekken en dat dit bedrag is verdeeld over drie keer zo veel bedrijven.

Cook gaf zijn rekenvoorbeelden tijdens een tweedaagse bijeenkomst in Rome van de Europese defensie-organisatie, de West-Europese Unie, die dit jaar haar vijftigste verjaardag vierde. Het was de eerste keer dat de WEU-ministers bijeenkwamen sinds Groot-Brittannie in een opmerkelijke verandering van toon een zekere toeschietelijkheid toont ten aanzien van het Europese defensiebeleid. Zelfs integratie van de WEU in de Europese Unie, tot voor kort onbespreekbaar voor de Britse regering wordt nu geopperd als mogelijkheid - hoewel dit niet haar voorkeur lijkt te hebben. Op de vergadering in Rome was de verandering in toon merkbaar. Tot nu toe beperkte de discussie over een toekomstig Europees defensiebeleid zich tot een opmerking van de Franse minister en een opmerking van zijn Britse collega. De rest concludeerde dan dat de tegenstellingen te groot waren en deden er het zwijgen toe. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joska Fischer noemde de nieuwe Britse houding “zeer, zeer positief'. Volgens zijn Belgische collega Derycke, die al langer pleit voor een discussie over de toekomst van de WEU, lijken Groot-Brittannie en Frankrijk nu te beseffen dat een geloofwaardig Europees buitenlands beleid niet mogelijk is zonder gezamenlijke politiek op het gebied van defensie, “het laatste relict van de natiestaat'. Minister Van Aartsen noemde het “plezierig dat de Engelsen zich scharen achter de ideeen die Nederland altijd al had'. Hij doelde op een voorstel de militaire taken van de WEU onder te brengen bij de NAVO en het politieke deel bij de Europese Unie. “Het meest waarschijnlijk is dat we de WEU tot een natuurlijk einde zien komen in de komende jaren', aldus Van Aartsen. Maar andere Europese landen, zoals Frankrijk en Belgie, lijken hiervoor niet te voelen. Van Aartsen opperde ook het idee dat de nog te benoemen `Meneer Pesc', die de EU naar buiten moet vertegenwoordigen, dezelfde persoon zal zijn als de secretaris-generaal van de WEU.

Van Aartsen herinnerde er aan dat ook de Verenigde Staten Europa vragen een grotere rol te spelen op het gebied van defensie. Zo is Washington niet bereid grondtroepen te sturen voor een interventiemacht die de 2000 waarnemers van de OVSE in Kosovo in geval van nood moet weghalen. Deze 1700 man tellende macht wordt nu waarschijnlijk samengesteld uit Fransen, Duitsers, Britten, Italianen en Nederlanders. NAVO-secretaris-generaal Solana haalde dit op de WEU-bijeenkomst aan als bewijs van een meer actieve houding van de Europese regeringen voor een eigen defensie-identiteit, een onderwerp dat ook in de NAVO al enige jaren wordt besproken.

Groot-Brittannie ontvouwt geen blauwdruk voor een toekomstig Europees defensiebeleid. De Britten zeggen wel dat ze geen Europees leger willen en geen ondermijning van de NAVO, die de hoeksteen moet blijven van de Europese defensie. Maar op het gebied van vredeshandhaving en humanitaire operaties zou Europa zelf moeten kunnen optreden. Cook opperde gisteren drie opties voor een efficienter Europees defensiebeleid: het opgaan van de WEU in de EU, het opsplitsen van taken van de WEU naar de NAVO en de Europese Unie en de versterking van de West-Europese Unie. Maar hij waarschuwde dat de discussie over het Europese defensiebeleid niet mag verzanden in een institutioneel debat. De discussie van de ministers van de WEU in Rome zou bijvoorbeeld geen indruk maken op de Joegoslavische president Milosevic.

Ook de secretaris-generaal van de West-Europese Unie Jose Cutileiro, waarschuwt voor een oeverloos debat over instellingen. “Waarom wordt er zo weinig beroep gedaan op de WEU en waarom besteden we zo veel energie aan het bespreken van haar toekomst, terwijl we ons niet bekommeren om zijn versterking maar eindeloos vragen stellen over haar aangekondigde, uitgestelde of ontkende dood?' aldus de secretaris-generaal, die zei dat het Europa niet ontbreekt aan de geschikte troepen. “Het enige dat ons er van weerhoudt Europa geloofwaardig en zichtbaar te maken in de Europese defensie en veiligheid is de durf om het te doen.'

Geen Europees buitenlands beleid zonder een gezamenlijk defensiebeleid

    • Birgit Donker